Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 1] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, in de periode van 18 december 1994 tot en met 17 december 2000 te Amsterdam;
2. poging tot het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 1] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, in de periode van 18 december 1994 tot en met 17 december 2000 te Amsterdam;
3. het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, in de periode van 18 december 2000 tot en met 1 juni 2002 te Amsterdam;
4. poging tot het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, in de periode van 18 december 2000 tot en met 1 juni 2002 te Amsterdam;
5. het plegen van ontuchtige handelingen met [benadeelde partij 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, in de periode van 18 december 1994 tot en met 1 juni 2002 te Amsterdam;
6. het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, in de periode van 21 juni 1994 tot en met 20 juni 1997 te Amsterdam;
7. poging tot het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 2] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, in de periode van 21 juni 1994 tot en met 20 juni 1997 te Amsterdam;
8. het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, in de periode van 21 juni 1997 tot en met 20 juni 1998 te Amsterdam;
9. poging tot het plegen van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, bij [benadeelde partij 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, in de periode van 21 juni 1997 tot en met 20 juni 1998 te Amsterdam;
10. het plegen van ontuchtige handelingen met [benadeelde partij 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt in de periode van 21 juni 1994 tot en met 20 juni 1998 te Amsterdam;
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
de rechtbank: de bijnaam van verdachte is ‘ [bijnaam verdachte]’] en dat het haar ook is overkomen.
.De verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] vinden dus (ook) op die specifieke en concrete aan het misbruik gerelateerde punten over en weer bevestiging in elkaar.
“aan verdachtes zorg of waakzaamheid was toevertrouwd”),gold ten tijde van het plegen van deze feiten niet. [2] De rechtbank neemt deze daarom niet mee in de bewezenverklaring.
5.Bewezenverklaring
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
gevangenisstrafvoor de duur van
zesenhalf (6,5) jaar (78 maanden)opleggen.
9.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde partij 1]van
€ 267,20en de vordering van
[benadeelde partij 2]van
€ 385,-in het geheel toegewezen.
[benadeelde partij 1]als
[benadeelde partij 2]de gevorderde immateriële schadevergoeding van
€ 30.000,-in zijn geheel toe.
€ 30.267,20(€ 267,20 + € 30.000,-), vermeerderd met de wettelijke rente over € 133,60 vanaf 20 januari 2022, over € 133,60 vanaf 31 januari 2022 en over € 30.000,-vanaf 18 december 1997.
€ 30.385,-(€ 385,- + € 30.000,-), vermeerderd met de wettelijke rente over € 385,- vanaf 31 december 2022 en over € 30.000,-.vanaf 21 juni 1996.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte ter zake van het onder
5 en 10 ten laste gelegde.
3, 4, 7 en 9 ten laste gelegdeniet bewezen en
spreekt verdachte daarvan vrij.
bewezendat verdachte het onder
1, 2, 6 en 8 ten laste gelegdeheeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
78 (achtenzeventig) maanden.
[benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van
€ 267,20(
tweehonderd zevenenzestig euro en twintig eurocent) aan vergoeding van materiële schade en
€ 30.000,- (dertigduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 133,60 vanaf 20 januari 2022, over € 133,60 vanaf 31 januari 2022 en over € 30.000,- vanaf 18 december 1997, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 1]voornoemd.
nihil.
[benadeelde partij 1]aan de Staat
€ 30.267,20(
dertigduizend tweehonderd zevenenzestig euro en twintig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 133,60 vanaf 20 januari 2022, over € 133,60 vanaf 31 januari 2022 en over € 30.000 vanaf 18 december 1997, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
158 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
[benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van
€ 385,-(
driehonderd vijfentachtig euro) aan vergoeding van materiële schade en
€ 30.000,- (dertigduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 385,- vanaf 31 december 2022 en over € 30.000,- vanaf 21 juni 1996, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 2]voornoemd.
nihil.
[benadeelde partij 2]aan de Staat
€ 30.385,(
dertigduizend driehonderd vijfentachtig euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 385,- vanaf 31 december 2022 en over € 30.000 vanaf 21 juni 1996, steeds tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
159 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.