Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Procureur de la République près le Tribunal Judiciaire de Lille(Openbaar aanklager bij de Justitiële rechtbank te Lille), Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
De beslissing zal hem na de overlevering onverwijld persoonlijk worden betekend, en
De betrokkene zal na de betekening van de beslissing uitdrukkelijk worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarbij de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing, en
De betrokkene zal geïnformeerd worden over de termijn waarover hij beschikt om verzet of hoger beroep aan te tekenen, namelijk 10 dagen.De betrokkene kan binnen 10 dagen na betekening van het vonnis verzet of hoger beroep aantekenen. In dit geval zal het oorspronkelijke vonnis vernietigd worden en zal hij opnieuw voor de feiten worden berecht. Hij zal ook worden voorgeleid aan een rechter (de vrijheids- en detentierechter) die op basis van het aanhoudingsbevel zal beslissen of de betrokkene tot de nieuwe hoorzitting in hechtenis zal blijven."
5.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
Public Prosecutor’s officevan de
Lille District Court, Frankrijk heeft op 5 mei 2026 de volgende garantie gegeven:
7.Artikel 11 OLW Pro: Franse detentieomstandigheden
Lille-Annoeullinof
Lille-Sequedin, hetgeen geen waarschijnlijkheid betreft. Subsidiair stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om opnieuw aanvullende vragen te stellen aan de Franse autoriteiten.
Lille-Annoeullinen
Lille-Sequedin. De verstrekte informatie is te algemeen van aard. Het is onduidelijk over hoeveel vierkante meter persoonlijke ruimte de opgeëiste persoon aldaar zal beschikken en het is niet aan de rechtbank om zelf berekeningen te maken. Bovendien is onduidelijk in hoeverre de overbevolking invloed heeft op de in de verstrekte informatie omschreven celverdeling. Hiermee is het algemene gevaar voor de opgeëiste persoon niet weggenomen.
Fresnes [7] ,niet op de overige materiële detentieomstandigheden maar slechts op de hoeveelheid persoonlijke levensruimte in een meerpersoonscel. Met betrekking tot de tijd die gedetineerden buiten de cel kunnen doorbrengen heeft de rechtbank voor geen enkele Franse detentie-instelling een algemeen gevaar aangenomen. De overige materiële detentieomstandigheden en dagelijkse tijd buiten de cel blijven uiteraard wel van belang indien de opgeëiste persoon over minder dan 3 m2 persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel zal beschikken (vragen 5 tot en met 7 in de onderhavige zaak). De rechtbank verzoekt het IRC hiermee in toekomstige verzoeken om aanvullende informatie rekening te houden.
Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije)van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) – ook wel het arrest
MLgenoemd – uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. [8]
Lille-Annoeullinof
Lille-Sequedin, zodat de rechtbank de detentieomstandigheden in die penitentiaire inrichtingen dient te onderzoeken.
Dorobantuvan het HvJ EU. [9]
Lille-Annoeullinen
Lille-Sequedin, inclusief informatie over de oppervlakte van die cellen, de theoretisch capaciteit ervan en het aantal bedden dat in de cellen is geplaatst. Verder wordt vermeld dat de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen varieert tussen 1,4 en 1,8 m² per cel. Deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank echter te algemeen van aard en onvoldoende concreet, omdat zonder nadere informatie daarover niet bekend is hoeveel mensen op één cel geplaatst worden. Het is immers voorstelbaar dat als gevolg van de aanzienlijke overbevolking bedden worden bijgeplaatst in de cellen. Op basis van de verstrekte informatie kan de rechtbank dan ook niet vaststellen of de opgeëiste persoon in een meerpersoonscel beschikking zal hebben over ten minste 3 m2 persoonlijke leefruimte exclusief sanitaire voorzieningen. Een berekening door de rechtbank van de vermoedelijke persoonlijke leefruimte van de opgeëiste persoon op basis van een aanname van hoeveel gedetineerden in een cel zullen verblijven is geen garantie dat de opgeëiste persoon die ruimte daadwerkelijk zal krijgen, omdat dat in de verstrekte informatie niet is toegezegd door de Franse autoriteiten. [10] De rechtbank wenst evenwel te benadrukken dat het niet nodig is dat wordt vastgesteld over hoeveel m2 persoonlijke leefruimte de opgeëiste persoon exact zal beschikken. Om te kunnen vaststellen of het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen dient de rechtbank ofwel een garantie te ontvangen dat hij over ten minste 3m2 persoonlijke leefruimte (exclusief sanitaire voorzieningen) zal beschikken in een meerpersoonscel, ofwel voldoende concrete informatie te krijgen over de oppervlakte van de cellen (inclusief informatie over de oppervlakte van de sanitaire voorzieningen) met een concrete toezegging ten aanzien van het aantal gedetineerden met wie de opgeëiste persoon die cel zal delen. Vertaald naar de onderhavige zaak betekent dit dat als uit nadere informatie van de Franse autoriteiten zou blijken dat de opgeëiste persoon in een cel zal komen waarin niet meer personen worden gedetineerd dan het aantal bedden dat in de reeds verschafte informatie staat vermeld, de rechtbank over voldoende informatie zou beschikken om te beoordelen of het algemene reële gevaar voor hem is weggenomen.
Lille-Annoeullindan wel
Lille-Sequedinzal komen waarin niet meer personen worden gedetineerd dan het aantal bedden dat in de reeds verschafte informatie 4 mei 2026 staat vermeld?
8.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder 7. geformuleerde vraag aan de Franse autoriteiten te stellen.