Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4097

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
c/13/772479 / HA ZA 25-1292
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:527 BWArt. 7:522 lid 2 BWArt. 7:533 lid 4 BWArt. 7:542 BWArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling frauduleuze betaling aan Portugese rekening

Equipmed USA B.V. vordert betaling van €1.182.765, vermeerderd met rente en kosten, wegens een frauduleuze betalingstransactie naar een Portugese bankrekening die niet was toegestaan volgens artikel 7:527 BW Pro. Equipmed stelt dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden door de frauduleuze betaalopdrachten uit te voeren en vordert daarnaast inzage op grond van artikel 843a Rv.

De rechtbank oordeelt dat de betaalopdrachten door een gemachtigde van Equipmed zijn gegeven en daarmee als toegestane betalingstransacties in de zin van artikel 7:522 lid 2 BW Pro gelden. De bank heeft geen algemene taak om alle vormen van fraude te voorkomen, maar moet wel optreden bij subjectieve wetenschap van onregelmatigheden. De omstandigheden waaronder de betalingen plaatsvonden, waaronder een telefoongesprek en de bestemming naar een notarisrekening, rechtvaardigen geen extra alertheid van de bank.

Na de fraudemelding op 6 november 2024 heeft de bank binnen 45 minuten een annuleringsverzoek ingediend bij de Portugese bank, wat als voldoende voortvarend wordt beoordeeld. De vordering tot inzage wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Equipmed wordt veroordeeld in de proceskosten van €16.147 en de wettelijke rente hierover.

De rechtbank concludeert dat de bank niet aansprakelijk is voor de frauduleuze betaling en wijst de vorderingen af.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot terugbetaling af en veroordeelt Equipmed in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/772479 / HA ZA 25-1292
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EQUIPMED USA B.V.,
gevestigd te Breda,
eiseres,
advocaat: mr. N.E. André de la Porte,
tegen
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat: mr. A.J. Haasjes.
Partijen worden hierna Equipmed en de bank genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2025, met producties,
- het exploot van 26 juni 2025 waarbij een verschrijving in de primaire vordering is aangepast,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 24 september 2025 waarin de mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 december 2025.
1.2.
Daarna is bepaald, na aanhouding, dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken. Dat is later dan gebruikelijk in verband met onverwachte omstandigheden bij de rechtbank.

