ECLI:NL:RBAMS:2026:6519

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
12229927
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:204 BWArt. 7:206 BWArt. 7:207 BWArt. 5:121 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder verplicht tot herstel ernstige gebreken bedrijfsruimte en huurprijsvermindering

De zaak betreft een kort geding tussen [eiser] V.O.F. en verhuurder Libra International BV c.s. over gebreken aan een gehuurde bedrijfsruimte die sinds 2018 wordt gehuurd. [Eiser] klaagt over lekkages, schimmelvorming en vochtproblemen die het huurgenot ernstig aantasten. Ondanks herhaalde meldingen vanaf mei 2024 heeft verhuurder onvoldoende herstelmaatregelen getroffen.

De verhuurder erkent de noodzaak van herstel maar beroept zich op de Vereniging van Eigenaars (VvE) en een exoneratieclausule in de huurovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder niet kan volstaan met het verwijzen naar de VvE en dat de exoneratieclausule niet geldt na ingebrekestelling en het verstrijken van een redelijke termijn.

De rechtbank beveelt Libra International BV c.s. binnen veertien dagen te beginnen met herstelwerkzaamheden, die binnen twaalf weken afgerond moeten zijn, en legt een dwangsom op bij niet-naleving. Tevens wordt een huurprijsvermindering van 15% toegekend vanaf 7 mei 2024, met terugbetaling van onverschuldigde huur. De vordering tot vervangende bedrijfsruimte wordt afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van gebreken binnen twaalf weken en tot huurprijsvermindering van 15% vanaf mei 2024 met terugbetaling van onverschuldigde huur.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12229927 \ KK EXPL 26-303
Vonnis in kort geding van 26 juni 2026
in de zaak van
[eiser] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. W.J. Berghuis,
tegen

1.LIBRA INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
3.
[gedaagde 3],
wonende te [woonplaats 2] ,
4.
[gedaagde 4],
wonende te [woonplaats 3] ,
5.
[gedaagde 5],
wonende te [woonplaats 4] ,
6.
[gedaagde 6],
wonende te [woonplaats 5] ,
7.
[gedaagde 7],
wonende te [woonplaats 6] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Libra International B.V. c.s.,
gemachtigde: mr. E.W. Baart.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de producties van 3 juni 2026 van [eiser] ,
- de producties van 3 juni 2026 van Libra International B.V. c.s.,
- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitaantekeningen van [eiser] ,
- de pleitaantekeningen van Libra International B.V. c.s..

2.De feiten

2.1.
Met ingang van september 2018 huurt [eiser] van Libra International B.V. c.s. de bedrijfsruimte op de begane grond en in de kelder, aan de [adres] (hierna: het gehuurde). Blijkens de bestemming in het huurcontract gaat het om winkelruimte ten behoeve van de bereiding van sushi c.a. welke vanuit het gehuurde bezorgd of afgehaald zal worden.
2.2.
De huurprijs bedraagt € 39.000,00 op jaarbasis.
2.3.
Uit de huurovereenkomst volgt dat de huurder zich voor wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende deze huurovereenkomst, waaronder uitdrukkelijk begrepen de huuropzegging, met de beheerder moet verstaan (art. 8.2).
2.4.
Het gehuurde wordt als ‘casco’ verhuurd (art. 9.1 van de huurovereenkomst).
2.5.
Uit art. 10.1 van de huurovereenkomst volgt dat de mechanische ventilatie wordt aangebracht door de verhuurder en dat dit voor diens rekening en risico gebeurt. Deze mechanische ventilatie behoort niet tot het gehuurde (art. 9.2) en alle onderhoud, herstel, vervanging en vernieuwing hiervan komt voor rekening en risico van huurder (art. 10.3).
2.6.
