Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:15801

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11740270 \ CV EXPL 25-2211
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 88 lid 2 RvArt. 195 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot terugbetaling online aankoop wegens onvoldoende bewijs bestelling

Eiser heeft een iPhone en iPad besteld bij Coolblue en vordert terugbetaling van het aankoopbedrag omdat zij stelt de bestelling niet te hebben ontvangen. Coolblue betwist dit en voert aan dat de bestelling volgens PostNL is afgeleverd op het opgegeven adres en dat er mogelijk sprake is van identiteitsfraude.

Eiser is niet op de zitting verschenen, waardoor de kantonrechter niet kon vaststellen dat zij daadwerkelijk de bestelling heeft geplaatst. Er waren bovendien tegenstrijdigheden in de woonplaatsgegevens en onduidelijkheden over de feitelijke gang van zaken. Coolblue heeft bovendien informatie van een fraudeonderzoek aangevoerd.

Het verzoek van eiser om aanvullende bezorggegevens van PostNL werd afgewezen wegens te late indiening. De kantonrechter oordeelt dat het niet verschijnen van eiser op de zitting betekent dat niet is komen vast te staan dat zij de rechtmatige contractspartij is. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: De vordering tot terugbetaling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat eiser de bestelling heeft geplaatst en ontvangen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11740270 \ CV EXPL 25-2211 /MdV
Vonnis van 24 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: J.J. Duinkerken ,
tegen
de besloten vennootschap
COOLBLUE B.V., T.H.O.D.N. COOLBLUE.NL,
te Rotterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Coolblue,
gemachtigde: mr. J.E. Bosma
De zaak in het kort
[eiser] heeft online een IPhone en IPad besteld. Volgens Coolblue is de bestelling afgeleverd op het door [eiser] opgegeven adres, maar [eiser] stelt dat zij de bestelling niet heeft ontvangen en vordert daarom het aankoopbedrag terug. Doordat [eiser] niet op de zitting is verschenen, heeft de kantonrechter niet vast kunnen stellen dat [eiser] daadwerkelijk degene is geweest die de bestelling bij Coolblue heeft geplaatst. De vordering wordt daarom afgewezen. Dit betekent dat Coolblue het aankoopbedrag niet hoeft terug te betalen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 mei 2025
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 23 juli 2025
- het verzoek om inzage ex artikel 195 RV Pro van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 2 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitaantekeningen van Coolblue
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Op 10 januari 2025 zijn op naam van [eiser] een IPhone en IPad besteld bij Coolblue. Het aankoopbedrag van € 3.858,00 is betaald met een creditcard die op naam staat van [gemachtigde] , zijnde de gemachtigde van [eiser] .
2.2.
Volgens de track & trace van PostNL is de bestelling op 11 januari 2025 om 13:02 uur bezorgd op het bij de bestelling opgegeven adres aan de [adres] ,
2.3.
Diezelfde dag laat [eiser] aan Coolblue weten dat zij de bestelling niet heeft ontvangen, waarna Coolblue aangeeft een onderzoek te zullen starten. Nadat het onderzoek is afgerond laat Coolblue aan [eiser] weten dat PostNL heeft aangegeven dat de bestelling op het opgegeven adres is bezorgd en dat zij verder niets voor [eiser] kunnen betekenen.
2.4.
Op 6 februari 2025 sommeert de toenmalige gemachtigde van [eiser] , [naam] , Coolblue om het aankoopbedrag terug te betalen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Coolblue tot betaling van € 3.858,00. Verder vordert [eiser] betaling van de buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat zij de door haar bestelde IPhone en IPad niet heeft ontvangen en dat Coolblue daardoor tekort is geschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst. [eiser] heeft daardoor recht op terugbetaling van de kooprijs en op vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
Coolblue betwist dat zij tekort is geschoten en voert aan dat uit onderzoek door PostNL is gebleken dat de bestelling wel door [eiser] (dan wel [gemachtigde] ) is ontvangen. Volgens Coolblue wordt er fraude gepleegd door [eiser] dan wel haar gemachtigde met als doel om onterecht het aankoopbedrag terug te krijgen. Dat er sprake is van fraude volgt uit informatie die Coolblue van ING heeft ontvangen over een lopend fraudeonderzoek naar [gemachtigde] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

