Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5474

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11948588 \ CV EXPL 25-15069
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230r lid 4 BWArt. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling aankoopbedrag laptop na betwiste levering

Op 8 september 2025 kocht eiser een MacBook Pro via de website Officenext.nl, eigendom van Originem B.V., voor €2.877,49. Eiser annuleerde de koop op 10 september 2025, maar Originem stelde dat de verzending al was gestart en verzocht het pakket te weigeren of retour te zenden. DHL leverde het pakket op 11 september 2025 af op het afleveradres, met een handtekening voor ontvangst.

Eiser vorderde terugbetaling van het aankoopbedrag, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, stellende dat hij niet aanwezig was op het afleveradres en de laptop niet had ontvangen. Originem voerde verweer met bewijs van aflevering, waaronder een verklaring van de chauffeur, geolocatiegegevens van DHL en een onderzoek naar mogelijke fraude door eiser.

De kantonrechter oordeelde dat Originem voldoende bewijs had geleverd dat het pakket was afgeleverd, ook al was het aan een kind in de voortuin overhandigd. De vordering van eiser werd afgewezen omdat hij ten onrechte uitging van niet-levering. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van Originem.

Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van het aankoopbedrag wordt afgewezen wegens voldoende bewijs van aflevering.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummers: 11948588 \ CV EXPL 25-15069
Vonnis van 29 mei 2026
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij]
gemachtigde: [adres] ,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ORIGINEM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Originem,
vertegenwoordigd door: [naam 1] .