Uit art. 11.3 van de van toepassing zijnde Algemene Bepalingen volgt dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor schade ten gevolge van een gebrek, en de huurder kan in geval van een gebrek geen aanspraak maken op huurprijsvermindering en verrekening behoudens de bevoegdheid tot verrekening als bedoeld in art. 7:206 lid 3 BW Pro. Uit art. 11.4 van deze bepalingen volgt dat 11.3 niet van toepassing is in geval van een toerekenbare tekortkoming van de verhuurder of als de verhuurder de door de huurder schriftelijk gestelde redelijke termijn als bedoeld in art. 10.1 van de bepalingen om een aanvang te maken met het verhelpen van een voor rekening van de verhuurder komend gebrek, niet in acht heeft genomen.
2.7.
Op 6 mei 2024 heeft [eiser] bij de beheerder van de verhuurder Rappange melding gemaakt van lekkage in de kelderbak; schimmelvorming is zichtbaar, aldus deze melding. Verzocht werd hiernaar te kijken.
2.8.
Op 11 juni 2024 heeft [eiser] bij beheerder Rappange melding gemaakt van wateroverlast vanuit het platte dak, met het verzoek iemand langs te sturen en er naar te laten kijken.
2.9.
Op 7 juli 2024 was er wederom sprake van wateroverlast. In de e-mail van 10 juli 2024 aan beheerder Rappange wordt melding gemaakt van
‘alle muren zijn beschadigd en de vloer is door en door verrot aan het raken door dit waterprobleem. Ook de kelder is weer helemaal verrot en lek. We vragen dringend om een oplossing want dit kan zo niet langer . (Zie foto’s)’. Op 17 juli 2024 reageert Rappange met de e-mail dat de lekkage is uitgezet bij de loodgieter Heemskerk.
2.10.
Op 12 september 2024 meldt [eiser] opnieuw dat sprake is van lekkage; met emmers wordt de lekkage opgevangen en verzocht wordt dit nu echt te verhelpen.
2.11.
In opdracht van de Vereniging van Eigenaars [locatie] (hierna: de VvE) heeft Zwamtotaal op 9 oktober 2024 een offerte uitgebracht, op basis een inspectierapport van Inspectus. Daarbij is ook de kruipruimte onder de kelderbak geïnspecteerd.
2.12.
Uit de correspondentie tussen Delair Vastgoedbeheer B.V. namens de VvE, en Rappange en [eiser] van 15 mei 2025 komt naar voren dat uit onderzoek is gebleken dat er in (de kantonrechter leest: ‘onder’) de keuken en een gedeelte van de werkvloer sprake is van aantasting door zwam, bruinrot en houtworm; de VvE wil de werkzaamheden zoals geoffreerd door Zwamtotaal, graag uitvoeren.
2.13.
Bij e-mailbericht van 5 juni 2025 van Delair Vastgoedbeheer B.V. aan Van Lierop wordt alsnog om een offerte gevraagd voor het behandelen van de zwammen, wormen en rot.
2.14.
In opdracht van [eiser] heeft Lavos Totaalservice B.V. een onderzoek aan het gehuurde verricht. Uit het rapport van 2 september 2025 komt naar voren dat sprake is van lekkage, optrekkend en doorslaand vocht in de kelder op diverse plekken. Er is sprake van zwarte en giftige rode schimmel in de kelder. De ventilatie is niet correct aangesloten; ook schiet de capaciteit tekort. Er heeft zich schimmel gevormd in de ventilatiebuizen.
2.15.
Bij e-mailbericht van 3 september 2025 heeft [eiser] dit rapport doorgezonden aan Rappange met het verzoek op korte termijn tot een oplossing te komen. De kelder is niet meer toegankelijk voor het personeel en dit is een zeer ongezonde leefsituatie, aldus dit bericht.
2.16.
Nadat [eiser] bij e-mailbericht van 16 september 2025 aan Rappange wederom melding heeft gemaakt van lekkage in de kelder, waarop geen reactie is gevolgd van Rappange, heeft [eiser] bij brief van 10 december 2025 de ‘eigenaren van het hierna omschreven Gehuurde p/a Rappange Administratie BV’ gesommeerd tot (kortweg) herstel van alle gebreken en aan verhuurder verzocht een voorstel te doen tot een passende huurprijsvermindering, terugbetaling van teveel betaalde huur en vergoeding van geleden (bedrijfs-)schade.
