Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4117

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
12049612
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 4 lid 2 Richtlijn 93/13/EEGArtikel 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningArtikel 3 Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens forse huurachterstand

Verhuurder verhuurt sinds december 2019 een woning aan huurder, die een huurachterstand heeft opgebouwd. Na eerdere veroordeling tot betaling van een huurachterstand van bijna tienduizend euro, bleef huurder in gebreke. De huurachterstand bedraagt feitelijk circa negentien maanden.

Huurder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, maar erkent de achterstand en voert aan dat deze is ontstaan door werkloosheid en een depressie. Hij zit inmiddels in een schuldhulpverleningstraject en heeft een nieuwe baan. De kantonrechter weegt mee dat huurder een minderjarig kind heeft, maar dit kind woont bij de moeder, zodat ontruiming niet leidt tot dakloosheid.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding van de huurovereenkomst. Verhuurder heeft een gerechtvaardigd belang bij beschikbaarheid van de woning voor een andere sociale huurder. Huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening, betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente, een gebruiksvergoeding tot ontruiming en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12049612 \ CV EXPL 26-467
Vonnis van 23 april 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING ROCHDALE,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: verhuurder,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: huurder,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 december 2025, met producties
- het proces-verbaal van het mondeling antwoord;
- het instructievonnis van 6 februari 2026;
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Namens de gemachtigde van verhuurder is mr. H.T.M. Blikman verschenen. Huurder is niet verschenen, hoewel hij wel behoorlijk was opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Verhuurder heeft zijn standpunt nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
1.4.
Huurder heeft op 31 maart 2026 nog een mail aan de rechtbank verstuurd, waarin hij samengevat verzoekt om een nieuwe datum voor de zitting vast te stellen. De kantonrechter kan deze mail niet in behandeling nemen, omdat tijdens de mondelinge behandeling al een datum voor vonnis was bepaald.

2.De feiten

2.1.
Verhuurder verhuurt met ingang van 3 december 2019 aan huurder de woning aan het adres [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 678,89 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden model van Woningstichting Rochdale 2018 (hierna: algemene voorwaarden), van toepassing.
2.2.
Huurder heeft (een deel van) de huur niet betaald. Verhuurder heeft huurder voor het eerst aangemaand op 12 december 2023 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Bij vonnis van 4 juli 2025 (zaaknummer 11716407/CV EXPL 25-7544) heeft de kantonrechter huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand ter hoogte van op dat moment € 9.696,29 en huurder daarbij veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning heeft de kantonrechter afgewezen, omdat de overgelegde melding bij schuldhulpverlening gedateerd was. De kantonrechter heeft ten slotte de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden ambtshalve getoetst.
2.4.
Verhuurder heeft huurder schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. Huurder heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Verhuurder heeft huurder daarna op 21 augustus 2025 bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Rochdale vordert – samengevat na eisvermeerdering – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 3.235,51 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Verhuurder legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Huurder is voor de tweede keer in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Huurder maakt zich hiermee schuldig aan herhaalde wanprestatie. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Rochdale de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
Huurder voert verweer. Huurder erkent de huurachterstand, maar voert aan dat de huurachterstand is ontstaan in de periode dat huurder geen werk had en een depressie kreeg. Inmiddels heeft huurder weer een nieuwe baan en zit hij in een schuldhulpverleningstraject.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt voorop dat in het vonnis van 4 juli 2025 de huurovereenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden reeds ambtshalve zijn getoetst aan het consumentenrecht. Voor zover in de onderhavige zaak nog van belang, is in dat vonnis geoordeeld dat het huurprijsbeding als een kernbeding moet worden aangemerkt en voldoet aan het transparantievereiste, zodat het op grond van artikel 4 lid 2 van Pro Richtlijn 93/13/EEG is uitgesloten van een inhoudelijke toetsing op oneerlijkheid. Ten aanzien van het servicekostenbeding is geoordeeld dat dit eveneens een kernbeding betreft, maar niet voldoet aan het transparantievereiste. Dit leidt evenwel niet tot de conclusie dat het beding oneerlijk is. Voorts zijn de bepalingen met betrekking tot de huurprijswijziging getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De huurachterstand
4.2.
Huurder heeft erkend dat hij een huurachterstand heeft en heeft de hoogte van de achterstand niet betwist. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
4.3.
Huurder is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming; gebruiksvergoeding
4.4.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Rochdale heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.5.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.6.
Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand circa vier maanden. Daarbij komt dat huurder het bedrag van € 9.696,29 aan huurachterstand, waartoe hij bij vonnis van 4 juli 2025 is veroordeeld, onbetaald heeft gelaten. Dit brengt mee dat feitelijk sprake is van een huurachterstand van circa negentien maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Huurder heeft nog aangevoerd dat hij graag de woning wil behouden. Hij heeft een tijdje geen werk gehad en een depressie waardoor de achterstand is ontstaan. Dit kan de kantonrechter begrijpen, maar ook als huurder problemen heeft met zijn inkomen, moet hij de huur blijven betalen aan verhuurder. Bij de belangenafweging heeft de kantonrechter er ook rekening mee te houden dat huurder één minderjarig kind heeft. Op grond van artikel 3 van Pro het Internationaal Verdrag Inzake de Rechten van het Kind moet bij een beslissing als de onderhavige, die betrekking heeft op de woonruimte van een minderjarige, het belang van het kind weliswaar een eerste overweging zijn, maar dit betekent niet dat de enkele aanwezigheid van een minderjarig kind zonder meer aan een vonnis strekkende tot ontruiming in de weg staat. In dit geval heeft huurder ook aangegeven dat het kind bij haar moeder woont. Hieruit blijkt dat een ontruiming niet het gevolg heeft dat het kind dakloos wordt.
4.7.
Omdat de huurachterstand aanzienlijk is, wegen de belangen van verhuurder zwaarder. Zij heeft er belang bij om de woning beschikbaar te stellen aan een huurder die aangewezen is op een sociale huurwoning en die zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst nakomt. Verhuurder is als sociale verhuurder verplicht te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van haar schaarse sociale huurwoningen onder haar doelgroep. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. Huurder zal worden veroordeeld de woning te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.8.
Verhuurder wil ook dat huurder wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 678,89, te rekenen vanaf de ontbinding tot het moment dat huurder de woning ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat huurder nog in het gehuurde verblijft. Ook deze vordering zal worden toegewezen.
De proceskosten
4.9.
Huurder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rochdale worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.180,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres],
5.2.
veroordeelt huurder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Rochdale zijn, en de sleutels af te geven aan verhuurder,
5.3.
veroordeelt huurder om te betalen aan verhuurder:
- € 3.235,51 aan achterstallige huur tot en met november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, te rekenen vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van voldoening,
- € 39,45 aan vervallen wettelijke rente,
- € 678,89 per maand vanaf heden tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt huurder in de proceskosten van € 1.180,45, te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.
61289

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)