ECLI:NL:RBAMS:2026:4335
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens niet-hoofdverblijf en onderverhuur
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen een verhuurster en een huurder die niet als hoofdverblijf in het gehuurde woonde en het gehuurde aan derden in gebruik gaf. De verhuurster vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De huurder was niet verschenen, waarna verstek werd verleend.
De kantonrechter toetste ambtshalve de algemene voorwaarden aan Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen. De bepalingen over hoofdverblijf en onderverhuur werden niet als oneerlijk beoordeeld. Wel werd artikel 11 lid Pro 1, dat proceskosten aan de huurder toerekent, als oneerlijk aangemerkt omdat het meer kosten toerekent dan wettelijk is toegestaan.
De proceskosten werden toegewezen conform het liquidatietarief, in afwachting van nadere jurisprudentie. De huurovereenkomst werd ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en tot betaling van proceskosten. De ontruiming kan door de deurwaarder met de sterke arm worden uitgevoerd. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van proceskosten.