ECLI:NL:RBAMS:2026:6655
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst parkeerplaats en proceskostenveroordeling wegens achterstallige huur
In deze bodemzaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Amsterdam op 19 juni 2026 uitspraak gedaan over de ontbinding van een huurovereenkomst van een parkeerplaats en de vordering tot betaling van achterstallige huur en proceskosten. De gedaagde partij was niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG inzake oneerlijke bedingen.
De kernbedingen omtrent huurprijs en servicekosten zijn als transparant en niet oneerlijk beoordeeld. Het beding inzake huurprijswijziging is eveneens niet oneerlijk bevonden. Het beding over buitengerechtelijke incassokosten is echter wel oneerlijk verklaard omdat het niet duidelijk maakt dat de wettelijke regeling voor consumenten van toepassing is, waardoor dit beding buiten toepassing wordt gelaten en de incassokosten worden afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot ontruiming van de parkeerplaats binnen twee weken na betekening van het vonnis, met inzet van de deurwaarder indien nodig. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van €1.012,84 aan achterstallige huur tot 31 maart 2026, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding, en een maandelijkse huur van €65,05 vanaf 1 april 2026 tot ontruiming. Daarnaast worden proceskosten toegewezen conform het liquidatietarief. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van achterstallige huur en proceskosten.