ECLI:NL:RBAMS:2026:6266
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beslissing ongegrond bezwaar tegen opname DNA-profiel na taakstraf minderjarige
De rechtbank Amsterdam behandelde het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel in de databank. Veroordeelde was veroordeeld voor openlijke geweldpleging en belediging van een ambtenaar, waarvoor een taakstraf van 60 uren werd opgelegd, waarvan 20 uren voorwaardelijk.
Veroordeelde stelde dat vanwege zijn minderjarige leeftijd en de geringe straf de opname van zijn DNA disproportioneel was en dat bijzondere omstandigheden, waaronder de context van het misdrijf, een uitzondering op de Wet DNA rechtvaardigden. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat geen uitzonderingssituatie aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat het gepleegde misdrijf voldoet aan de criteria voor DNA-afname en dat de uitzonderingsgronden niet van toepassing zijn. De minderjarige leeftijd en de geringe straf zijn onvoldoende om het bepalen en verwerken van het DNA-profiel te weigeren, mede omdat veroordeelde na de veroordeling opnieuw een geweldsfeit pleegde, wat wijst op een niet gering recidivegevaar.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde de verplichting tot opname van het DNA-profiel. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen opname van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard en de opname blijft verplicht.