2.17.
Nadien is tussen partijen nog gecommuniceerd, onder ander over de positie van de VvE en dat die een nader deskundigenonderzoek nodig achtte. Bij e-mailbericht van 20 februari 2026 is namens de verhuurder bericht dat een deskundige is ingeschakeld maar dat (nog) geen rapport beschikbaar is.
2.18.
Ten tijde ven de mondelinge behandeling was nog geen deskundigenrapport voor handen. Wel heeft op 22 mei 2026 Baltus Aannemingsbedrijf BV aan offerte uitgebracht aan Libra International BV met betrekking tot het ‘Vervangen Begane grondvloer’.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] V.O.F. vordert - samengevat - diverse maatregelen tot herstel van gebreken aan het gehuurde. Zij vordert (kortweg) dat verhuurder veroordeeld wordt tot het aanwijzen van een aanspreekpunt/projectleider, dat een gekwalificeerde aannemer wordt gecontracteerd, dat op korte termijn feitelijk wordt aangevangen met de herstelwerkzaamheden te weten;
  • sanering van schimmel;
  • herstel en vochtwering kelderbak;
  • herstel of vervanging constructieve delen (balken, ondervloer);
  • herstel dak- en leidinglekkages;
  • herstel en capaciteitsvergroting ventilatiesystemen,
een en ander met correcte oplevering aan [eiser] en onder verband van een dwangsom.
Daarnaast vordert [eiser] dat aan haar een concrete, volledige en gedetailleerde planning wordt verstrekt met wekelijks een voortgangsrapportage, eveneens onder verband van een dwangsom, dat aan haar gedurende de werkzaamheden vervangende bedrijfsruimte wordt verstrekt, dat de huurprijs ingaande 6 mei 2024 met 70% wordt verlaagd en dat verhuurder veroordeeld wordt tot terugbetaling aan [eiser] van de deswege teveel betaalde huurpenningen.
3.2.
[eiser] V.O.F. legt aan de vordering ten grondslag dat sprake is van ernstige gebreken aan het gehuurde met ernstige aantasting van het huurgenot en dat de verhuurder op grond van de huurovereenkomst en gelet op het bepaalde in art. 7:204 BW Pro e.v. gehouden is de gebreken te herstellen en haar schade te vergoeden.
3.3.
Libra International B.V. c.s. voeren verweer. Libra International B.V. c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] .
3.4.
Libra International B.V. c.s. voeren het volgende aan. Zij erkennen dat herstelwerkzaamheden nodig zijn, met name aan werkvloer en kelder, maar de particuliere eigenaren van het gehuurde (gedaagden 2 tot en met 7) zijn nimmer in gebreke gesteld zodat jegens hen de vorderingen sowieso moeten worden afgewezen. Daarnaast heeft te gelden dat herstel onder de verantwoordelijkheid van de VvE valt; Libra International BV beroept zich in dat verband op overmacht. Er is voorts geen sprake van omzetschade noch is er een rechtsgrondslag voor vervangende bedrijfsruimte. Gebreken aan het ventilatiesysteem komen voor rekening van de huurder. De daklekkage is in 2024 opgelost; daarna is geen melding te dier zake meer gedaan. Libra International BV c.s. hebben wel degelijk actie ondernomen, ook richting de VvE. Omdat in de kelderruimte geen voedsel wordt bereid, vormen de schimmels geen gevaar voor de voedselbereiding. [eiser] heeft een tegelvloer aangebracht op de houten ondervloer en daarmee zelf veroorzaakt dat de ondervloer werkt en scheuren in tegels en lekkage ontstaan. Ontstane schade valt dus aan haar toe te rekenen. Libra International BV c.s. wijzen op het exoneratiebeding van art. 11 lid 3 AB Pro dat meebrengt dat in ieder geval voorafgaand aan een redelijke termijn na de ingebrekestelling geen aanspraak bestaat op huurprijsverlaging. Bovendien is niet sprake van ‘substantiële vermindering’ van het huurgenot zodat de gevorderde 70% huurprijsvermindering onevenredig is.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
spoedeisend belang
4.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het spoedeisend belang gegeven doordat aannemelijk is dat een deel van het gehuurde in verband met schimmel en vocht niet kan worden gebruikt (behalve als opslag) terwijl de aanwezigheid van schimmel op zich gezondheidsproblemen met zich mee brengt. Libra International BV c.s. erkennen ook de noodzaak tot herstelwerkzaamheden, met name aan werkvloer en kelder. [eiser] heeft diverse malen aangedrongen op herstel, vanaf mei 2024, maar tot enig concrete maatregelen heeft dat tot op heden nog niet geleid.
