Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5372

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
12120689 EA VERZ 26-250
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Arbeidsovereenkomst niet geëindigd wegens ontbrekende duidelijke opzegging werknemer

De werknemer trad op 1 december 2024 in dienst bij ISS Catering Services B.V. en ervoer vanaf het begin hoge werkdruk, geannuleerde verlofdagen en lange diensten. Op 15 oktober 2025 stuurde hij een e-mail waarin hij zijn voornemen tot opzegging per 30 december 2025 uitte, maar deze verklaring werd door de kantonrechter niet als duidelijke en ondubbelzinnige opzegging beoordeeld.

De werkgever mocht niet zonder meer vertrouwen op deze e-mail als opzegging, mede vanwege de taalbarrière en het feit dat er geen verificatie plaatsvond over de intentie van de werknemer. Ook de daaropvolgende gedragingen en communicatie, zoals het uitstellen van de opzegging en het doorsturen van de e-mail aan HR pas in december, wezen erop dat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd.

De kantonrechter wees het verzoek tot vernietiging van een vermeende opzegging door de werkgever af, omdat die bevestiging slechts de opzegging van de werknemer betrof. De arbeidsovereenkomst werd geacht voort te duren vanaf 31 december 2025. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van loon, verstrekking van loonspecificaties en een overzicht van vakantie- en overuren, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten kwamen voor rekening van de werkgever.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig opgezegd en duurt voort, ISS moet loon en specificaties verstrekken.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 12120689 \ EA VERZ 26-250
Beschikking van 1 juni 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. M. Eshtehardi,
tegen
ISS CATERING SERVICES B.V.,
te De Meern ,
verwerende partij,
hierna te noemen: ISS ,
gemachtigde: mr. R.M. Meij.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 3 maart 2026 met producties,
- het verweerschrift met producties.
1.2.
Op 4 mei 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] aanvullende producties ingediend. [verzoeker] is in persoon verschenen, vergezeld door een tolk Perzisch en bijgestaan door de gemachtigde. Namens ISS zijn verschenen [naam 1] (HR-business partner) en [naam 2] (Senior site manager, hierna: [naam 2] ), bijgestaan door de gemachtigde. Partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten toegelicht, de gemachtigde van [verzoeker] mede aan de hand van spreekaantekeningen, en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1980, is op 1 december 2024 in dienst getreden bij ISS als medewerker bediening. Zijn salaris bedraagt € 2.252,64 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing het Algemeen deel en Deel B van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Contractcateringbranche.
2.2.
In de periode van december 2024 tot en met mei 2025 heeft [verzoeker] geen verlof opgenomen. Op verzoek van zijn leidinggevende [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is, vanwege de door [verzoeker] gemaakte overuren, afgesproken dat hij van 10 tot en met 13 juni 2025 een lang weekend verlof zou nemen, gevolgd door 20 woensdagen. Vervolgens is [verzoeker] gevraagd om op 12 juni 2025 toch te komen werken, wat hij heeft gedaan. Op 11 juli 2025 heeft [naam 3] [verzoeker] verplicht om de vrijdagen als verlof op te nemen. Vanaf september 2025 zijn de overeengekomen verlofdagen vanwege personeelstekort geannuleerd. [verzoeker] heeft daarna geen verlof meer opgenomen.
2.3.
Bij e-mail van 5 oktober 2025 heeft [verzoeker] aan [naam 3] geschreven dat hij een verschil heeft opgemerkt in zijn geregistreerde verlofuren en verzocht om een volledig overzicht van zijn opgenomen verlofuren en zijn geregistreerde gewerkte uren.
2.4.
Enkele dagen voor 15 oktober 2025 heeft [naam 3] aan [verzoeker] laten weten dat er geen nieuw personeel zou worden aangenomen.
2.5.
Op 15 oktober 2025 heeft [verzoeker] bij thuiskomst na zijn werkdag om 00:33 uur een e-mail aan [naam 3] gestuurd, waarin onder meer het volgende staat:
“(…)
Hierbij wil ik je informeren dat ik voornemens ben om mijn arbeidsovereenkomst te beëindigen per 30 december 2025.
Conform de contractuele opzegtermijn van één maand doe ik dit tijdig en zelfs eerder dan vereist.