1.De verdere procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 oktober 2025 met producties,
  • het schriftelijke antwoord van Originem van 4 november 2025 met bijlagen,
  • het tussenvonnis van 18 november 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen, waarna daarvoor een dag is bepaald,
  • het verzoek van Originem tot gezamenlijke behandeling met de procedure met zaaknummer 112002566 \ CV EXPL 25-16978 (hierna: AVG procedure) van 5 december 2025,
  • het verzoek van [eisende partij] ex artikel 195 van Pro het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van 28 november 2025,
  • de rolmededeling van 12 december 2025,
  • het schriftelijke antwoord in het incident van 9 januari 2026,
  • de rolmededeling van 6 februari 2026,
  • de akte overlegging nadere producties van [eisende partij] .
1.2.
De zaak is besproken op de mondelinge behandeling van 11 maart 2026, gelijktijdig met de AVG procedure. [eisende partij] is verschenen zonder de gemachtigde. Namens Originem zijn de heer [naam 1] (klantenservice en verkoop) en mevrouw [naam 2] (bestuurder) verschenen.
Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft hiervan aantekeningen gemaakt en deze zijn in het dossier gevoegd. Vervolgens heeft de kantonrechter de procedure aangehouden voor het aanleveren van nadere stukken. Originem heeft op 16 maart 2026 een akte met bijlagen overgelegd. Hierop heeft [eisende partij] op 26 maart 2026 bij akte met bijlagen gereageerd en waarbij hij om een vonnis heeft gevraagd waarvoor een datum is bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 8 september 2025 heeft [eisende partij] een laptop MacBook Pro gekocht via de website Officenext.nl voor een bedrag van € 2.877,49. Deze website is in eigendom van Originem.
2.2.
[eisende partij] heeft per e-mailbericht van 10 september 2025 de koop geannuleerd. Vervolgens is door Originem gereageerd dat het verzendproces van de laptop al in gang was gezet waardoor de annulering niet meer mogelijk was. Daarbij is door Originem aan [eisende partij] verzocht om de zending aan de deur te weigeren of na ontvangst de laptop retour te zenden met het aanbod om de verzendkosten de vergoeden.
2.3.
Volgens informatie van DHL heeft zij op 11 september 2025 om 14.01 uur de zending van de bestelling van [eisende partij] afgeleverd op het afleveradres [adres] (hierna: het afleveradres) waarbij een handtekening voor ontvangst is gezet.
2.4.
Originem is door [eisende partij] op 15 september 2025 gesommeerd het aankoopbedrag terug te betalen. Hier heeft Originem geen gehoor aan gegeven.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert – samengevat - veroordeling van Originem tot terugbetaling van een bedrag van € 2.877,49, te vermeerderen met de wettelijke rente, betaling van € 499,43 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
3.2.
Originem voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Met deze procedure wil [eisende partij] bewerkstellingen dat Originem wordt veroordeeld tot terugbetaling van het aankoopbedrag van de laptop. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij de tussen partijen gesloten koopovereenkomst tijdig heeft geannuleerd en de laptop niet heeft ontvangen omdat hij niet aanwezig kon zijn op het afleveradres.
4.2.
Originem voert als verweer tegen de vorderingen van [eisende partij] aan dat het pakket met de laptop op het door [eisende partij] opgegeven afleveradres is geleverd en heeft als ondersteuning hiervan een verklaring van de chauffeur en de zendingsinformatie van DHL overgelegd
.Het pakket is verzonden vanuit ALSO Nederland B.V. (hierna: ALSO), een officiële Apple distributeur, en zij heeft vervoerder DHL ingeschakeld.
Omdat [eisende partij] heeft laten weten dat hij niet op het afleveradres is geweest en geen pakket heeft ontvangen is door Originem en ALSO een onderzoek ingesteld en is aan [eisende partij] verzocht om een verklaring formulier te tekenen voor het niet ontvangen van deze zending. Hier heeft [eisende partij] geen gehoor aan gegeven aldus Originem. Desondanks is het onderzoek voortgezet en is gebleken dat de chauffeur heeft verklaard dat hij het pakket aan de klant heeft overhandigd via een kind dat in de voortuin van het afleveradres zat. Daarnaast heeft Originem de zogenoemde Geolocatie PDA van DHL overgelegd waaruit de afgelegde route van de chauffeur blijkt. Hierop is de zien dat de chauffeur op 11 september 2025 om 14:01 uur bij het afleveradres is aangekomen alsook de vermelding ‘afgeleverd bij GEA’.
4.3.
Daarbij heeft Originem ook aangevoerd dat zij vermoeden dat er sprake is van fraude door [eisende partij] . Volgens Originem valt er een patroon in de handelswijze van [eisende partij] te ontdekken omdat zoals de kantonrechter begrijpt dat hij verschillende correspondentie adressen gebruikt en de distributeur in haar systeem een vergelijkbare casus met de heer [eisende partij] is tegengekomen. Daarnaast heeft Originem verwezen naar een procedure bij de rechtbank Noord-Holland [1] in een vergelijkbare zaak over een Iphone en Ipad die niet zijn ontvangen en waarbij [eisende partij] optreedt als gemachtigde van [adres] .
4.4.
Volgens [eisende partij] zijn de stellingen van Originem onjuist. Originem is volgens [eisende partij] verantwoordelijk voor de aflevering van de laptop aan hem in persoon. Hij wijst erop dat hij op 11 september 2025 niet aanwezig was op het afleveradres of had kunnen zijn. [eisende partij] heeft verklaard dat hij voor werk op pad was en als hij al thuis was geweest had hij op dat tijdstip bij de school van zijn dochter moeten staan om haar op te halen.
4.5.
Met het verweer zoals onder 4.2 is weergegeven, heeft Originem haar stelling dat de laptop aan [eisende partij] is afgeleverd gemotiveerd en onderbouwd. Volgens [eisende partij] deugt de onderbouwing van Originem niet omdat er sprake is van wisselende verklaringen en de gegevens van het e-mailbericht van ALSO ontbreken zodat dit gefabriceerd zou kunnen zijn. Daarom heeft hij tijdens de zitting nogmaals verzocht om de inzage in de metadata van het volledige e-mailbericht. Bij akte heeft Originem hier aan voldaan, maar [eisende partij] stelt -samengevat- dat het gaat om een indirect bewijs omdat het gaat om een niet-verifieerbare mededeling via een tussenpartij zonder identificatie van de ontvanger.
4.6.
De kantonrechter volgt de stellingen van [eisende partij] niet en is van oordeel dat de verklaringen van Originem niet zijn gewijzigd maar dat er steeds meer informatie naar voren is gekomen vanwege het onderzoek dat ALSO heeft ingesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Originem voldaan aan het verzoek tot verstrekking van de volledige e-mail correspondentie met ALSO en er is geen sprake van indirect bewijs zoals [eisende partij] stelt. Daarbij is er geen aanleiding om aan de zendingsinformatie van DHL te twijfelen. Redengevend hiervoor is dat de route van de chauffeur duidelijk aantoont dat het afleveradres bezocht is, zeker in combinatie met de verklaring van de chauffeur dat hij het pakket in de tuin heeft afgegeven. Dat het hierbij om een kind zou gaan maakt niet dat onvoldoende is onderbouwd dat het pakket is afgeleverd. Hier komt bij dat de aflevering ook is verwerkt in het systeem van DHL, terwijl voor ontvangst is getekend.
4.7.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen, nu hij bij die vorderingen ten onrechte tot uitgangspunt heeft genomen dat Originem de laptop niet heeft afgeleverd en dat daarom op hem geen verplichting rust de laptop na ontbinding terug te leveren aan Originem. Artikel 6:230r lid 4 BW staat daarmee in dit geval in de weg aan de verplichting tot terugbetaling.
Proceskosten
4.8.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Originem worden begroot op:
- verletkosten
50,00
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
122,00

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van [eisende partij] af,
5.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van Originem, die worden begroot op € 122,00, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.3.
verklaart de proceskostenvergoeding uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. Heida, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.
61291