2.De feiten

2.1.
Equipmed is een internationaal opererende fabrikant van esthetische en medische apparatuur en cosmetische huidverzorging.
2.2.
Equipmed houdt een betaalrekening aan bij de bank (hierna: de rekening). Op de rekening waren in november 2024 de algemene voorwaarden van de bank, de Voorwaarden Betaaldiensten Zaken en het Informatieblad Betaaldiensten Zaken van januari 2024 van toepassing.
2.3.
[naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) zijn [functie] van Equipmed. [naam 1] is gezamenlijk met [naam 2] bevoegd en [naam 2] is zelfstandig bevoegd Equipmed te vertegenwoordigen.
2.4.
Boekhouder van Equipmed is [naam 3] (hierna: [naam 3] ). [naam 3] is gevolmachtigd om namens Equipmed betalingen te verrichten.
2.5.
Op vrijdag 1 november 2024 nam [naam 1] telefonisch contact op met de bank om te informeren naar het openen van een rekening voor een andere entiteit (Equipmed USA 2 B.V.). [naam 1] informeerde tijdens dit telefoongesprek ook naar de wijze waarop een ontvangen aflossing van een door Equipmed verstrekte hypothecaire lening kon worden overgeboekt. Dit betrof een overboeking in verband met een nieuwe hypothecaire lening van Equipmed aan [naam 1] voor de financiering van zijn woning.
2.6.
[naam 1] stuurde op zaterdag 2 november 2024 een e-mail naar [naam 2] , die luidde, voor zover van belang:
“ [naam 2] ,
The amount which came from the sales of the property can be transferred to the account of the notary in Breda:
Seydlitz Notarissen
(…)
Derdengeldenrekening (third party account): [rekeningnummer] (…)”
De e-mail werd verzonden vanaf het gebruikelijke e-mailadres van [naam 1] , te weten
[e-mailadres 1].
2.7.
Op zondag 3 november 2024 heeft [naam 2] de e-mail van [naam 1] door willen sturen naar [naam 3] met daarbij het bericht:
“ [naam 3] , can you please transfer the funds as per [naam 1] ’s email”.
2.8.
De e-mail van [naam 1] bleek later bij het doorsturen te zijn gemanipuleerd. Het e-mailadres van [naam 1] was gewijzigd in
[e-mailadres 2]en het adres en het bankrekeningnummer van de notaris waren gewijzigd in een Portugees adres en een rekeningnummer aangehouden bij Banco Comercial Portugues, S.A. in Portugal (hierna: BCP).
2.9.
[naam 3] heeft de e-mail met de gemanipuleerde gegevens ontvangen.
2.10.
[naam 3] heeft op maandag 4 november 2024 twee betalingstransacties laten uitvoeren door de bank. Om 11:24 uur is een bedrag van € 1.000.000 overgemaakt en om 11:27 uur een bedrag van € 182.765,88, beiden naar het Portugese bankrekeningnummer uit de gemanipuleerde e-mail.
2.11.
Op woensdag 6 november 2024 constateerde Equipmed dat de overgeboekte bedragen niet door de notaris op zijn derdengeldenrekening waren ontvangen. Diezelfde dag omstreeks 11:00 uur nam Equipmed contact op met de afdeling Fraude van de bank om de transacties te melden en met het verzoek deze terug te (laten) draaien.
2.12.
De bank heeft op dezelfde dag, om 11:45 uur, een annuleringsverzoek ingediend bij BCP.
2.13.
Op donderdag 7 en vrijdag 8 november 2024 heeft opnieuw telefonisch contact plaatsgevonden tussen [naam 1] en de bank. Een medewerker van de bank lichtte tijdens deze gespreken toe dat de bank van BCP had vernomen dat de fraudeafdeling ermee aan de slag was gegaan.
2.14.
Equipmed heeft op zaterdag 9 november 2024 aangifte gedaan van fraude.
2.15.
Nadien is nog nader contact geweest tussen Equipmed en de bank en is een klacht ingediend. Dat heeft niet tot een voor Equipmed bevredigende oplossing geleid.
2.16.
Op 2 februari 2025 heeft (de Portugese) advocaat van Equipmed BCP verzocht het bedrag van de betalingen terug te boeken. BCP is hier niet toe overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
Equipmed vordert veroordeling van de bank tot betaling van € 1.182.765, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt hieraan ten grondslag dat het om een niet toegestane betalingstransactie gaat in de zin van artikel 7:527 BW Pro en dus terugbetaling moet plaatsvinden. De omstandigheden waaronder de betaalopdrachten plaatsvonden maakt bovendien dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden en zij schadeplichtig is. Verder vordert Equipmed op grond van artikel 843a Rv (oud) dat de bank veroordeeld wordt bepaalde informatie te overleggen.