gebreken als bedoeld in art. 7:204 lid 2 BW Pro?
4.3.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat als gebreken zijn aan te merken: de vanwege vocht en schimmel onbruikbare kelder, de aantasting van vloeren en wanden door water en het gebrekkige ventilatiesysteem. Uit de door beide partijen overgelegde rapporten komt een beeld naar voren dat sprake is van gebreken die leiden tot aantasting van het huurgenot. Libra International BV c.s. erkennen ook dat daarvan sprake is, zij het ten aanzien van slechts een deel van de gestelde gebreken. Indien het verminderd huurgenot wordt veroorzaakt door een omstandigheid die aan de huurder moet worden toegerekend is er geen sprake van een gebrek als hier bedoeld. Art. 7:206 BW Pro legt bij de verhuurder de plicht om de gebreken te verhelpen. Dat geen sprake zou zijn van omzetderving betekent niet dat geen aantasting kan bestaan van het huurgenot.
het ventilatiesysteem
4.4.
Uit het rapport van 2 september 2025 van Lavos Totaalservice BV komt naar voren dat het ventilatiesysteem onvoldoende is en dat er schimmel zit in de ventilatiebuizen. Dat dit euvel mede geleid heeft tot vochtproblemen in de kelder, is evident. Maar Libra International BV c.s. wijzen terecht op het bepaalde in de huurovereenkomst (zie 2.5.) waaruit volgt dat de mechanische ventilatie niet tot het gehuurde behoort en dat [eiser] zelf voor onderhoud, herstel, vervanging en vernieuwing - dus ook capaciteitsvergroting - moet zorgdragen. Dit deel van de vordering moet derhalve worden afgewezen.
toedoen van de huurder?
4.5.
Naar de mening van Libra International BV c.s. zijn de problemen of gebreken aan de constructie (m.n. de werkvloer) te wijten aan het feit dat [eiser] zelf destijds een tegelvloer heeft aangebracht op de houten ondervloer. Een dergelijke constructie is onvoldoende stijf en zal altijd leiden tot scheuren in de tegels en loslaten van voegwerk, waardoor wateroverlast naar de onderliggende kelder zal ontstaan. Libra International BV c.s. hebben gewezen op het rapport van Van Lierop waarin vermeld wordt dat ‘er een druklaag (beton/tegels) op de houten vloer ligt. Tevens zijn foto’s overgelegd waaruit dat zou blijken. Van de kant van [eiser] wordt ontkend dat hiervan sprake is. Zij wijst op een verklaring van 2 juni 2026 van het door haar destijds ingeschakelde Allroundklusbedrijf Bert van de Pol. Uit deze verklaring volg dat de tegelvloer destijds is aangebracht op een ontkoppelingssysteem (Schlüter DITRA), conform de geldende verwerkingsvoorschriften. ‘Ten tijde van aanvang van onze werkzaamheden in [plaats] was in het pand reeds een Fermacell platenvloer aanwezig’ aldus deze verklaring. ‘De gekozen opbouw en het toegepaste systeem zijn juist bedoeld om risico’s zoals werking van de ondergrond en vochtindringing te ondervangen’ zo vervolgt deze verklaring.
