Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6248

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/13/776293 / HA ZA 25-1539
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:89 BWArt. 6:119 BWArt. 8:211 BWArt. 8:216 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ondermaatse rechtsbijstand advocaat bij overnamegeschil

Volharding Tankrederij B.V. vordert schadevergoeding van DVDW Advocaten B.V. wegens vermeende ondermaatse rechtsbijstand bij geschillen met Koole na overname van een scheepvaarttak. Volharding stelt dat DVDW onzorgvuldig handelde door niet tijdig te waarschuwen voor contractuele vervaltermijnen, waardoor aanvullende schade niet kon worden teruggevorderd.

De rechtbank onderzoekt drie geschillen: CAO-verhogingen, pensioennaheffingen en de Fairwindconstructie. Koole heeft reeds schade vergoed voor de eerste twee kwesties, en de rechtbank oordeelt dat Volharding voldoende informatie had om toekomstige kosten in te schatten. Voor de Fairwindconstructie is onvoldoende aannemelijk dat DVDW aansprakelijk is, mede omdat de garanties van Koole slechts tot 3 februari 2022 lopen en DVDW zich terugtrok voordat latere vorderingen werden ingesteld.

De rechtbank concludeert dat DVDW niet tekort is geschoten en wijst de vordering af. Volharding wordt veroordeeld in de proceskosten van DVDW.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Volharding af en veroordeelt haar in de proceskosten van DVDW.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/776293 / HA ZA 25-1539
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
VOLHARDING TANKREDERIJ B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaten: mr. S.H.M. Zuidervliet, mr. J-J.H. Budé,
tegen
DVDW ADVOCATEN B.V.,
gevestigd te Den Haag,
gedaagde,
advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg.
Partijen worden hierna Volharding en DVDW genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 september 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 21 januari 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 april 2026 en de daarin vermelde stukken.
1.2.
Ten slotte wijst de rechtbank vandaag vonnis.

2.De zaak in het kort

2.1.
Advocatenkantoor DVDW heeft Volharding rechtsbijstand verleend bij geschillen met een derde partij, Koole. Deze geschillen zijn ontstaan na de overname van een deel van Koole door Volharding. Volgens Volharding was de rechtsbijstand van DVDW ondermaats en is DVDW aansprakelijk voor schade van Volharding in deze geschillen met Koole. DVDW ontkent onzorgvuldig te hebben gehandeld en ontkent ook dat Volharding schade heeft geleden, voor zover zij dit niet al vergoed heeft gekregen van Koole.
2.2.
De rechtbank zal de vordering afwijzen. De zaak draait om drie geschillen tussen Volharding en Koole waarbij DVDW betrokken was. Vastgesteld kan worden dat Koole het overnamecontract met Volharding voor een deel heeft geschonden. In die gevallen heeft Koole echter al de schade van Volharding vergoed en zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor aanvullende schade van Volharding. Niet kan worden vastgesteld dat Koole de overeenkomst ook overigens heeft geschonden, waardoor er ook geen grond is voor aansprakelijkheid van DVDW.

3.De feiten

3.1.
Volharding is een
joint venturetussen partijen met expertise op het gebied van de binnenvaart, zeevaart en scheepsbouw. DVDW is een advocatenkantoor dat Volharding heeft bijgestaan in geschillen die verband houden met de overname door Volharding van de scheepvaarttak van Koole Terminals B.V. (Koole), thans geheten Chane Terminals B.V.
3.2.
Op 28 oktober 2021 heeft DVDW een opdrachtbevestiging gestuurd aan PMV Investments B.V. (hierna: PMV Investments), indirect aandeelhouder van Volharding. In deze opdrachtbevestiging zijn de algemene voorwaarden van DVDW van toepassing verklaard. Over de aansprakelijkheid van DVDW is in artikel 6.6 van de algemene voorwaarden opgenomen:
“Onverminderd het bepaalde in artikel 6:89 BW Pro vervalt een aanspraak tot schadevergoeding indien niet binnen zes maanden nadat de feiten waarop de aanspraak is gebaseerd bij de opdrachtgever bekend waren of redelijkerwijs bekend konden zijn geweest, die aanspraak bij de bevoegde rechter aanhangig is gemaakt.”
De algemene voorwaarden bepalen dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen.
