Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Bewezenverklaring
4.Het bewijs
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
8.De vorderingen van de benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
730 (zevenhonderddertig) dagen.
416 (vierhonderdzestien) dagen, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
2 (twee) jarenvast.
[benadeelde partij 1], geboren op [geboortedag 2] 1935;
[benadeelde partij 3], geboren op [geboortedag 3] 1950;
[benadeelde partij 4], geboren op [geboortedag 4] 1927;
[benadeelde partij 5], geboren op [geboortedag 5] 1942;
[benadeelde partij 2];
[benadeelde partij 6], geboren op [geboortedag 6] 1943.
- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
[benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van € 1.500,- (zegge: vijftienhonderd euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 2 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 6]niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde partij 4]toe tot een bedrag van € 180,- (zegge: honderdtachtig euro) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 4]voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.
[benadeelde partij 3]toe tot een bedrag van € 168,95 (zegge: honderdachtenzestig euro en vijfennegentig cent) aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[benadeelde partij 3]voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.