Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Warsaw, VIII Criminal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Pruszkówvan 15 maart 2019, met kenmerk II K 316/17.
the Regional Court in Warsaw, Tenth Criminal Appellate Divisionvan 7 november 2019.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the Regional Court in Warsaw, Tenth Criminal Appellate Divisionvan 7 november 2019 moet worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro.
judgement justification” die zij daarna hebben ontvangen. Vervolgens heeft de advocaat hoger beroep ingesteld - naar de rechtbank uit het voorgaande afleidt: met medeweten en toestemming van de opgeëiste persoon - en is de oproeping voor de zitting in hoger beroep verstuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres. Uit de aanvullende informatie van 22 april 2026 blijkt verder dat de advocaat van de opgeëiste persoon aanwezig was bij de zitting in hoger beroep en handelde naar aanleiding van instructies van de opgeëiste persoon.
5.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU)
C.J. [7] In dat arrest heeft het HvJ EU zich uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ wenst toe te passen. Het betreft de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen. Zoals de rechtbank eerder heeft overwogen [8] volgt uit dat arrest - samengevat - dat voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen, daarvoor toestemming van de beslissingsstaat vereist is. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.
C.J.van het HvJ EU de officier van justitie te verzoeken om het ingevulde certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 van het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en een kopie van het arrest van
the Regional Court in Warsaw, Tenth Criminal Appellate Divisionvan 7 november 2019 op te vragen bij of via de uitvaardigende justitiële autoriteit, zodat de rechtbank kan beslissen over de overname van de tenuitvoerlegging van de in Polen in dat arrest opgelegde straf als bedoeld in artikel 6a OLW.
C.J.van het HvJ EU nog steeds als een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW en daarom verlengt zij de beslistermijn met 60 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
7.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het certificaat en het onderliggende arrest op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
eindigend op 14 augustus 2026), onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
28 juli 2026(vanwege het verstrijken van de beslistermijn in EAB I op 11 augustus 2026) opnieuw op zitting wordt gepland, tezamen met de zaak met parketnummer 13-312850-25 (EAB I).