3.3.
Op 7 december 2022 heeft Volharding een opdrachtbevestiging van DVDW ontvangen, waarop dezelfde algemene voorwaarden van toepassing zijn.
3.4.
Op 14 februari 2024 heeft DVDW Volharding verzocht een andere advocaat te zoeken, waarmee Volharding diezelfde dag heeft ingestemd.
De overname en de SPA
3.5.
In 2021 heeft Koole besloten haar scheepvaarttak, bestaande uit Koole Tankrederij B.V. en Star Bonaire B.V. (hierna: de Target Group) af te stoten. Het verkoopproces liep via een
controlled auctionmet meerdere geïnteresseerde partijen. Onderdeel van het verkoopproces was een
due dilligencedie potentiële kopers de benodigde informatie verstrekt, onder andere via een
data roommet financiële en juridische documenten.
3.6.
Volharding heeft op 8 november 2021 een bod uitgebracht, waarna Koole met haar in onderhandeling is getreden. In die fase heeft DVDW juridisch advies gegeven aan PMV Investments.
3.7.
Op 3 februari 2022 hebben Volharding en Koole een
share purchase agreement(SPA) ondertekend, waarmee Volharding de aandelen in de Target Group heeft gekocht. Dit geldt als de
closing protocol date. De
closing-datum is 5 juli 2022, de dag waarop de aandelen zijn geleverd aan Volharding.
3.8.
Volharding en Koole hebben de effectieve datum vastgelegd op 31 oktober 2021. Vanaf dat moment is Volharding economisch eigenaar van de aandelen van de Target Group en draagt zij dus alle risico’s. Hierop zijn Volharding en Koole enkele uitzonderingen overeengekomen, zogenaamde ‘garanties’. Een inbreuk op een garantie door Koole, maakt haar aansprakelijk voor eventuele schade van Volharding. Koole is alleen aansprakelijk voor een inbreuk als deze berust op feiten die niet eerder zijn vrijgegeven. De garanties zien alleen op de
closing protocol datevan 3 februari 2022, blijkt uit artikel 10.1 SPA.
3.9.
Over de garanties is in artikel 10 SPA Pro opgenomen:
“10.1 The Seller hereby represents and warrants to the Purchaser (i) that each and every Seller’s Warranty is true and accurate as at the Signing Protocol Date and (ii) that the Seller’s Warranties set forth in Schedule 4 and under paragraphs 1,2,3,4 (excluding 4.7), 5 (excluding 5.1g), 6, 7 (excluding 7.4), 13.1, 13.6, 13.8, 13.14, 14.1, 14.2, 14.3, 14.5, 15 (excluding 15.3), 16.1, 16.2, 16.7 and 16.8 will be true and accurate at Closing (or the specific date mentioned).
[…]
10.4
The Purchaser hereby acknowledges that: (i) the Assets held by the Target Group are acquired by the Purchaser on an "as is where is" basis and the Seller has not made and does not make any representation, warranty or guarantee of any kind with respect to the Assets, other than the Seller Warranties, (ii) it has such knowledge and experience in financial and business matters that it is reasonably capable of evaluating the Transaction, (iii) it has completed its due diligence investigation, analysis and evaluation of the Target Group, the Shares and the Business, (iv) it has made such reviews and inspections of the Target Group, the Shares, the Business and the Assets as it has deemed reasonably necessary or appropriate, and (v) in making its decision to enter into this Agreement and to consummate the Transaction it has relied on its own independent investigation, analysis and evaluation and the Seller's Warranties.”
3.10.
De aansprakelijkheid van Koole volgt uit artikel 12 SPA Pro:
“12.1 In the event of a breach of any of the Seller's Warranties (a Breach), the Seller shall, subject to the limitations set out in this clause 12, Schedule 5 (Limitations of liability) and any other applicable limitations of liability, compensate the Purchaser, or at the election of the Purchaser to the Target Group, for the Damages incurred by the Purchaser and/or the Target Group as a result of such Breach. The Seller can, in this context, not invoke force majeure (overmacht).”
3.11.