4.6.
De kantonrechter overweegt dat het aan de verhuurder is om aan te tonen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 7:204 lid 2 BW Pro die aan de huurder moet worden toegerekend. Daarin is zij niet geslaagd. Aan de hand van de door Libra International BV c.s. overgelegde foto’s kan het ontbreken van de ondervloer niet worden vastgesteld en ook uit het rapport van 25 september 2025 van Van Lierop kan niet worden afgeleid op grond waarvan deze (enkele) conclusie is getrokken. Daartegenover staat de zeer gedetailleerde verklaring van de aannemer die de ondervloer zelf heeft aangebracht. In het kader van dit kort geding wordt niet toegekomen aan verdere bewijsvorming.
Lekkages verholpen?
4.7.
Na de melding van lekkage (inkomend water vanuit het platte dak/de lichtkoepel) in mei 2024 zouden klachten ter zake uiteindelijk ook in 2024 verholpen zijn zodat deze melding niet kan gelden als ingangsdatum voor een eventuele huurprijsvermindering als bedoeld in art. 7:207 lid 1 BW Pro. Hooguit kan daarvan eerst sprake zijn na een redelijke termijn na de ingebrekestelling van 10 december 2025, aldus Libra International BV c.s.
4.8.
Van de kant van [eiser] is dit wel erkend; de lekkages zijn uiteindelijk, maar pas na langdurig aandringen, verholpen. Maar in de desbetreffende melding van mei 2024 (zie 2.7.) wordt ook gesproken van schimmelvorming. Bovendien is al die tijd sprake geweest van vloeren en wanden die aangetast en verzadigd waren van water (hierna: de gevolgschade). Om die reden zal de kantonrechter de e-mail van 6 mei 2024 toch aanmerken als melding als bedoeld in art. 7:207 lid 1 BW Pro
beroep op overmacht
4.9.
Libra International BV c.s. hebben erop gewezen dat de uit te voeren herstelwerkzaamheden medewerking vereisen van de VvE nu die werkzaamheden de constructie van het pand raken. Zij is afhankelijk van toestemming en medewerking van de gezamenlijke eigenaren. [eiser] heeft in dit verband gewezen op de mogelijkheid om de VvE te dwingen tot medewerking (zie het bepaalde in art. 5:121 BW Pro) en om aan de kantonrechter eventueel een vervangende machtiging te vragen. Libra International BV c.s. hebben tegen deze stelling geen verweer gevoerd, zodat het beroep op overmacht reeds daarom niet slaagt. Bovendien blijkt uit de overgelegde stukken dat Libra International BV c.s. wel degelijk ‘op eigen houtje’ werkzaamheden aan het pand laat verrichten, zie bijvoorbeeld de als productie 4, 5 en 6 door gedaagden overgelegde nota’s die aan hun (of hun beheerder) gericht zijn.
particulier eigenaren niet in gebreke gesteld?
4.10.
[eiser] heeft bij brief van 10 december 2025 de ‘eigenaren van het hierna omschreven Gehuurde p/a Rappange Administratie BV’ gesommeerd tot (kortweg) herstel van alle gebreken en aan verhuurder verzocht een voorstel te doen tot een passende huurprijsvermindering, terugbetaling van teveel betaalde huur en vergoeding van geleden (bedrijfs-)schade. Daarbij is een redelijke termijn van veertien dagen gegeven om een aanvang te maken met de herstelwerkzaamheden, Uit art. 8.2 van de huurovereenkomst volgt dat de huurder zich voor wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende deze huurovereenkomst met de beheerder moet verstaan. In de aanhef van de huurovereenkomst staat ook vermeld dat de beheerder optreedt als ‘onmiddellijk vertegenwoordiger van de eigenaren’. Dit brengt met zich mee dat de onderhavige ingebrekestelling effect heeft jegens alle eigenaren tegelijkertijd.
exoneratie?