Hoewel mijn huidige contract loopt tot 31 juli 2026, heb ik om persoonlijke redenen besloten om mijn dienstverband aan het einde van dit jaar af te ronden.
Ik verzoek je vriendelijk om de bevestiging van mijn beëindiging en de verdere administratieve stappen.
(…)
Tijdens mijn dienstverband heb ik meerdere malen verschillen geconstateerd tussen mijn feitelijke werkzaamheden en de registratie in het systeem.
Voor een correcte en transparante afhandeling zou ik graag eenofficieel en volledig overzichtwillen ontvangen over de periode van1 december 2025 t/m 31 december 2025, (…)
Er is geen enkel probleem of wrok tussen ons,
maar ik moet – en ben genoodzaakt – mijn contract te beëindigen.
Ik hoop dat je mij begrijpt.
(…)”
2.6.
Op 20 november 2025 heeft [verzoeker] zich ziekgemeld.
2.7.
Bij e-mail van 11 december heeft leidinggevende [naam 4] (hierna: [naam 4] ) aan [verzoeker] onder meer het volgende geschreven:
“(…) I have been trying to reach you several times, but I am not getting any response by phone. You are still employed by ISS , which means you must remain reachable for your employer.
Since I cannot get in contact with you, I will report you asbettertomorrow and yourremaining vacation days will be scheduled until the end of January.
After that, you will no longer be employed with us. (…)”
2.8.
Op 16 december 2025 heeft [naam 3] de e-mail van [verzoeker] van 15 oktober 2025 aan [naam 2] doorgestuurd. Vervolgens heeft ISS bij e-mail van 17 december 2025 aan [verzoeker] onder meer het volgende geschreven:
“(…) Je ontvangt dit bericht omdat je hebt aangegeven je dienstverband te willen beëindigen. De laatste dag van jouw dienstverband is 30 december 2025. (…)”
2.9.
Op 19 december 2025 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en de verzuimmanager van de arbodienst. De verzuimmanager heeft onder meer het volgende aan ISS teruggekoppeld:
“(…) Hij geeft aan zich op 21 november ziek te hebben gemeld vanwege seizoensgebonden klachten. Hij heeft telefonisch contact gehad met een behandelaar. Inmiddels zijn de beperkingen verdwenen.
Ik heb hem aangesproken op het feit dat hij telefonisch niet bereikbaar was voor de leidinggevende en de arbodienst. Hij geeft aan dat de arts die hij heeft gesproken dit heeft afgeraden. Ik heb hem gewezen op de verplichtingen van Wet verbetering Poortwachter bij verzuim, wat o.a. inhoud dat hij bereikbaar moet zijn.
Uit het gesprek bleek dat hij ontstemt is over de situatie op het werk op het gebied van arbeidstijden. Vanwege de taalbarrière is het me niet helemaal duidelijk geworden wat er speelt.
Zoals aangegeven is de heer [verzoeker] inmiddels hersteld. Er is besproken dat hij op maandag 22 december zijn werkzaamheden weer hervat. (…)”
2.10.
Op 21 en 29 december 2025 heeft [verzoeker] zich opnieuw ziekgemeld. Daarnaast heeft [verzoeker] op 23 en 27 december 2025 e-mails aan de verzuimmanager gestuurd omdat het verslag volgens hem niet klopt. Op 6 januari 2026 heeft de verzuimmanager gereageerd dat de zaak gesloten is omdat [verzoeker] niet meer werkzaam is voor ISS .

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter:
- de opzegging van de arbeidsovereenkomst van ISS te vernietigen,
- te verklaren voor recht dat geen rechtsgeldige opzegging door [verzoeker] heeft plaatsgevonden,
- te verklaren voor recht dat de arbeidsovereenkomst vanaf 31 december 2025 heeft voortgeduurd,
- ISS te veroordelen om aan [verzoeker] de juiste loonspecificaties en een overzicht van de door [verzoeker] opgebouwde vakantie-uren en gewerkte overuren te verstrekken,
- ISS te veroordelen tot betaling van het loon vanaf 31 december 2025 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente,
- ISS te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij de arbeidsovereenkomst niet heeft opgezegd. De toenemende werkdruk, de herhaalde geannuleerde verlofdagen, de structureel lange diensten, het niet kunnen nemen van pauzes en de mededeling dat geen nieuw personeel zou worden aangenomen, hebben geleid tot de e-mail van 15 oktober 2025 waarin [verzoeker] heeft laten weten dat hij voornemens was de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Dit is echter geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring waarop ISS gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Zelfs als de e-mail van 15 oktober 2025 als opzegging moet worden beschouwd, hebben partijen de volgende dag afgesproken de arbeidsovereenkomst voort te zetten, zonder een concrete einddatum. Bovendien heeft ISS [verzoeker] nooit gewezen op de gevolgen van een eventuele opzegging. Volgens [verzoeker] is de e-mail van ISS van 17 december 2025, waarin zijn opzegging is bevestigd, een opzegging van de arbeidsovereenkomst door ISS . Verder heeft de verzuimmanager ten onrechte gesteld dat [verzoeker] zijn werkzaamheden weer kon hervatten omdat hij hersteld zou zijn.