Artikel 13 SPA Pro luidt:
“13.1 If the Purchaser becomes aware of any claim or potential claim by a third party that might give rise to a Claim (a Third Party Claim), the Purchaser shall:
(a) within 15 Business Days of becoming aware of it give notice of the Third Party Claim to the Seller and ensure that the Seller is given all reasonable information and facilities to investigate such Third Party Claim;
(b) not (and ensure that each member of the Purchaser Group shall not) admit liability or make any agreement or compromise in relation to the Third Party Claim without prior written approval of the Seller; and
(c) ensure that it and each member of the Purchaser Group shall: (i) take such action as the Seller may reasonably request to avoid, resist, dispute, appeal, compromise or defend the Third Party Claim, (ii) allow the Seller (if it elects to do so) to take over the conduct of all proceedings and/or negotiations arising in connection with the Third Party Claim at the Seller's risk and cost, and (iii) provide such information and assistance as the Seller may reasonably require in connection with the preparation for and conduct of any proceedings and/or negotiations relating to the Third Party Claim, provided that at all times the Seller shall take into account the reasonable commercial interests of the Target Group (and the Purchaser shall take into account the reasonable interests of the Seller in case the Seller has not taken over the conduct as set out in this clause 13.1).”
3.12.
Bijlage 4 bij de SPA bevat de volgende garanties aan Volharding:
“13.3 The Target Group has in relation to each Employee at all times complied with all applicable (labour and pension) laws and regulations in all material respects and, so far as the Seller is aware, no present or former employee or deemed employee, self-employed individual and/or temporary worker has a claim against the Target Group, whether for payment of salary, termination of employment, illness or otherwise, in relation to their employment or engagement with the Target Group or the termination thereof.
[…]
13.11
The Target Group has discharged its obligations in full in relation to salary, wages, fees, commissions, bonuses, overtime pay, holiday pay, sick pay, Tax, national insurance, pension schemes and all other benefits and emoluments relating to its employees, officers, workers and consultants.
13.12
In the twelve months prior to the Signing Protocol Date, the Target Group has in relation to each of its Employees and former employees, trade unions, works councils and other bodies representing Employees, at all times complied with its material obligations under any Laws, collective bargaining agreements, individual employment agreements, reorganization plans and social plans.
13.13
The Target Group is not involved in any strike or trade dispute or any dispute or negotiation regarding a claim with a trade union or other body representing Employees or former employees of any Target Group Company.
13.14
The Target Group has at all times complied with its material obligations and the applicable Laws in relation to temporary workers, payroll workers, freelancers and contractors working for the Target Group.
[…]
14.1
Other than the pension arrangements disclosed in the Data Room, there is no arrangement in respect of the Employees that the Target Group is liable to contribute to. The pension arrangements disclosed in the Data Room are true.
14.2
All contributions due and payable by the Target Group under the applicable pension arrangements have been paid or reserved.”
3.13.
De aansprakelijkheid van Koole is in bijlage 5 beperkt:
“1.Claim notification. If the Purchaser is notified or becomes aware of a fact, circumstance or event which may lead to a Claim, the Purchaser shall inform the Seller thereof as soon as possible, however, not later than within 20 Business Days upon being so notified or having become so aware, (i) setting out such information as is available to any member of the Purchaser Group as is reasonably necessary to enable the Seller to assess the merits of the claim and (ii) specifying information of the legal and factual basis of the claim and the evidence on which the Purchaser relies and, if possible, an estimate of the amount of Damages which are, or are to be, the subject of the claim (including any Damage which is contingent). Any failure of the Purchaser to notify the Seller within the aforementioned time limit and manner shall only limit or exclude the liability of the Seller if and to the extent that the delay caused irreparable damages to the Seller or increase of the Damages. Parties expressly exclude applicability of section 7:23 paragraph 2 DCC and section 6:89 DCC.
2.Time Limits. The Seller shall not be liable for any Breach unless the Seller receives from the Purchaser written notice in accordance with paragraph 1 above of the Breach:
( a) in case of any Breach, other than with respect to the Tax Warranties and Fundamental Warranties, before the date that falls 18 months after Closing;
[…]
6.Claim to be withdrawn unless litigation commenced. Any Claim shall (if it has not been previously satisfied, settled or withdrawn) be deemed to have been withdrawn twelve months after the notice is given pursuant to paragraph 1 of this Schedule 5, unless legal proceedings in respect of it have been commenced by being both issued and served and are being, or continued to be, pursued with reasonable diligence. No new Claim may be made in respect of the facts, matters, events or circumstances giving rise to any such withdrawn Claim.
