ECLI:NL:RBAMS:2026:5299
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring van geen bezwaar wegens strafbare feiten en risico op onbetrouwbare uitoefening vertrouwensfunctie
Eiser werkte als horecamedewerker in het beveiligde deel van luchthaven Schiphol, een vertrouwensfunctie waarvoor een verklaring van geen bezwaar vereist is. De minister trok deze verklaring in op grond van een veiligheidsonderzoek waaruit bleek dat eiser was veroordeeld voor opzetheling en gewoonteheling, wat volgens de minister niet verenigbaar is met de vertrouwensfunctie.
Eiser stelde dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, onvoldoende gemotiveerd en dat er geen belangenafweging was gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de minister de zienswijze van eiser wel degelijk had betrokken, dat de motivering voldoende was en dat de belangenafweging tussen nationale veiligheid en het belang van eiser zorgvuldig was gemaakt.
De strafbare feiten van eiser waren relatief recent en ernstig, waaronder een taakstraf van 40 uur voor opzetheling. Ook zijn eerdere justitiële contacten en zijn kwetsbare positie door schuldsanering werden meegewogen. Dit leidde tot het oordeel dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat eiser zijn vertrouwensfunctie niet betrouwbaar zal uitoefenen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat de intrekking wettelijk is voorzien en noodzakelijk is ter bescherming van de nationale veiligheid. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat hij niet in een vertrouwensfunctie kan blijven werken en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de verklaring van geen bezwaar wegens het onaanvaardbare risico dat eiser zijn vertrouwensfunctie niet betrouwbaar kan uitoefenen.