4.11.
Libra International BV c.s. hebben zich op het standpunt gesteld zij als verhuurder niet aansprakelijk zijn voor schade ten gevolge van een gebrek en dat [eiser] geen aanspraak kan maken op huurprijsvermindering en verrekening, gelet op het bepaalde in art. 11.3 van de Algemene Bepalingen. Deze stelling gaat niet op. Niet alleen hebben Libra International BV c.s. na de melding de desbetreffende gebreken niet verholpen maar ook na de ingebrekestelling van 10 december 2025 waarbij een redelijke termijn is gesteld van twee weken, hebben Libra International BV c.s. geen aanvang gemaakt met het verhelpen van de gebreken. Art. 11.4 van de Algemene Bepalingen bepaalt dan dat de verhuurder op de exoneratieclausule geen beroep kan doen.
bevel tot uitvoeren herstelwerkzaamheden
4.12.
Nu sprake is van langdurige ernstige gebreken die leiden tot serieuze aantasting van het huurgenot, terwijl Libra International BV c.s. terecht en tijdig aangesproken zijn op herstel terwijl zij daar tot op heden nog geen aanvang mee hebben genomen, zal de kantonrechter hen opdragen daarmee op korte termijn een aanvang te maken op de voorwaarden en termen zoals geformuleerd in de dagvaarding. Aan dat bevel zal tevens een dwangsom worden verbonden.
vermindering huurprijs
4.13.
Uit art. 7:207 lid 1 BW Pro volgt dat een huurder in geval van aantasting van het huurgenot ten gevolge van een gebrek een daaraan evenredige vermindering van de huurprijs kan vorderen van de dag waarop hij van het gebrek behoorlijk kennis heeft gegeven aan de verhuurder of waarop het gebrek reeds in voldoende mate bekend was om tot maatregelen over te gaan, tot die dag waarop het gebrek is verholpen. De kantonrechter onderkent dat het verminderde huurgenot ten gevolge van de gebreken voornamelijk ziet op de kelder, die vanwege vocht en schimmel eigenlijk niet toegankelijk is voor personeel, maar wel gebruikt wordt als opslag. [eiser] bereidt geen voedsel in de kelder en heeft dat ook nimmer gedaan. Zij leidt onbestreden geen omzetverlies ten gevolge van vocht en schimmel in de kelder. De kelder maakt ook slechts een ondergeschikt deel (37m2) uit van de bedrijfsruimte. Al met al acht de kantonrechter een huurprijsvermindering met 15% vanaf 7 mei 2024 redelijk.
4.14.
Dit betekent dat een deel van de huurbetalingen vanaf 7 mei 2024 onverschuldigd zijn gedaan, om welke reden Libra International BV c.s. zullen worden veroordeeld tot terugbetaling van hetgeen onverschuldigd is betaald
vervangende bedrijfsruimte?
4.15.
Libra International BV c.s. hebben erkend dat er werkzaamheden aan de werkvloer en kelder moeten plaatsvinden zoals omschreven in het rapport van Inspectus en de offertes van Van Lierop en Zwamtotaal, en de offerte van Baltus Aannemingsbedrijf BV. Voorzienbaar is dat met name tijdens het uitvoeren van herstelwerkzaamheden aan de werkvloer, [eiser] haar bedrijf in het gehuurde – tijdelijk - niet zal kunnen voortzetten. Libra International BV c.s. hebben gesteld dat zij geen alternatieve bedrijfsruimte voor handen hebben, maar ook dat [eiser] geen grondslag voor dit deel van de vordering heeft gegeven. Dit deel van de vordering moet dan ook worden afgewezen. Voorstelbaar is dat partijen afspreken dat gedurende die herstelwerkzaamheden [eiser] geheel vrijgesteld zal zijn van het betalen van huur.
conclusie
4.16.