[…]
9.Matters disclosed. The Seller shall not be liable for any Breach if and to the extent that the fact, matter, event or circumstance giving rise to such Breach is Disclosed.”
Geschillen met Koole
3.14.
Vanaf 2022 zijn drie geschillen ontstaan tussen Volharding en Koole over vermeende inbreuken op de garanties.
3.15.
Het eerste geschil gaat over CAO-verhogingen van de CAO Handelsvaart en de daarmee samenhangende salarissen van werknemers van de Target Group.
3.15.1.
Op 28 september 2022 heeft Koole per e-mail aan Volharding laten weten dat het personeel van de Target Group over de jaren 2018, 2019 en 2020 te weinig loon heeft ontvangen.
3.15.2.
Mr. [naam 1] van DVDW heeft de heren [naam 2] en [naam 3], bestuurders van PMV Investments –indirect aandeelhouder van Volharding – op 12 oktober 2022 hierover een e-mail gestuurd met de vraag hoe het ervoor staat met de besprekingen met Koole. De heer [naam 4] van Volharding heeft op 20 januari 2023 DVDW laten weten dat de achterstallige loonvorderingen van de (oud-)werknemers in overleg met Koole zijn begroot op € 150.651,71. Uiteindelijk heeft Koole op 13 maart 2024 € 111.252,80 aan Volharding overgemaakt, waarmee dit geschil met Koole was afgewikkeld.
3.16.
Het tweede geschil gaat over pensioenafdrachten van Koole.
3.16.1.
Op 4 juli 2022 heeft Koole tijdvakcorrecties gestuurd naar Stichting bedrijfstakpensioenfonds Rijn- & Binnenvaart voor de periode januari 2019 tot en met december 2021. Dit heeft geresulteerd in een naheffing over die periode van € 139.775,78, zo blijkt uit een brief van het Pensioenfonds van 28 oktober 2022 aan Volharding. Diezelfde dag heeft mevrouw [naam 4] van Volharding DVDW van de naheffing op de hoogte gebracht. Koole heeft op 12 april 2023 het volledige bedrag van de naheffing aan Volharding betaald.
3.17.
Het derde geschil gaat over de zogenaamde ‘Fairwindconstructie’.
3.17.1.
Fairwind Ltd. is een Cypriotische vennootschap die twee bemanningsleden van Star Bonaire te weinig loon heeft betaald. Dit blijkt uit een brief aan Star Bonaire – inmiddels onderdeel van Volharding geworden – van 19 oktober 2022 van de Internationale Vakbond Nautilus International. Mevrouw [naam 4] van Volharding heeft dit bericht op 28 oktober 2022 aan DVDW gestuurd.
3.17.2.
Op 28 november 2023 heeft de kantonrechter Fairwind veroordeeld tot betaling van achterstallig loon vanaf 8 februari, respectievelijk 1 juni 2023, aan de twee bemanningsleden. Dit heeft Fairwind niet gedaan, waarna de bemanningsleden op 5 januari 2024 executoriaal beslag hebben gelegd op twee schepen van Star Bonaire.
3.17.3.
Tegen dit beslag heeft Star Bonaire, bijgestaan door DVDW, in januari 2024 tevergeefs een opheffingskortgeding gevoerd. Vervolgens heeft Star Bonaire € 178.000,- aan de bemanningsleden betaald en is het beslag opgeheven.
3.17.4.
Op 7 augustus 2024 heeft de kantonrechter Fairwind bij verstek veroordeeld tot betaling van € 580.840,19 aan achterstallig loon vanaf 2018 aan de twee bemanningsleden. Ook nu volgt executoriaal beslag op de schepen van Star Bonaire en betaling van de vordering door Star Bonaire.

4.Het geschil

4.1.
Volharding vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
I. voor recht verklaart dat DVDW tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht,
II. DVDW veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding aan Volharding, nader op te maken bij staat,
III. DVDW veroordeelt tot betaling van de proceskosten van Volharding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Volharding legt aan de vordering ten grondslag dat DVDW onzorgvuldig heeft gehandeld en beroepsfouten heeft gemaakt. Hierdoor is zij tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht en heeft Volharding schade geleden. DVDW heeft contractuele vervaltermijnen die in de SPA zijn opgenomen laten verlopen zonder Volharding te waarschuwen en daardoor was Volharding te laat om nog schade te kunnen terugvorderen bij Koole.
