ECLI:NL:RBAMS:2026:6802

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789030 HA RK 26/210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens eerdere advocaatrelatie met verdachte

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend door de rechter die de zaak in behandeling had. Dit verzoek is gebaseerd op het feit dat de rechter de verdachte in het verleden als advocaat heeft bijgestaan. Volgens artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet worden beoordeeld of feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden.

De rechtbank oordeelt dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen vanwege zijn eerdere rol als advocaat van de verdachte. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen zonder mondelinge behandeling, conform de procedure voor verschoningsverzoeken.

De behandeling van de strafzaak met parketnummer 13-073791-26 wordt voortgezet door een andere rechter. Deze beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan de gemachtigden van partijen en de rechter zelf.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege eerdere advocaatrelatie met verdachte; zaak wordt voortgezet door andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing van 8 juni 2026 op het onder rekestnummer C/13/789030 HA RK 26/210 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. G.J.M. Kruizinga, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.De procedure

Bij de afdeling strafrecht van de Rechtbank te Amsterdam is een zaak aanhangig met parketnummer 13-073791-26 die is toegewezen aan de rechter.

2.Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat hij de verdachte in deze zaak ( [naam] , bijgestaan door mr. C.E.D. Koning) in het verleden als advocaat heeft bijgestaan.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen nu hij de verdachte eerder als advocaat heeft bijgestaan. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaak met parketnummer 13-073791-26 wordt voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de gemachtigden van partijen; en
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. W.M. de Vries,
leden, op 9 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.