Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiseres 2] B.V.,
3.
[eiseres 3] B.V.,
1.De procedure
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. Eisers hebben daarnaast ook een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
Na verder debat is vonnis bepaald op 30 april 2026.
2.De feiten
3.Het geschil
primair:Abn Amro te veroordelen op straffe van een dwangsom de bancaire relatie met eisers voort te zetten, totdat de rechtbank Amsterdam in een bodemzaak heeft beslist en te bepalen dat eisers die bodemzaak binnen zes weken na de datum van dit vonnis aanhangig moeten maken;
subsidiair:enige andere beslissing te nemen om het behoud van de bancaire relatie mogelijk te maken totdat de rechtbank Amsterdam in een bodemzaak heeft beslist;
met veroordeling van Abn Amro in de kosten van dit geding.
4.De beoordeling
(1) Op grond van artikel 35 ABV Pro heeft een bank een contractuele bevoegdheid de relatie met een klant te beëindigen. De opzeggingsbevoegdheid van een bank en haar contractuele vrijheid zijn echter niet onbegrensd.
(2) De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt (zie artikel 6:248 lid 2 BW Pro en HR 10 oktober 2014, ECLl:NL:HR:2014:2929).
(3) Een opzegging moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bancaire zorgplicht (artikel 2 ABV Pro), waarbij het belang om deel te nemen aan het betalingsverkeer voor de rekeninghouders wordt meegewogen. Daarbij moet mede worden betrokken dat het voor (rechts)personen van groot belang is dat zij toegang hebben tot het bancaire systeem. In het arrest van de Hoge Raad van 5 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1652) is geoordeeld dat in beginsel op banken op grond van hun maatschappelijke positie ook ten aanzien van niet-consumenten, de verplichting kan rusten een betaalrekening aan te bieden. Daarbij weegt zwaar mee dat het zonder betaalrekening vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en om een bedrijf te exploiteren.
(4) Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt (of: misbruikt). Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten en de verzamelde informatie up-to-date houden. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft Pro). De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet overzien. Het is voor de beëindiging van de relatie niet noodzakelijk dat er concrete bewijzen zijn dat de klant betrokken is bij criminele activiteiten. Ook in het arrest van 5 november 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat banken een gerechtvaardigd belang kunnen hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s, en dat dit belang eraan in de weg kan staan een bank te verplichten een betaalrekening aan te bieden.
(5) Banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 ABV).
(1) Er is sprake van onacceptabele integriteitsrisico’s omdat Abn Amro indicaties heeft dat [eiseres 3] als ‘buffer’ fungeert in een btw-carrouselfraude. Er zijn meerdere ‘
red flags’ als genoemd in de publicaties van de Belastingdienst (producties 4 en 5 van Abn Amro) op [eiseres 3] van toepassing.
(2) De jaarlijkse omzet van [eiseres 3] is vele malen hoger dan de bij haar oprichting verwachte omzet. In de periode van april tot december 2024 is ongeveer 10 miljoen euro bijgeschreven op haar rekening en dit is een zeer ongebruikelijk bedrag bij een startende kleine onderneming.
(3) Niet duidelijk is wat [eiseres 3] toevoegt in de handelsketen; de transactieketen is irrationeel en onlogisch.
(4) [eiseres 3] is actief in de handel in consumentenelektronica, een integriteitsgevoelige sector, waarin relatief veel fraude voorkomt.
(5) [eiseres 3] doet slechts zaken met enkele partijen en met name met partijen die Abn Amro kent uit andere onderzoeken. Het gaat dan om partijen waarvan Abn Amro ook vermoedens had van betrokkenheid bij btw-carrouselfraude, waaronder de vennootschap van de dochter van [eiser 1] . De relatie met deze laatstgenoemde vennootschap heeft Abn Amro al eerder opgezegd.
(6) Uit de transacties die Abn Amro heeft waargenomen kan geen reguliere bedrijfsvoering worden afgeleid. Er zijn bijvoorbeeld geen transacties waargenomen met betrekking tot verzekeringen, transportkosten, nutskosten en huurbetalingen.
(7) Op 24 juni en 31 juli 2025 heeft de Belastingdienst beslag gelegd op de betaalrekening van [eiseres 3] , hetgeen volgens Abn Amro wederom wijst op betrokkenheid bij btw-carrouselfraude.