4.2.1.
Ten aanzien van de CAO-verhogingen heeft DVDW nagelaten Volharding erop te wijzen dat dit lijdt tot meer schade dan zij van Koole vergoed heeft gekregen en dat ze die schadevergoeding binnen de vervaltermijn moet terugvorderen van Koole. Deze aanvullende schade ziet op het feit dat Volharding door deze inbreuk van Koole een te hoog overnamebedrag voor de Target Group heeft betaald.
4.2.2.
Ook voor de pensioennaheffing geldt dat DVDW Volharding niet op de aanvullende schade heeft gewezen, waardoor Volharding niet binnen de vervaltermijn een schadevordering tegen Koole heeft kunnen instellen.
4.2.3.
Het geschil omtrent de Fairwindconstructie bevat twee verwijten aan DVDW. Ten eerste had DVDW het beslag van de twee bemanningsleden moeten zien aankomen omdat zij een rechtstreeks verhaalsrecht hebben op Star Bonaire (artikel 8:211 sub b en Pro 8:216 BW). DVDW had Volharding hiervoor moeten waarschuwen. Door deze beslagen zag Star Bonaire zich genoodzaakt de bemanningsleden te betalen ook al had de rechter geoordeeld dat Fairwind hen moest betalen. Ten tweede was het opheffingskortgeding dat Star Bonaire tegen de twee bemanningsleden heeft gevoerd kansloos, waardoor zij onnodige kosten heeft gemaakt.
4.3.
DVDW voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Volharding in de proceskosten.
4.3.1.
Voor de CAO-verhogingen is Volharding schadeloos gesteld door Koole en voor het overige betwist DVDW dat sprake is van een schending van garanties. In het
due dilligence-rapport stond namelijk vermeld dat de werknemers van de Target Group in 2018, 2019 en 2020 niet in lijn met de CAO zijn betaald. Omdat deze informatie dus op voorhand bekend was bij Volharding, kan dit geen schending van een garantie opleveren.
4.3.2.
Hetzelfde geldt voor de pensioennaheffing; Volharding is door Koole schadeloos gesteld en heeft na 2022 geen naheffingen meer ontvangen. De naheffing van 28 oktober 2022 is een correctie op eerdere aangiften die niet tijdig verwerkt konden worden, waardoor het pensioenfonds met voorschotten moest werken die ze later heeft gecorrigeerd.
4.3.3.
Tot slot betwist DVDW dat omtrent de Fairwindconstructie sprake was van een schending op een garantie, althans aansprakelijkheid van DVDW. De eerste loonvordering van de bemanningsleden ging over de periode vanaf februari 2023. De garanties van Koole strekken slechts tot aan de
closing protocol datevan 3 februari 2022. Schade als gevolg van feiten van na die datum kunnen geen schending en dus ook geen aansprakelijkheid opleveren. De tweede vordering van de bemanningsleden gaat wel verder terug in de tijd, maar toen ze die vordering instelden stond DVDW Volharding niet meer bij. Verder betwist DVDW dat het opheffingskortgeding jegens de bemanningsleden kansloos was.

5.De beoordeling

5.1.
In de kern komt de zaak neer op de vraag of Volharding recht heeft op schadevergoeding van DVDW wegens wanprestatie (artikel 6:74 BW Pro) binnen een overeenkomst van opdracht. Het is aan Volharding als eisende partij om dit te stellen en te onderbouwen. Naast de schade die Volharding al vergoed heeft gekregen van Koole stelt zij dat ze aanvullende schade heeft geleden doordat ze een te hoog overnamebedrag heeft betaald. Door het verstrijken van de vervaltermijn van 12 maanden kan ze deze schade niet meer van Koole terugvorderen en daarvoor is DVDW aansprakelijk.
5.2.
