AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel door rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 mei 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteit voor de overlevering van een persoon geboren in 1985 in Polen. De zaak werd aangehouden en gelijktijdig behandeld met een gerelateerde zaak om een samenhangende beslissing te kunnen nemen.
Tijdens de zittingen op 14 april en 19 mei 2026 verscheen de opgeëiste persoon, bijgestaan door een advocaat en een Poolse tolk. De rechtbank bevestigde de identiteit en nationaliteit van de opgeëiste persoon. In een tussenuitspraak van 28 april 2026 werd het EAB volledig beoordeeld, waarbij de rechtbank concludeerde dat de overlevering toegestaan kon worden.
De rechtbank herhaalde haar overwegingen over de grondslag van het EAB, de afwezigheid van weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 12 vanPro de Overleveringswet, en de strafbaarheid van de feiten. Gezien het voldoen aan de wettelijke eisen en het ontbreken van belemmeringen, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-161781-25 (EAB 1)
Datum uitspraak: 27 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 3 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 april 2025 door the Circuit Court of Zielona Góra,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] (Polen),
feitelijk verblijfadres: [adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1.Procesgang
Zitting 14 april 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 14 april 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak 28 april 2026
Bij tussenuitspraak van 28 april 2026 [2] is het onderzoek heropend en geschorst om deze zaak gelijktijdig af te kunnen doen met de zaak met parketnummer 13-061954-26 (EAB 2).
Zitting 19 mei 2026
Op de zitting van 19 mei 2026 heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is opnieuw bijgestaan door zijn raadsman, mr. Van der Woude, en door een tolk in de Poolse taal.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3.Tussenuitspraak 28 april 2026
De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van 28 april 2026 het EAB volledig is beoordeeld met als slotsom dat de overlevering kan worden toegestaan, waarna de zaak is aangehouden om gelijktijdig af te kunnen doen met de zaak met parketnummer 13-061954-26 (EAB 2). De overwegingen van de rechtbank in de tussenuitspraak ten aanzien van de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLWPro, de strafbaarheid van de feiten en artikel 11 OLWPro in relatie tot artikel 47 vanPro het Handvest van de grondrechten van de EU moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
4.Slotsom
De rechtbank stelt (nogmaals) vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLWPro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
5.Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 310 en 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW.
6.Beslissing
STAAT TOEde overlevering van [opgeëiste persoon]aan the Circuit Court of Zielona Góra,Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. L. Baroud en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.