3.3.
ISS betwist dat zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en voert aan dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd doordat [verzoeker] zelf de arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig heeft opgezegd. ISS heeft die opzegging vervolgens administratief uitgevoerd en bevestigd. [verzoeker] heeft niet op de bevestigingsbrief van ISS gereageerd, maar pas op 18 februari 2026 is door zijn gemachtigde het standpunt ingenomen dat geen sprake was van een rechtsgeldige beëindiging van het dienstverband en ook pas vanaf dat moment heeft [verzoeker] zich weer beschikbaar gesteld om te werken. Subsidiair voert ISS aan dat uit de door [verzoeker] overgelegde correspondentie niet volgt dat de arbeidsovereenkomst doorliep, maar hoogstens dat sprake was van een (niet geformaliseerd) afbouwscenario dat in elk geval niet langer zou duren dan eind januari 2026.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of sprake is van een rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst.
4.2.
Voor beantwoording van de vraag of de arbeidsovereenkomst door opzegging is geëindigd, gaat het erom wat partijen tegen elkaar hebben gezegd, hoe zij zich hebben gedragen en wat zij daaruit redelijkerwijs mochten afleiden. Een werkgever mag niet te snel aannemen dat de werknemer de arbeidsovereenkomst wil beëindigen en moet onderzoeken of de werknemer dat werkelijk wil en de werknemer soms wijzen op de gevolgen van de opzegging.
4.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker] de arbeidsovereenkomst niet duidelijk en ondubbelzinnig opgezegd en mocht ISS daarop ook niet vertrouwen. Dit oordeel wordt als volgt toegelicht.
4.4.
[verzoeker] heeft na zijn werkdag om 00.33 uur een e-mail aan zijn leidinggevende gestuurd. Gelet op de omstandigheden voorafgaande aan de e-mail van 15 oktober 2025 die grotendeels niet zijn betwist, zoals (a) de hoge en als maar toenemende werkdruk, (b) de vele overuren, (c) het gebrek aan pauzes, (d) het beroep dat steeds op [verzoeker] werd gedaan om toegekende verlofdagen in te leveren en toch te komen werken vanwege personeelstekort, (e) de omstandigheid dat [verzoeker] de enige [naam functie] was en (f) de mededeling dat er geen extra medewerker zou worden aangenomen, had ISS moeten begrijpen dat deze e-mail van [verzoeker] vooral een noodkreet was.
4.5.
Bovendien is [verzoeker] de Nederlandse taal niet machtig en heeft [verzoeker] de e-mail vertaald met Google Translate of een soortgelijk instrument, waardoor niet vaststaat dat de inhoud en de strekking van de e-mail volledig duidelijk was voor [verzoeker] . Onder deze omstandigheden mocht ISS niet zonder meer aannemen dat [verzoeker] daadwerkelijk wilde opzeggen, maar rustte op ISS de plicht om dat nader te onderzoeken. Niet gesteld of gebleken is dat ISS bij [verzoeker] heeft geverifieerd of hij daadwerkelijk de bedoeling had de arbeidsovereenkomst op te zeggen en of hij besefte wat de gevolgen van een eenzijdige opzegging, zoals het gemis van een WW-uitkering, voor hem zouden zijn.
4.6.
