Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Local Court in Szczecinekvan 3 december 2018 met kenmerk II K 645/18.
the Local Court in Szczecinekvan 30 mei 2019 de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf is bevolen.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
the Local Court in Szczecinekvan 30 mei 2019. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro, omdat niet is gebleken dat de opgeëiste persoon op de hoogte had kunnen of moeten zijn van het proces dat heeft geleid tot de beslissing van 30 mei 2019.
the Local Court in Szczecinekvan 3 december 2018 heeft geleid, omdat hij met de officier van justitie tot overeenstemming is gekomen over de op te leggen straf. De beslissing tot tenuitvoerlegging van de aanvankelijk voorwaardelijk opgelegde straf van 30 mei 2019 is genomen wegens het overtreden van voorwaarden en valt niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro.
the Local Court in Szczecinek II Criminal Departmentvan 7 april 2026 is vermeld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de strafprocedure die tegen hem liep, aangezien hij tijdens het verhoor van 4 september 2018 met de officier van justitie tot overeenstemming is gekomen over de op te leggen straf. Verder is vermeld dat de opgeëiste persoon tijdens het verhoor een adres heeft opgegeven en dat de oproep voor de zitting die heeft geleid tot het vonnis ook daadwerkelijk naar het door hem opgegeven adres is verstuurd. De opgeëiste persoon heeft tijdens het verhoor een instructie ondertekend waaruit volgt dat de opgeëiste persoon is gehouden om iedere adreswijziging aan de Poolse autoriteiten door te geven en is gewezen op de gevolgen van het niet naleven van deze verplichting.
the Local Court in Szczecinekvan 30 mei 2019 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.
5.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J.over het opvragen van het certificaat en het veroordelende vonnis en de omstandigheid dat de wetgever artikel 6a OLW op dit punt (nog) niet heeft gewijzigd, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW. Om die reden zal de rechtbank de beslistermijn met 60 dagen zal verlengen en gelijktijdig de (geschorste) overleveringsdetentie verlengen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
7.Beslissing
9 juli 2026opnieuw op zitting moet worden gepland;