Uitspraak
beslissing
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de e-mail van 3 april 2026 waarin het wrakingsverzoek van verzoekers is opgenomen;
- de schriftelijke reactie van de rechter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verzoekers, verdachten in twee strafzaken over leerplicht, dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter wegens vermeende partijdigheid. Zij stelden dat de rechter te laat reageerde op hun verzoeken om volledige strafdossiers en getuigenoproepen, wat hun verdediging zou schaden.
De rechtbank oordeelde dat de rechter niet in de wraking berustte en dat rechterlijke tussenbeslissingen geen grond voor wraking kunnen vormen. De rechter had de officier van justitie gevraagd om standpunt over getuigenoproepen en had uiteindelijk toestemming gegeven. Verzoekers hadden de mogelijkheid om het dossier in te zien en ontvingen op 27 maart 2026 de relevante stukken.
De wrakingskamer stelde vast dat er geen objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid bestond. De vermeende late reacties en onvolledige dossierverstrekking waren onvoldoende om de onpartijdigheid van de rechter te betwijfelen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.