het verzoek tot inzage ex artikel 195 RV Pro
4.1.
Een dag voor de zitting heeft [eiser] een verzoek ex 195 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (RV) ingediend. Middels dat verzoek vraagt [eiser] de kantonrechter om Coolblue te verplichten aanvullende gegevens van PostNL over de bezorging op 11 januari 2025 aan te leveren. Aan dit verzoek wordt voorbij gegaan. In het tussenvonnis waarin een zitting is bepaald, staat namelijk dat aanvullende stukken tot 10 dagen voor de zitting kunnen worden ingediend. Coolblue heeft ter zitting aangevoerd dat zij onvoldoende tijd heeft gehad het verzoek te bestuderen en dat zij niet in staat zijn daarop nog ter zitting te reageren. Het is naar het oordeel van de kantonrechter in strijd met de eisen van een goede procesorde om het te laat ingediende stuk alsnog in deze procedure te betrekken. Dat de gemachtigde van [eiser] vergeten was dat de zitting op 2 december 2025 plaats zou vinden en het verzoek daardoor niet tijdig heeft ingediend, doet daar niets aan af en is een omstandigheid die voor rekening en risico van [eiser] komt. Dit geldt temeer nu het verweer van Coolblue al erg lang bij [eiser] bekend was en zij dus meer dan genoeg mogelijkheden heeft gehad aanvullende stukken in te dienen. Aan het verzoek van [eiser] zal daarom voorbij worden gegaan.
[eiser] is niet op de zitting verschenen
4.2.
[eiser] stelt dat zij een overeenkomst heeft gesloten met Coolblue, maar dat Coolblue de overeenkomst niet is nagekomen, omdat de bestelde IPad en IPhone niet aan haar zijn geleverd. Coolblue heeft echter, mede aan de hand van stukken van de fraude-afdeling van de ING, gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat er mogelijk sprake is van (identiteits)fraude en dat niet [eiser] , maar haar gemachtigde de bestelling heeft geplaatst.
4.3.
Op grond van artikel 150 RV Pro is het aan [eiser] om te stellen en te bewijzen dat zij met Coolblue een overeenkomst heeft gesloten als Coolblue dat betwist. Dit omdat zij zich op de rechtsgevolgen van die stelling beroept, namelijk dat zij als contractspartij gerechtigd is de aankoopprijs terug te vorderen.
4.4.
In artikel 88 lid 2 Rv Pro is bepaald dat de rechter aan het niet-verschijnen van een partij ter terechtzitting de gevolgtrekking mag maken die hij geraden acht. Dat artikel is ook van toepassing als, zoals in dit geval, alleen de gemachtigde op de zitting is verschenen. [eiser] is niet op de zitting verschenen en heeft daarom geen vragen van de kantonrechter over haar identiteit en de feitelijke gang van zaken omtrent de bestelling die bij Coolblue is gedaan, kunnen beantwoorden. Hoewel [eiser] niet verplicht was op de zitting te verschijnen en zich mocht laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, had het in dit geval wel op haar weg gelegen om te verschijnen. Zij zelf is immers bij uitstek degene die duidelijkheid over haar identiteit en de feitelijke gang van zaken omtrent de bestelling en bezorging kan verschaffen en vragen van de kantonrechter hierover kan beantwoorden. Dit geldt temeer nu de stellingen van [eiser] niet zonder meer eenduidig zijn. In productie 4 bij de dagvaarding stelt [eiser] bijvoorbeeld dat zij in het appartementencomplex waar de bestelling zou zijn geleverd woont, terwijl haar gemachtigde op de zitting heeft verklaard dat het een vakantieadres was waar [eiser] enkel verbleef om haar kleinkinderen te kunnen zien aangezien zij verhuisd zou zijn van [woonplaats] naar Arnhem . In de dagvaarding wordt echter gesteld dat [eiser] in [woonplaats] zou wonen, hetgeen niet overeenkomt met de stelling van [gemachtigde] ter zitting dat zij verhuisd zou zijn naar Arnhem . Dergelijke onduidelijkheden en tegenstrijdigheden in combinatie met de informatie die Coolblue van het fraudeteam van ING heeft ontvangen en het feit dat de bestelling is afgerekend met de creditcard van [gemachtigde] , maken dat juist de aanwezigheid van [eiser] van belang was om hierover opheldering te geven. Dat [gemachtigde] ter zitting een kopie van het paspoort van [eiser] heeft getoond, doet aan het voorgaande niet af.
4.5.
Voor zover [gemachtigde] ter zitting heeft gesteld dat hij al bij het doorgeven van verhinderdata heeft aangegeven dat [eiser] in de maand december verhinderd was en dus niet zou kunnen verschijnen, is die stelling onjuist. In de brief die de rechtbank op 25 juli 2025 van [gemachtigde] heeft ontvangen staat alleen ‘
Ondergetekende is als gemachtigde verhinderd gedurende de gehele maand december tot en met vrijdag 16 januari.’ Hieruit volgt dus niet dat [eiser] verhinderd zou zijn, maar alleen dat [gemachtigde] dat zou zijn in december. Na het tussenvonnis waarbij de mondelinge behandeling is bepaald op 2 december 2025 is er ook geen verzoek om uitstel ingediend. Waarom [eiser] niet op de zitting is verschenen, is dan ook niet duidelijk geworden.
4.6.
In dit geval verbindt de kantonrechter aan het niet-verschijnen van [eiser] op de zitting de gevolgtrekking dat niet vast is komen te staan dat [eiser] degene is geweest die een IPad en IPhone bij Coolblue heeft besteld en dus gerechtigd is aanspraak te maken op terugbetaling van het aankoopbedrag. De vordering wordt daarom afgewezen.
4.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Coolblue worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.