Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4215

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
29 april 2026
Zaaknummer
702519
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rolbeslissing over verzoek tot herstel kennelijke fout in massaschadezaak tegen Renault en Autodealers

In deze rolbeslissing van 15 april 2026 in een meervoudige civiele massaschadeprocedure tussen diverse stichtingen en Renault c.s. en Autodealers, heeft de rechtbank kennisgenomen van een verzoek van de stichtingen om een kennelijke fout te herstellen in een eerdere rolbeslissing van 18 maart 2026. De stichtingen betogen dat de rechtbank abusievelijk heeft vermeld dat hoger beroep wordt opengesteld, terwijl bedoeld werd dat partijen zich hierover mochten uitlaten, dan wel verzoeken zij subsidiair om terug te komen van de bindende eindbeslissing tot opening van hoger beroep.

De rechtbank heeft Renault c.s. en de Autodealers in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren door middel van een akte op de rol van 22 april 2026. Tevens is bepaald dat de in de eerdere rolbeslissing genoemde akte vooralsnog niet hoeft te worden genomen. De rechtbank zal op basis van de reacties beslissen over de voortgang van de procedure.

Alle verdere beslissingen zijn aangehouden. Deze rolbeslissing betreft een procedurele stap binnen een omvangrijke massaschadezaak waarin meerdere stichtingen en ondernemingen betrokken zijn, waarbij de rechtbank zorgvuldig omgaat met de procedurele rechten van partijen.

Uitkomst: De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid te reageren op het verzoek tot herstel van kennelijke fout en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Afdeling privaatrecht
Rolbeslissing van 15 april 2026
in de volgende gevoegde zaken
in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/13/702519 / HA ZA 21-500 van
de stichting
STICHTING EMISSION CLAIM,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. C. Jeloschek,
e i s e r e s,
tegen
1. de rechtspersoon naar buitenlands recht
RENAULT S.A.,
gevestigd te Boulogne-Billancourt (Frankrijk),
advocaat mr. D.A.M.H.W. Strik,
2. de naamloze vennootschap
RENAULT NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Schiphol-Rijk,
advocaat mr. D.A.M.H.W. Strik,
g e d a a g d e n,
[tegen gedaagde 3 is ontslag van instantie verleend]
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/710414 / HA ZA 21-1028 van
de stichting
STICHTING CAR CLAIM,
gevestigd te Rotterdam,
advocaat mr. P. Haas,
e i s e r e s,
tegen de hiervoor onder 1 en 2 genoemde gedaagden en tegen
4. de rechtspersoon naar buitenlands recht
RENAULT S.A.S.,
gevestigd te Boulogne-Billancourt (Frankrijk),
advocaat mr. D.A.M.H.W. Strik,
5. de rechtspersoon naar buitenlands recht
AUTOMOBILE DACIA S.A.,
gevestigd te Boekarest/Mioveni (Roemenië),
advocaat mr. D.A.M.H.W. Strik,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RENAULT-NISSAN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verstek verleend,
g e d a a g d e n,
en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/710434 HA ZA 21-1030 van
de stichting
STICHTING DIESEL EMISSIONS JUSTICE,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. J.D. Edixhoven,
e i s e r e s,
en in de op de rol daarbij gevoegde zaken:
de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/751970 HA ZA 24-615
de stichting
STICHTING CAR CLAIM,
gevestigd te Rotterdam,
advocaat mr. P. Haas,
e i s e r e s,
tegen
de gedaagden 7 t/m 43 en 48 t/m 82 zoals genoemd in het vonnis van 10 april 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:2019),
g e d a a g d e n
advocaat mr. R.J. van der Weijden,
en de zaak met zaaknummer / rolnummer C/13/751971 HA ZA 24-616
de stichting
STICHTING DIESEL EMISSIONS JUSTICE,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. J.D. Edixhoven,
e i s e r e s
tegen
de gedaagden 7 t/m 43 en 48 t/m 82 zoals genoemd in het vonnis van 10 april 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:2019),
g e d a a g d e n
advocaat mr. R.J. van der Weijden
Eiseressen zullen hierna afzonderlijk SEC, SCC en SDEJ worden genoemd. Gezamenlijk zullen zij ook de Stichtingen worden genoemd. Renault S.A., Renault Nederland N.V., Renault S.A.S. en Automobile Dacia S.A. zullen hierna gezamenlijk Renault c.s. worden genoemd. De gedaagden in de zaken C/13/751970 HA ZA 24-615 en C/13/751971 HA ZA 24-616 worden aangeduid als de Autodealers.
De zaken tegen Renault c.s. worden de Renault-zaken genoemd, de zaken tegen de Autodealers worden de Autodealer-zaken genoemd.

1.De beoordeling

1.1.
De rechtbank nam kennis van de brief van Renault c.s. van 10 april 2026, de brieven van de Stichtingen, de Autodealers en Renault c.s. van 13 april 2026, de brief van de Autodealers van 14 april 2026 en het e-mailbericht van de Stichtingen van 14 april 2026.
1.2.
De Stichtingen hebben een verzoek gedaan om (i) een kennelijke fout te herstellen, die volgens hen inhoudt dat de rechtbank in r.o. 2.2 van de rolbeslissing van 18 maart 2026 abusievelijk heeft opgenomen dat hoger beroep wordt opengesteld, maar bedoelde dat partijen zich daarover mochten uitlaten, dan wel, subsidiair (ii) terug te komen van de bindende eindbeslissing om hoger beroep open te stellen.
1.3.
De rechtbank stelt Renault c.s. en de Autodealers in de gelegenheid op dat verzoek te reageren. Zij zullen hiertoe op de rol van 22 april 2026 een akte kunnen nemen.
1.4.
Omdat is verzocht om een kennelijke fout te herstellen dan wel om terug te komen van bindende eindbeslissingen in de rolbeslissing van 18 maart 2026, behoeft de daarin onder 2.3 genoemde akte vooralsnog niet te worden genomen. De rechtbank zal naar aanleiding van de op 22 april 2026 te nemen akten beslissen over de voortgang van de procedure.
1.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

2.De beslissing

De rechtbank
2.1.
stelt Renault c.s. en de Autodealers in de gelegenheid op het verzoek van de Stichtingen van 13 april 2026 te reageren middels een akte op de rol van 22 april 2026,
2.2.
beslist dat de onder 2.3 genoemde akte in de rolbeslissing van 18 maart 2026 vooralsnog niet hoeft te worden genomen,
2.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze rolbeslissing is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, mr. M.R. Jöbsis en mr. R.P.F. de Groot, rechters en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.