Uitspraak
Stichting Ymere,
1.[huurder 1],2. [huurder 2],
1.De procedure
- het instructievonnis van 30 december 2025;
- het bericht dat is ontvangen op 9 april 2026 met producties 10 t/m 14 van [huurders];
- het bericht dat is ontvangen op 16 april 2026 met productie 24 van Ymere;
- de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
3.Het geschil
- te bepalen dat de huurovereenkomst tussen Ymere en [huurders] is geëindigd per 8 november 2025, althans de einddatum vast te stellen;
- veroordeling van [huurders] om de woning binnen acht dagen na de aldus vastgestelde einddatum en na betekening van het vonnis te ontruimen en te verlaten, met machtiging aan Ymere om de ontruiming zo nodig door de deurwaarder te laten bewerkstelligen;
- hoofdelijke veroordeling van [huurders] in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.
- vaststelling dat de huurovereenkomst niet eerder eindigt dan na verloop van een ontruimingstermijn van ten minste twaalf maanden na betekening van het vonnis, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn;
- de voorwaarde dat de beëindiging pas ingaat nadat passende alternatieve woonruimte concreet voor [huurders] beschikbaar is;
- veroordeling van Ymere tot betaling aan [huurders] van de wettelijke vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 7:275 BW Pro;
- veroordeling van Ymere in de proceskosten van de reconventie.