Uit de vorige overwegingen volgt dat de gevorderde maatregelen grotendeels moeten worden toegewezen, onder verband van een dwangsom, die voor een deel gematigd zal worden, en dat de huurprijs vanaf 7 mei 2024 met 15% wordt verminderd met de veroordeling van Libra International BV c.s. tot terugbetaling van hetgeen om die reden onverschuldigd is betaald.
proceskosten
4.17.
Libra International B.V. c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,57
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.201,57
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Libra International BV c.s. tot het aanwijzen van een aanspreekpunt/projectleider, en daarvan [eiser] schriftelijk kennis te geven onder vermelding van naam, functie en contactgegevens binnen vijf dagen na dit vonnis,
5.2.
veroordeelt Libra International BV c.s. om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis één of meer gekwalificeerde aannemers te contracteren voor uitvoering van de herstelwerkzaamheden en daarvan schriftelijk bewijs aan [eiser] te verstrekken,
5.3.
veroordeelt Libra International BV c.s. om binnen deze zelfde periode van veertien dagen feitelijk aan te vangen met de herstelwerkzaamheden,
5.4.
veroordeelt Libra International BV c.s. om de navolgende concrete herstelmaatregelen ononderbroken uit te voeren en deze uiterlijk binnen twaalf weken na de feitelijke aanvang volledig en deugdelijk op te leveren, conform de bevindingen en aanbevelingen uit het rapport van Lavos Totaalservice BV van 2 september 2025 en de aanvullende bevindingen van Inspectus en Van Lierop, te weten:
sanering van schimmel (zwarte en toxische) op alle aangetaste oppervlakken, inclusief reiniging en, waar nodig, vervanging van besmet materiaal (met uitzondering van het ventilatiesysteem en de ventilatiekanalen);
herstel en vochtwering van de kelderbak, waaronder dichten van lekkagepunten en het aanbrengen van een duurzame vochtkering tegen optrekkend vocht;
herstel of vervanging van aangetaste constructieve delen, waaronder balken, ondervloer en aangetaste delen van de keukenvloer;
herstel van dak- en leiding lekkages die tot waterinslag leiden,
5.5.
veroordeelt Libra International BV c.s. het gehuurde, na uitvoering van vorengenoemde werkzaamheden, zonder gebreken en volledig deugdelijk opgeleverd aan [eiser] ter beschikking te stellen,
5.6.
een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 5000,00 per dag of dagdeel dat Libra International BV c.s. nalaten te voldoen aan één of meer van de verplichtingen genoemd onder 5.1. tot en met 5.5. tot een maximum van € 250.000,00,
5.7.
veroordeelt Libra International BV c.s. om aan [eiser] binnen veertien dagen na betekening van het vonnis een concrete, volledige en gedetailleerde planning te verstrekken van alle onder 5.4. bedoelde herstelwerkzaamheden, voorzien van fasering, uitvoerders (met naam en contactgegevens), concrete aanvangsdata en concrete (tussen)opleverdata en gedurende de uitvoering wekelijks schriftelijke en inhoudelijke voortgangsrapportage te verstrekken aan [eiser] , en haar gemachtigde, op straffe van een dwangsom van € 1000,00 per dag of dagdeel dat Libra International BV c.s, hiermee in gebreke blijven tot een maximum van € 100.000,00,
5.8.
verlaagt de geldende huurprijs met 15% over de periode vanaf 7 mei 2024 tot aan de dag van volledige en deugdelijke, duurzame hersteloplevering,
5.9.
veroordeelt Libra International BV c.s. tot terugbetaling aan [eiser] van hetgeen op grond van 5.8. van deze uitspraak door [eiser] onverschuldigd is betaald, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te verhogen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,
5.10.
veroordeelt Libra International B.V. c.s. in de proceskosten van € 1.201,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Libra International B.V. c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.11.
veroordeelt Libra International B.V. c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.12.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.13.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
47653