Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De zaak tot zover in het kort
2.De verdere procedure
3.Het geschil
4.De verdere beoordeling in conventie en reconventie
for convenience) kan worden beschouwd. [2] Op grond van het contract had Schiphol in de gegeven omstandigheden dus geen tussentijdse opzeggings- of beëindigingsbevoegdheid. BN-TAV en Schiphol zijn het er evenwel over eens dat het contract feitelijk wel is geëindigd. Het contract lijkt er niet in te voorzien hoe in dit specifieke geval moet worden afgerekend. [3]
variationsen vertragingen, die ook al voorlagen vóór de beëindiging van het contract. Die vorderingen kunnen dus hoe dan ook niet worden afgewikkeld met toepassing van de methodiek op basis van de vermeende tekortkoming van Schiphol. BN-TAV past artikel 6:74 BW Pro volgens Schiphol bovendien verkeerd toe. Bij een juiste toepassing dient BN-TAV in de (vermogens)toestand te worden geplaatst waarin zij – met een redelijke mate van waarschijnlijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van het geval – zou hebben verkeerd als de beëindiging achterwege was gebleven. De beëindiging is immers de veronderstelde schadeveroorzakende gebeurtenis, waar BN-TAV zich op zegt te baseren. Daarbij geldt niet dat moet worden uitgegaan van een "
onberispelijke wederzijdse uitvoering" van het contract. Dat geldt bij toepassing van artikel 6:277 BW Pro en niet in onderhavige situatie. Ook negeert BN-TAV daarmee de door haar gemaakte fouten vóór de beëindiging en de schade die Schiphol daardoor heeft geleden. Zelfs bij
onberispelijke nakomingzou dit moeten worden meegenomen.
without prejudice to the Parties' position on the entitlement to terminate the Contract.
variations) zal moeten worden beoordeeld welke
variationspartijen zijn overeengekomen, voor welke prijs en in hoeverre die
variationszijn uitgevoerd. BN-TAV heeft dan recht op een evenredig deel van het overeengekomen bedrag voor de
variationsen op de verdere volgens het contract daarbij behorende vergoedingen. Als de
variationvolledig is uitgevoerd, is daarvoor dus de bedongen vergoeding volledig verschuldigd, bij een gedeeltelijk uitgevoerde
variationwordt een percentage gehanteerd.
on account paymentvan € 2 miljoen op grond van de vaststellingsovereenkomst van 26 november 2021.
kansop prestatiebonussen. Daarbij staat centraal of
door beëindigingvan het contract bepaalde Milestones niet meer konden worden behaald die zonder beëindiging wel konden worden behaald.
werkelijke waarde van het uitgevoerde werk en de uitgevoerdevariationsop het moment dat het contract is beëindigd.
varationsop dat moment waren verricht.
herstelkostendie BN-TAV zou hebben moeten maken om werk dat gebrekkig door BN-TAV is uitgevoerd te (laten) herstellen, heeft daarbij een drukkend effect op de hiervoor genoemde waarde. De uitkomst van deze werkelijke waarde van het uitgevoerd werk (inclusief variations) –
minus het bedrag dat door Schiphol aan BN-TAV is betaald– toont de aanspraken tot aan de beëindiging.
gederfde winst en misgelopen prestatiebonussen. Daarbij gaat het om al het (meer)werk dat wel overeengekomen, maar nog niet door BN-TAV uitgevoerd was. De vraag of en in hoeverre dergelijke aanspraken contractueel zijn uitgesloten zal hierbij worden betrokken.
- de vertragingsclaims over en weer,
- de retentiebedragen en
- de bankgaranties.
5.De beslissing
20 mei 2026voor akte uitlating door beide partijen (maximaal vier pagina’s) over wat staat vermeld in alinea 4.30,