ECLI:NL:RBAMS:2026:6779

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790017 / HA RK 26-241
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens kennissenkring

Bij de rechtbank Amsterdam zijn twee civiele zaken aanhangig met kenmerk C/13/786217 en C/13/786187, waarbij een verzoek tot verschoning van de toegewezen rechter is ingediend. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van de rechter.

De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en stelt vast dat er geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter de zaken niet onpartijdig kan behandelen. Hierbij wordt ook de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak betrokken, die adviseert dat een rechter geen zaken behandelt waarbij een familielid als procespartij betrokken is.

De rechtbank besluit het verzoek tot verschoning toe te wijzen en beveelt dat de behandeling van de zaken wordt voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en zaken worden voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer
Beslissing van 25 juni 2026 op het onder rekestnummer C/13/790017 HA RK 26/241 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. V. Zuiderbaan, rechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

Bij de afdeling privaatrecht van de Rechtbank te Amsterdam zijn twee zaken aanhangig met het
kenmerk C/13/786217 en C/13/786187 die zijn toegewezen aan de rechter. Partijen in beide zaken zijn [naam 1] en [naam 2], bijgestaan door respectievelijk mr. V.W.J.M. Kuit en
mr. F. Brouwer.

2.Het verzoek

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat het de rechter bij de voorbereiding van de behandeling is gebleken dat een procespartij of procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke of zakelijke
kennissenkring van de rechter.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. De behandeling van een verschoningsverzoek behoeft niet ter terechtzitting plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak (de rechter behandelt geen zaak waarbij iemand uit zijn familiekring als procespartij is betrokken). Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de zaken met kenmerk C/13/786217 en C/13/786187 worden voortgezet voor een andere rechter;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de gemachtigden van partijen; en
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mr. P.B. Martens en mr. I.M. Bilderbeek,
leden, op 25 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.