Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5903

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
13-138329-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel Portugal ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 21 mei 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door een Portugese rechter voor de overlevering van een verdachte geboren in 1996 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De verdachte werd verdacht van onder meer oplichting en witwassen, strafbare feiten volgens Portugees recht.

De verdediging voerde aan dat onduidelijkheid bestond over de aard van het aanhoudingsbevel en de strafbare feiten waarvoor overlevering werd gevraagd. De rechtbank concludeerde echter dat het EAB voldoende duidelijkheid bood over de feiten en dat het aanhoudingsbevel door een rechter was uitgevaardigd.

Verder onderzocht de rechtbank de detentieomstandigheden in Portugal, waarbij zij rekening hield met eerdere uitspraken en rapporten van het European Committee for the Prevention of Torture. Hoewel er een algemeen reëel gevaar was vastgesteld voor bepaalde Portugese gevangenissen, werd geconcludeerd dat de verdachte waarschijnlijk in een andere inrichting (Tires) zal worden geplaatst waar geen dergelijk gevaar bestaat.

De rechtbank oordeelde dat er geen beletsel is voor overlevering en dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen. De overlevering werd daarom toegestaan zonder mogelijkheid tot gewoon rechtsmiddel.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Portugal toe op basis van een geldig Europees aanhoudingsbevel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-138329-26 (EAB 2)
Datum uitspraak: 4 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 15 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 6 mei 2026 door
the Tribunal Judicial da Comarca de Lisboa Norte - Juízo de Instrução Criminal de Loures Juiz 1, Portugal (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] (Portugal),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 mei 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. J.W. Ebbink, advocaat in Haarlem en door een tolk in de Portugese taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Portugese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een:
“Court order issued on 13 April 2026 by the Loures Criminal Investigation Court - Judge 1, which upheld a motion by the Public Prosecutor’s Office - Loures' Department of Investigation and Prosecution - 3rd Section - ordering the issue of arrest warrants outside of
flagrante delicto for the suspect, for the purpose of subjecting them to initial judicial
examination, with a view to applying a coercive measure more severe than declaration of
identity and residence (…)”
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Portugees recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te vragen of er een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door een rechter. Uit het EAB en het a)-formulier blijkt namelijk niet of er door de rechtbank
Loureseen zelfstandig aanhoudingsbevel is uitgevaardigd of slechts een
court orderom het bevel te laten uitvaardigen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het nationaal aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door een rechter.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank leest de in het EAB in onderdeel b) genoemde grondslag voor dat EAB in samenhang met de informatie in het a)-formulier. Onder punt 240 van het A-formulier (
Aanhoudingsbevel of gelijkwaardige rechterlijke beslissing) staat dezelfde (hiervoor geciteerde) tekst als in het EAB. Onder 032 en 035 van het A-formulier staat vermeld dat een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd op 6 mei 2026 door
Dora Dinis (Judge of Law).De rechtbank leidt hieruit af dat naar aanleiding van de
court orderop 13 april 2026 een nationaal aanhoudingsbevel is uitgevaardigd op 6 mei 2026 door een rechter. De rechtbank wijst daarom het aanhoudingsverzoek van de raadsman af.
3.1
Genoegzaamheid
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet duidelijk is voor welke feiten de overlevering wordt verzocht. Uit de aangekruiste lijstfeiten kan worden afgeleid dat de opgeëiste persoon oplichting en witwassen wordt verweten. In de omschrijving van de feiten staan echter ook ongeautoriseerde toegang, computerfraude en
forgeryvermeld, terwijl het lijstfeit “computer-related crime” niet is aangekruist. De zaak dient te worden aangehouden om hierover nadere vragen te stellen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat voldoende duidelijke is voor welke feiten de overlevering wordt gevraagd omdat oplichting ook via de elektronische weg kan plaatsvinden. Het lijstfeit ‘oplichting’ volstaat daarom.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een genoegzaam EAB. In onderdeel e) van het EAB wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de feiten, waaruit onder meer de pleegplaatsen, de pleegperiode en de betrokkenheid van de opgeëiste persoon blijkt. Met deze uitgebreide omschrijving kan het specialiteitsbeginsel gewaarborgd worden. Daaraan doet niet af dat het lijstfeit “computer-related crime” niet is aangekruist in het EAB. Los van de omstandigheid dat het niet aan de uitvoerende justitiële autoriteit is om het al dan niet aanwijzen van lijstfeiten door de uitvaardigende justitiële autoriteit te toetsen, dienen de lijstfeiten ook niet om de genoegzaamheid van het EAB te beoordelen. De aanwijzing van lijstfeiten ziet immers op de vraag of de omschreven strafbare feiten al dan niet door de uitvoerende justitiële autoriteit getoetst moeten worden aan het vereiste van dubbele strafbaarheid.

4.Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
witwassen van opbrengsten van misdrijven;
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden

Inleiding
Bij uitspraak van 6 april 2021 [4] heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). In het rapport van de
European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(CPT) gepubliceerd in 2023 – waarbij Caxias en Setúbal anders dan Lissabon niet zijn bezocht – is het aangenomen algemeen reëel gevaar niet ontkracht. De rechtbank gaat dan ook nog steeds uit van een algemeen reëel gevaar in de zin van artikel 4 Handvest Pro voor deze drie detentie-instellingen.
Op 12 mei 2026 heeft de Portugese officier van justitie de volgende garantie verstrekt:
"women are typically detained in Tires, Cascais."
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bovengenoemde detentiegarantie onvoldoende concreet is. De garantie garandeert niet dat de opgeëiste persoon niet in een detentie-instelling geplaatst zal worden waar een algemeen gevaar voor een schending van grondrechten is aangenomen.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentieomstandigheden in Portugal niet aan overlevering in de weg staan. De opgeëiste persoon zal naar alle waarschijnlijkheid in Tires worden geplaatst en voor deze detentie-instelling is geen algemeen gevaar voor een schending van gronderechten aangenomen. Gelet op het rapport van
het European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(CPT) van 13 december 2023 bestaat ook geen aanleiding om voor deze detentie-instelling een algemeen gevaar aan te nemen.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [5] De rechtbank is, gelet op de op de aanvullende informatie van 12 mei 2026, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank heeft ten aanzien van de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal een dergelijk algemeen reëel gevaar aangenomen. Uit het arrest ML van het HvJ EU volgt dat de rechtbank uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis. [6] Uit de verschafte aanvullende informatie volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet waarschijnlijk is dat de opgeëiste persoon in één van de detentie-instellingen terecht komt waarvoor de rechtbank een algemeen gevaar heeft aangenomen. De raadsman heeft verder geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd waaruit blijkt dat er wel sprake is van een algemeen gevaar ten aanzien van de detentie-instelling in Tires. De rechtbank beschikt ook ambtshalve niet over dergelijke gegevens. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Tribunal Judicial da Comarca de Lisboa Norte - Juízo de Instrução Criminal de Loures Juiz 1, Portugal voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rechtbank Amsterdam 6 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1627.
5.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.
6.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.