ECLI:NL:RBAMS:2026:5071
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen in huurovereenkomst met proceskostenveroordeling
In deze bodemprocedure tussen een handelaar en een consument heeft de kantonrechter ambtshalve de huurovereenkomst getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen. De zaak betreft een huurachterstand over de maanden september tot en met november 2024 en januari 2026.
Partijen sloten in januari 2025 nieuwe afspraken via een addendum en een settlement agreement, waarbij de huurprijs en servicekosten werden aangepast. De kantonrechter oordeelde dat de kernbedingen in het addendum transparant zijn en niet oneerlijk. Voor de huurachterstand in januari 2026 gelden daarom de nieuwe afspraken.
Voor de huurachterstand van september tot en met november 2024 gelden de oude afspraken. Het huurprijswijzigingsbeding in de oude algemene voorwaarden is echter oneerlijk omdat het een automatische jaarlijkse verhoging van meubileringskosten en vaste servicekosten toestaat, wat in strijd is met dwingendrechtelijke regels. Dit beding wordt vernietigd, waardoor de huurprijsverhogingen niet verschuldigd zijn.
Ook de bedingen over buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten zijn oneerlijk en worden vernietigd. De kantonrechter wijst de huurachterstand toe minus de betalingen, maar wijst de buitengerechtelijke kosten en toekomstige huurtermijnen af. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.551,36 plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.551,36 huurachterstand met wettelijke rente en proceskosten, terwijl oneerlijke bedingen worden vernietigd.