Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
CAPITAL WATERS BEHEER LTD.,
2.
[eiser 2],
[gedaagde 1] B.V.,
[gedaagde 2] B.V.,
[gedaagde 3],
1.De kern van de zaak
2.De procedure
3.De feiten
- twee (vrijwel) gelijkluidende aandelenkoopovereenkomsten inzake de koop van aandelen in [bedrijf 1] en [bedrijf 2] tussen CWB en respectievelijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (hierna: de koopovereenkomsten);
- een addendum bij de koopovereenkomsten tussen CWB, [gedaagde 1] en [gedaagde 3] (hierna: het addendum);
- twee (vrijwel) gelijkluidende aandeelhoudersovereenkomsten tussen de (toekomstig) aandeelhouders van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , waarbij onder meer CWB partij is (hierna: de aandeelhoudersovereenkomsten);
- een geldleningsovereenkomst tussen [eiser 2] , [gedaagde 1] en [gedaagde 3] (hierna: de leningsovereenkomst).
Artikel 2. KOOP EN VERKOOP
NEMEN HET VOLGENDE IN OVERWEGING:
Artikel 2 - rechtskeuze en forumkeuze
We moeten nog kort inrichting van [gedaagde 2] aandelen met haar kortsluiten (ivm mogelijke verwatering of A/B aandelen) dus ik heb een terugbel verzoek voor begin volgende week achtergelaten. Wordt zsm vervolgd!”
Wat is status bij [bedrijf 1] ?”
de aangepaste vergunning van [bedrijf 1] is tijdens mijn vakantie binnen gekomen. Als we verder compleet zijn qua papierwerk kunnen we nu dan bij notaris jouw toetreding laten passeren en kan ik dit vervolgens bij de gemeente melden”
Ik hoop in de loop van volgende week de aandelentransacties van [bedrijf 2] en [bedrijf 1] verder uit te werken”
4.Het geschil
5.De beoordeling
primairebetalingsverbintenis uit een handelsovereenkomst. Daarom wordt in plaats van de wettelijke handelsrente de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van ontbinding, te weten 21 augustus 2025 ( [gedaagde 1] ) en 30 september 2025 ( [gedaagde 2] ). [gedaagde] heeft de verschuldigdheid hiervan niet weersproken.
- de toegewezen vorderingen van CWB op [gedaagde 1] bedragen in totaal € 182.746,13 (€ 62.746,13 + € 120.000), zodat op grond van het Besluit een bedrag van € 2.602,46 aan buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen;
- de toegewezen vordering van CWB op [gedaagde 2] bedraagt € 59.160, zodat op grond van het Besluit een bedrag van € 1.366,60 aan buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen;
- de toegewezen vordering van [eiser 2] op [gedaagde 1] en [gedaagde 3] bedraagt – na aftrek van de voldane betalingen - € 76.004, zodat op grond van het Besluit een bedrag van € 1.535,04 wordt toegewezen.