3.2.
De bank voert verweer. De bank concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Equipmed, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Equipmed in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de bank gehouden is € 1.182.765 aan Equipmed (terug) te betalen. Ofwel omdat het een niet toegestane betalingstransactie was in de zin van artikel 7:527 BW Pro ofwel omdat de bank op grond van haar zorgplicht tegenover Equipmed de twee betaalopdrachten naar een bankrekening bij BCP had moeten opmerken en daarop actie had moeten ondernemen voordat zij werden uitgevoerd. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Daartoe geldt het volgende.
toetsingskader
4.2.
Banken vervullen in algemene zin een rol als poortwachter vanwege hun centrale positie in het betalingsverkeer en de dienstverlening ter zake, omdat zij op die gebieden bij uitstek deskundig zijn en ter zake beschikken over informatie die anderen missen. Die rol betekent niet dat banken een algemene wettelijke taak hebben om alle vormen van fraude te bestrijden.
4.3.
Een bank moet voorkomen dat haar diensten worden misbruikt voor witwassen of terrorismefinanciering. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verplicht banken daarom tot een post-event transactiemonitoringssysteem om deze vormen van financieel-economische criminaliteit te detecteren. Daarnaast moet een bank ook andere vormen van financieel-economische criminaliteit voorkomen die de integriteit van het financiële stelstel bedreigt. Daartoe zijn in de Wet op het financieel toezicht (Wft) diverse maatregelen voorgeschreven, die alle dienen ter bescherming van het vertrouwen in de financiële onderneming, de financiële markten en het bancaire bedrijf.
4.4.
Verder moet een bank haar klanten beschermen tegen misbruik van hun bankrekeningen, waaronder niet-geautoriseerde of frauduleuze betalingen (ook wel ‘bancaire fraude’ genoemd). Bij betalingen geldt het uitgangspunt dat een bank als betaaldienstverlener op grond van artikel 7:533 lid 4 BW Pro gehouden is gehoor te geven aan een betaalopdracht van de betaler, mits aan de daaraan gestelde voorwaarden is voldaan. Zij mag een betaalopdracht alleen weigeren op een contractuele of wettelijke grond.
4.5.
Tot slot is van belang dat de maatschappelijke functie van een bank een bijzondere bancaire zorgplicht meebrengt tegenover cliënten die in een contractuele relatie tot de bank staan. Die zorgplicht omvat bescherming van cliënten tegen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde. De reikwijdte van deze zorgplicht hangt af van alle omstandigheden van het geval, waaronder ook de van toepassing zijnde publiekrechtelijke regels in de Wft en de daarop gebaseerde nadere regelgeving. Wanneer een bank weet heeft van onregelmatigheden, zal zij tot actie moeten overgaan. De bank moet dan onderzoek doen en adequate maatregelen treffen. Dit wordt ook wel subjectieve wetenschap genoemd, wat wil zeggen dat een ‘behoren te weten’ niet genoeg is om in te moeten grijpen. De nadere invulling van de bancaire zorgplicht heeft de Hoge Raad weliswaar bepaald in de relatie tussen een bank en een derde (ECLI:NL:HR:2015:3399), maar ook eigen klanten van de bank (die op dit punt tenminste dezelfde bescherming verdienen) kunnen hier een beroep op doen.
toegestane betalingstransactie
4.6.
Equipmed heeft bevestigd dat de twee betaalopdrachten die zij maandag 4 november 2024 aan de bank heeft verstrekt in overeenstemming waren met tussen Equipmed en de bank overeengekomen vorm en procedure. Dat staat dus vast en daarmee geldt als uitgangspunt dat het om toegestane betalingstransacties gaat in de zin van artikel 7:522 lid 2 BW Pro. Anders dan Equipmed betoogt, maakt het enkele feit dat de betaalopdrachten niet gewild waren niet dat het daarmee