Voorop staat dat een partij schade kan lijden als zij geconfronteerd wordt met meer kosten voor de bedrijfsvoering dan zij op basis van de due diligence mocht verwachten en zij als gevolg daarvan het bedrag van de overname te hoog heeft ingeschat, zoals Volharding stelt. Er moet dan sprake zijn van kosten waar men op het moment van de overname niet van op de hoogte was. In het onderhavige geval moet het tevens schade zijn die Volharding onder de garantieverplichtingen van Koole had kunnen terugvorderen. Voor zover er sprake is van een inbreuk op de garanties is DVDW hiervoor aansprakelijk als deze schade door haar toedoen is ontstaan. De rechtbank komt tot de conclusie dat aan deze criteria niet is voldaan. Hieronder volgt de toelichting op dit oordeel.
5.3.
Verhoudingen Volharding, PMV Investments en DVDW
5.3.1.
Op de zitting hebben partijen discussie gevoerd over de vraag wanneer DVDW betrokken was als advocaat van PMV Investments – indirect aandeelhouder van Volharding – en vanaf welk moment als advocaat van Volharding. Partijen zijn het erover eens dat DVDW vanaf 28 oktober 2021 optrad als advocaat van PMV Investments omdat de opdrachtbevestiging aan PMV Investments van die datum is. Ook zijn partijen het erover eens dat DVDW aan Volharding op 7 december 2022 een opdrachtbevestiging heeft gestuurd. Volgens Volharding adviseerde DVDW haar echter al langere tijd gelet op correspondentie en facturatie van vóór 7 december 2022 en waren de algemene voorwaarden van DVDW dus ook al eerder van toepassing. DVDW spreekt dit tegen en meent dat de overeenkomst van opdracht tussen haar en Volharding van 7 december 2022 is. Eerder heeft zij Volharding niet bijgestaan.
5.3.2.
De rechtbank kan op basis van het dossier en de standpunten van partijen niet vaststellen of Volharding en DVDW vóór 7 december 2022 al contractspartijen waren of niet. Daar is nadere bewijslevering voor nodig. Om proceseconomische redenen gaat de rechtbank niet over tot het geven een bewijsopdracht omdat DVDW reeds op andere gronden niet aansprakelijk is jegens Volharding. Deze uitkomst zou niet anders zijn als wel of niet bewezen wordt dat de contractuele relatie al voor 7 december 2022 bestond. De drie verschillende aansprakelijkheidsgronden worden daarvoor beoordeeld.
5.4.
De CAO-verhogingen
5.4.1.
Volgens Volharding heeft Koole haar in september 2022 op de hoogte gebracht van het feit dat het personeel van de Target Group enkele jaren vóór oktober 2020 niet conform de CAO Handelsvaart betaald heeft gekregen. Dit is een schending van de garanties die Koole in artikel 13 SPA Pro heeft gegeven. Koole heeft Volharding hiervoor een vergoeding van € 111.252,80 betaald, maar Volharding meent aanvullende schade te hebben geleden doordat zij de personeelskosten van de Target Group voor de toekomst niet goed heeft kunnen inschatten. Voor het vorderen van deze schade wegens te lage beloning geldt een contractuele vervaltermijn van één jaar. DVDW heeft Volharding hier niet op gewezen, waardoor Volharding Koole niet op tijd heeft kunnen dagvaarden voor haar aanvullende schade, aldus Volharding.
5.4.2.
DVDW ziet dit anders: zij was op de hoogte van het geschil met Koole over de CAO-verhoging, maar was niet rechtstreeks betrokken bij overleggen tussen Volharding en Koole over de salarissen. Deze overleggen hebben geleid tot het bedrag dat Koole aan Volharding als schadevergoeding heeft betaald en DVDW mocht er dus op vertrouwen dat Volharding hiermee akkoord was. Er was geen aanleiding om aanvullende schadevergoeding te vorderen van Koole. Verder heeft DVDW op de zitting toegelicht dat in de
data roombij de
due dilligencede salariscijfers van 2020 en 2021 vermeld stonden. Tijdens de
due dilligencein 2021 had Volharding dus al kunnen zien dat in 2020, 2019 en 2018 niet conform de CAO is uitbetaald en dit kunnen meenemen bij haar overnamebod. Vanaf 2021 is wel met de juiste bedragen gerekend en die waren op dat moment ook bekend bij Volharding.
5.4.3.
De rechtbank overweegt dat partijen het erover eens zijn dat Volharding de extra salariskosten over de jaren 2018, 2019 en 2020 van Koole vergoed heeft gekregen. Vervolgens is de vraag of Volharding aanvullende schade heeft geleden, waar DVDW mogelijk aansprakelijk voor is.