Bovendien ondersteunen de daaropvolgende gebeurtenissen niet het standpunt van ISS dat zij ervan uitging dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen door een opzegging van [verzoeker] . Zo heeft [verzoeker] verklaard dat partijen de volgende dag zijn overeengekomen dat hij nog tot ergens in 2026 in dienst zou blijven, omdat zijn openstaande uren en verlofdagen eerst nog moesten worden uitgezocht. Dit is door ISS niet weersproken. Daarnaast blijkt uit de e-mail van [naam 4] van 11 december 2025 dat hij ervan uitging dat het dienstverband nog zou voortduren na 30 december 2025, nu daarin staat dat de resterende vakantiedagen van [verzoeker] tot eind januari 2026 zouden worden opgenomen en het dienstverband daarna zou eindigen. Tot slot is opvallend dat [naam 3] de e-mail van [verzoeker] van 15 oktober 2025 eerst op 16 december 2025 aan de HR-afdeling van ISS heeft doorgestuurd, waarna ISS pas op 17 december 2025 ‘de opzegging’ heeft bevestigd. Dat is ruim twee maanden na de e-mail van [verzoeker] en pas na zijn ziekmelding. Ook dit wijst erop dat ISS er niet eerder van uitging dat [verzoeker] de arbeidsovereenkomst had opgezegd.
4.4.
De stelling van [verzoeker] dat de e-mail van ISS van 17 december 2025 een opzegging door de ISS betreft, wordt niet gevolgd. Naar het oordeel van de kantonrechter kan die e-mail niet als opzegging door ISS worden aangemerkt, nu daarin uitsluitend de door [verzoeker] gestelde opzegging wordt bevestigd. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging door ISS wordt daarom afgewezen. Verder is, anders dan ISS stelt, de arbeidsovereenkomst niet eind januari 2026 geëindigd. Niet is gebleken dat partijen dit (schriftelijk) zijn overeengekomen. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd.
4.5.
Gelet op het voorgaande worden de verzochte verklaringen voor recht toegewezen.
4.6.
[verzoeker] heeft recht op loon, omdat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd en dus voortduurt. Het verweer van ISS dat [verzoeker] zich niet beschikbaar heeft gehouden voor werk wordt verworpen. Hoewel de verzuimmanager op 19 december 2025 aan ISS heeft teruggekoppeld dat [verzoeker] zijn werkzaamheden weer kon hervatten, kan daar naar het oordeel van de kantonrechter niet te veel waarde aan worden gehecht. De verzuimmanager heeft [verzoeker] alleen telefonisch gesproken en zelf aangegeven dat het gesprek vanwege de taalbarrière moeilijk verliep. Aannemelijk is dat [verzoeker] zijn klachten niet goed heeft kunnen verwoorden in het Engels. Bovendien heeft [verzoeker] zich op 21 en 29 december 2025 opnieuw ziekgemeld. Op 18 februari 2025 heeft [verzoeker] aangeboden zijn werk te hervatten, maar daarmee heeft ISS niet ingestemd. De vordering van [verzoeker] tot loonbetaling zal daarom worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat ISS te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal worden gematigd tot 25%.
4.7.
ISS heeft tegen het verzoek tot het verstrekken van de loonspecificaties en een overzicht van de door [verzoeker] opgebouwde vakantie uren en gewerkte overuren geen verweer gevoerd. Dat verzoek zal dan ook worden toegewezen evenals de verzochte dwangsom, zoals hierna in de beslissing vermeld.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van ISS , omdat ISS overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat geen rechtsgeldige opzegging door [verzoeker] heeft plaatsgevonden,
5.2.
verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst vanaf 31 december 2025 heeft voortgeduurd,
5.3.
veroordeelt ISS tot betaling aan [verzoeker] van het salaris van € 2.252,64 bruto per maand exclusief vakantiegeld vanaf 31 december 2025 tot dat het dienstverband tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 25% en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt ISS om aan [verzoeker] binnen 30 dagen na deze beschikking te verstrekken de loonspecificaties vanaf december 2024 tot dat het dienstverband tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, inclusief jaaropgave voorzien van het aantal gewerkte uren en de niet gewerkte uren waarover loon is betaald, en een overzicht van de door [verzoeker] opgebouwde vakantie uren en gewerkte overuren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag dat zij hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 25.000,00,
5.5.
veroordeelt ISS in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als ISS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W. Aardenburg en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026, in tegenwoordigheid van mr. M. Hillebrink, griffier.
51447