Uitspraak
[verzoeker] , uit [plaats] , eiser/verzoeker, hierna: verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college
Samenvatting
.Verzoeker krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Inleiding
7 november 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening strekkende tot toekenning van een urgentieverklaring.
Wat ging er aan deze procedure vooraf?
1 augustus 2023 tot 16 augustus 2025 stond hij weer ingeschreven op het adres [adres] . Verzoeker is op 26 juni 2024 slachtoffer geworden van een ernstig verkeersongeluk. Hierbij heeft hij meervoudig letsel opgelopen. Na het ongeval is verzoeker opgenomen geweest in het [ziekenhuis] : eerst op de Intensive Care en vervolgens op de afdeling Traumachirurgie. Daarna heeft hij van 24 juli tot en met 25 september 2025 verbleven in revalidatiekliniek [naam] . Op 25 september 2024 is hij verhuisd naar de woning van zijn zus in Amsterdam, gelegen op de tweede verdieping en zonder lift. De revalidatie is poliklinisch voortgezet. Uit een brief van de zus van verzoeker blijkt dat het volgens haar niet langer houdbaar is om verzoeker in huis op te vangen, omdat zij (ook) de zorg draagt voor haar zoon met niet-aangeboren hersenletsel en er vanuit ging dat de opvang van verzoeker tijdelijk zou zijn in afwachting van een urgentieverklaring. Verzoeker heeft behoefte aan een rustige, stabiele en passende woonomgeving vanwege zijn medische situatie en dreigende dakloosheid. Daarom heeft hij een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden.
Totstandkoming van het bestreden besluit
26 december 2021 tot 1 augustus 2023 stond verzoeker namelijk niet ingeschreven in de Brp, terwijl hij zijn aanvraag op 23 december 2024 heeft ingediend. De tweede weigeringsgrond is dat het huisvestingsprobleem is ontstaan als een gevolg van verwijtbaar doen of nalaten van verzoeker. Zo heeft verzoeker zelf verklaard bij de aanvraagprocedure nooit over eigen zelfstandige woonruimte in Amsterdam te hebben beschikt en altijd te hebben ingewoond bij anderen. Verzoeker heeft zich gevestigd in Amsterdam door te gaan inwonen bij andere huishoudens. Daar komt bovenop dat verzoeker zich na het ongeval heeft gevestigd door inwoning bij zijn zus in Amsterdam. [4] Omdat sprake is van algemene weigeringsgronden, kan verzoeker geen beroep doen op een urgentieverklaring vanwege medische redenen. Het college heeft de medische situatie van verzoeker daarom niet voorgelegd aan de GGD. Tot slot is er volgens het college geen reden voor het toepassen van de hardheidsclausule.