5.4.4.
Volharding heeft op de zitting erkend dat de
data roomde salariscijfers van 2020 en 2021 bevatte. Ook heeft Volharding niet tegengesproken dat de cijfers van 2021 conform de CAO waren. Dit heeft tot gevolg dat Volharding de benodigde, correcte salariscijfers had om haar toekomstige salarisuitgaven te kunnen berekenen voordat zij de Target Group overnam. Hierdoor is het niet vast komen te staan dat de fout over de jaren 2018 tot en met 2020 invloed heeft gehad op het overnamebedrag of is dat aan Volharding zelf te wijten. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat Volharding door toedoen van DVDW een te hoog overnamebedrag heeft betaald en daardoor aanvullende schade heeft geleden.
5.4.5.
De rechtbank komt tot de conclusie dat voor zover Koole haar garanties heeft geschonden, zij die schade over de jaren 2018, 2019 en 2020 heeft vergoed aan Volharding. Volharding had de correcte cijfers voor 2021 om daarmee haar toekomstige salariskosten te berekenen voor de overname. Volharding heeft tegen die achtergrond onvoldoende gesteld en onderbouwd dat zij aanvullende schade heeft geleden.
5.5.
De pensioennaheffing
5.5.1.
Ook ten aanzien van de pensioennaheffing meent Volharding dat zij aanvullende schade in de vorm van een te hoog overnamebedrag heeft geleden bovenop de vergoeding die zij van Koole heeft ontvangen. DVDW had haar hierop moeten wijzen en ook op de vervaltermijn van 12 maanden uit de SPA.
5.5.2.
DVDW betwist dat de vervaltermijn is gaan lopen omdat er überhaupt geen sprake was van een inbreuk van Koole op een garantieverplichting. Dit blijkt uit de volgende e-mail van het pensioenfonds aan Volharding van 28 oktober 2022:
“Op 4 juli 2022 zijn er via pensioenaangifte tijdvakcorrecties ingestuurd voor de periode januari 2019 t/m december 2021. Dat resulteert in een grote naheffing voor bovenstaande periode.
In de pensioenaangifte van november 2021 is uitval geweest. Als gevolg daarvan stonden de overige berichten (vanaf december 2021 t/m juni 2022) in een wachtstand en konden niet verwerkt worden. Hierdoor zijn voor de maanden december 2021 t/m juni 2022 alleen voorschotnota’s in rekening gebracht. Deze voorschotten zijn gebaseerd op een schatting en niet op de ingestuurde pensioenaangiften.
Na verwerking van deze pensioenaangiften is de daadwerkelijke premie bepaald, en dat kunt u terugvinden in nota [naam nota]. Deze nota heeft betrekking op een naheffing over de periode januari 2019 t/m juni 2022.”
Uit deze e-mail blijkt, aldus DVDW, dat de pensioenaangiften van de maanden december 2021 tot en met juni 2022 niet verwerkt konden worden. Daardoor heeft het pensioenfonds alleen voorschotnota’s in rekening kunnen brengen, die gebaseerd zijn op een schatting. Vervolgens zijn de pensioenaangiften alsnog verwerkt en heeft het pensioenfonds een naheffing gestuurd aan Volharding die ziet op de periode januari 2019 tot en met juni 2022.
5.5.3.
Volharding heeft deze redenering van DVDW niet tegengesproken en de rechtbank volgt DVDW hierin. Uit bovenstaande e-mail blijkt dat om onbekende redenen de pensioenaangiften pas op een later moment konden worden verwerkt, wat resulteerde in de naheffing. Deze heeft Koole vergoed aan Volharding. Het is niet komen vast te staan dat sprake is van een onmogelijkheid voor Volharding om de juiste pensioenafdrachten voor de werknemers te berekenen en daarmee niet van een inbreuk van Koole op de garantieverplichtingen voor de toekomst, waardoor de vervaltermijn ook niet is gaan lopen. Voor het overige heeft Volharding onvoldoende onderbouwd dat zij aanvullende schade heeft geleden.
5.6.
De Fairwindconstructie
5.6.1.
