Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de ter zitting overgelegde spreekaantekeningen van beide partijen.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
reëleen niet slechts formele opzeggingsmogelijkheid moet zijn [8] . Ook aan dit vereiste is niet voldaan. Immers, hoewel de huurder formeel gezien de huurovereenkomst kan opzeggen, zal deze daar - zoals ook de Hoge Raad overweegt in (rov. 3.2.8 van) de prejudiciële beslissing - niet snel gebruik van (kunnen) maken, zeker niet in tijden van krapte op de woningmarkt [9] . Het onderhavige wijzigingsbeding voldoet dus aan de omschrijving van de op de indicatieve lijst voorkomende wijzigingsbedingen.
evenredigmoeten zijn (artikel 8 ter Pro lid 1), maakt niet dat vernietiging van het huurprijswijzigingsbeding achterwege moet blijven. Nog los van het feit dat dit evenredigheidsvereiste voortvloeit uit dezelfde rechtspraak die noopt tot de hiervoor bedoelde toetsing en sanctionering, heeft Stadgenoot onvoldoende gemotiveerd gesteld dat deze sanctionering in de praktijk onevenredig voor haar uitpakt.
mr. E.J.E. van IJken, de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.