Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.L.S. Kalff, rechter te rechtbank Amsterdam, naar aanleiding van een mondelinge behandeling in een kort geding over een geldvordering van €309.298,-. Verzoeker stelde dat de rechter andere jurisprudentie hanteerde, de vordering als klip en klaar bestempelde en erkende dat er een groter geschil speelde, waardoor de zaak niet in kort geding behandeld zou moeten worden.
De rechter reageerde schriftelijk en lichtte toe dat de term 'klip en klare geldvordering' een algemene uitleg van jurisprudentie betrof en niet specifiek over de onderhavige vordering ging. Tevens gaf de rechter aan dat het grotere geschil aanleiding kon zijn tot een minnelijke regeling, zonder daarmee een oordeel te vellen over de zaak zelf.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een geobjectiveerde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden. De rechter heeft zijn regie gevoerd binnen zijn bevoegdheden en mocht zijn voorlopige juridische inzichten delen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.