Het belangrijkste verwijt van Volharding aan DVDW in deze kwestie is het feit dat DVDW van tevoren Volharding niet heeft gewaarschuwd voor het verhaalsrecht van de twee bemanningsleden op de schepen van Star Bonaire. Op 2 juni 2023 heeft de advocaat van Fairwind Volharding hier al voor gewaarschuwd in een brief aan Star Bonaire en Volharding:
“Kindly note that if Fairwind is found liable towards [de twee bemanningsleden] or any of the crew which has been working for Star Bonaire, Star Bonaire will be liable to indemnify Fairwind in full.”
DVDW heeft dit niet gesignaleerd en vervolgens was Volharding genoodzaakt de bemanningsleden te betalen om de beslagen op te heffen. Fairwind was veroordeeld voor de betaling van deze bedragen, zo had de rechter geoordeeld, maar beslag is gelegd op de schepen van Star Bonaire en hierdoor heeft Volharding schade gelden, aldus Volharding.
5.6.2.
DVDW redeneert als volgt: de bemanningsleden hadden elk twee vorderingen op Fairwind. Hun eerste vorderingen zagen op een periode vanaf 8 februari 2023 en dit is na de
closing protocol datevan 3 februari 2022. Schade als gevolg van feiten van na die datum leveren geen inbreuk op garanties van Koole op en dus ook geen aansprakelijkheid van DVDW. De andere twee vorderingen van de bemanningsleden gaan wel verder terug in de tijd, maar toen die vorderingen werden ingesteld stond DVDW Volharding niet meer bij, aldus DVDW.
5.6.3.
De rechtbank constateert om te beginnen dat uit artikel 10 SPA Pro volgt dat de garanties van Koole lopen tot aan de
closing protocol datevan 3 februari 2022. Dat heeft Volharding ook niet weersproken. De rechtbank begrijpt de stellingen van Volharding zo dat de schade volgens haar ziet op de noodzaak tot betaling van de vorderingen van de bemanningsleden om de beslagen op te heffen, terwijl de rechter had geoordeeld dat Fairwind deze vorderingen moest betalen. Het is echter onduidelijk gebleven waarom Koole daarvoor een betaling verschuldigd zou zijn onder de garantieverplichtingen van de SPA. En verder blijkt uit artikel 10 SPA Pro dat Koole niet aansprakelijk is voor vorderingen van derden die zien op na de
closing protocol datevan 3 februari 2022. De twee eerstgenoemde vorderingen van de bemanningsleden vallen buiten deze periode.
5.6.4.
De andere twee vorderingen van de bemanningsleden gaan wel verder terug in de tijd dan februari 2022, maar daarvoor geldt eveneens dat niet is komen vast te staan dat Koole – en dus mogelijk DVDW – hiervoor aansprakelijk is. De dagvaardingen in deze zaken zijn van na 14 februari 2024, de dag waarop DVDW zich terugtrok als advocaat van Volharding. Bovendien is onvoldoende toegelicht dat een tijdige waarschuwing van DVDW de beslagen, en dus de schade, had kunnen voorkomen. Daarmee is het causaal verband tussen het niet waarschuwen van DVDW en de schade als gevolg van de beslagen niet komen vast te staan.
5.6.5.
Tot slot twisten partijen over de vraag of het opheffingskortgeding rondom de beslagen kansloos was of niet. Volharding meent van wel, waardoor zij nodeloos kosten heeft gemaakt. DVDW betwist dit. Uit het vonnis van de kortgedingrechter komt duidelijk naar voren dat partijen een juridisch inhoudelijk debat hebben gevoerd, waarna de rechter ook inhoudelijk heeft beslist op de vraag of de bemanningsleden beslag mochten leggen op schepen van Star Bonaire waarop zij deels niet werkzaam waren geweest. De rechtbank ziet dan ook niet in waarom dit kortgeding kansloos zou zijn.
5.7.
Conclusie
5.7.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat DVDW in alle drie de kwesties niet aansprakelijk is. De vordering van Volharding zal dan ook worden afgewezen.
5.8.
De proceskosten
5.8.1.
Volharding is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van DVDW betalen. De proceskosten van DVDW worden vastgesteld op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,-)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.209,00
5.8.2.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hieronder vermeld.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vordering van Volharding af,
6.2.
veroordeelt Volharding in de proceskosten van DVDW van € 2.209,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening als Volharding niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro als de proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.