niettoegestane betalingstransacties zijn in de zin van artikel 7:527 BW Pro. De jurisprudentie waar naar Equipmed verwijst (ECLI:NL:HR:2021:749) leidt ook niet tot deze conclusie. In genoemde uitspraak ging het om de situatie dat een derde op onrechtmatige wijze de overeengekomen vorm en procedure volgt. Daar was in dit geval geen sprake van: [naam 3] zelf heeft als gemachtigde van Equipmed de betaalopdrachten gegeven. Dat daarbij een verkeerd (want ongewenst) rekeningnummer bij BCP is opgegeven komt voor risico van Equipmed. Een andere conclusie, namelijk dat telkens als een klant van een bank na uitvoering van een betaalopdracht kan stellen dat hij een opdracht die hij zelf in overeenstemming met de overeengekomen vorm en procedure heeft verstrekt (achteraf toch) niet gewild heeft en dat het dus een niet toegestane betalingstransacties betreft, zou bovendien weinig praktisch zijn. Dan zou steeds onzeker zijn of een betalingstransactie is toegestaan of niet. Dat strookt niet met de regelgeving van artikel 7:522 ev Pro BW.
4.7.
De conclusie is dat het om twee toegestane betalingstransacties gaat. De bank is dan ook niet gehouden terug te betalen op de grond dat het niet toegestane betalingstransacties betreft.
geen schending bijzondere zorgplicht
4.8.
Zoals in 4.5 genoemd mag van de bank verwacht worden dat zij tot onderzoek overgaat als zij op de hoogte is van onregelmatigheden, waaronder ongebruikelijk betalingsverkeer, en het daaraan verbonden gevaar. Bepalend hiervoor is datgene waar de bank zich daadwerkelijk van bewust was (subjectieve wetenschap).
4.9.
Equipmed heeft in het bijzonder drie omstandigheden genoemd die volgens haar maken dat de bank haar bijzondere zorgplicht (hierna: zorgplicht) in dit geval heeft geschonden. Twee van die omstandigheden zien erop dat de bank de betaalopdrachten niet zonder meer had mogen uitvoeren en een omstandigheid ziet op de situatie van na het melden van de fraude op woensdag 6 november 2024. De drie omstandigheden komen hierna achter elkaar aan de orde.
(i)
telefoongesprek vrijdag 1 november 2024
4.9.
Vast staat dat [naam 1] namens Equipmed in een telefoongesprek met de bank op vrijdag 1 november 2024 heeft geïnformeerd naar de mogelijkheden om ‘ongeveer 1,2 mio’, ontvangen als opbrengst van de verkoop van een huis, naar de derdengeldenrekening van een notaris te storten. Het gesprek, waarvan een transcript in het dossier zit, gaat in het bijzonder over het limietverschil tussen opdrachten via de app en opdrachten via een computer met betaalpas plus edentifier, en betalingen binnen het SEPA gebied.
4.10.
Zoals ter zitting ook aan de orde is geweest leidt dit telefoongesprek niet tot informatie voor de bank die zij bij een latere betaalopdracht beschikbaar moet hebben. Anders gezegd: het kan anno 2026 niet van de bank verwacht worden dat als een klant op enig moment informeert naar overschrijvingsmogelijkheden van omvangrijke bedragen naar een derdengeldenrekening van een notaris, dat dit wordt aangetekend in het dossier van de klant en bij een nadien verstrekte betaalopdracht steeds wordt gecontroleerd of die in lijn is met de verkregen informatie (of anderszins tot extra alertheid van de bank moet leiden).
(ii)
strijdigheid met artikel 25 Wet Pro op het notarisambt (Wna)
4.11.
Als bijzondere omstandigheid heeft Equipmed verder gewezen op het feit dat het om betaalopdrachten ging met als bestemming de derdengeldenrekening van een Nederlandse notaris. Volgens Equipmed is het een rode vlag voor een bank als een betaling wordt verzocht aan een buitenlands rekeningnummer op naam van een Nederlandse notaris. Dat is strijdig met de Wna en vereist extra alertheid van de bank.
4.12.
Equipmed wordt niet gevolgd in deze redenering. Beide partijen zijn ervan uitgegaan dat in de betaalopdrachten (kopieën zijn niet overgelegd) in ieder geval de naam van het notariskantoor (Seydlitz Notarissen) en een Portugese IBAN plus BIC zijn opgenomen. Dat is onvoldoende om van de bank extra alertheid te verwachten. In de eerste plaats is in artikel 7:542 BW Pro vastgelegd dat als bij een betaalopdracht een IBAN rekeningnummer wordt gebruikt, een naar dat rekeningnummer overgemaakt bedrag geacht wordt een correct uitgevoerde opdracht te zijn. Daarvan is hier sprake. Tot nader onderzoek is de bank dan niet gehouden. Dat vanaf 9 oktober 2025 de bank gehouden is een naam nummer controle uit te voeren, zoals Equipmed heeft gesteld, maakt dit niet anders, al was het maar omdat de betaalopdrachten uit november 2024 zijn en de bank onbetwist heeft aangevoerd dat zij er in haar voorwaarden expliciet op heeft gewezen dat ten aanzien van buitenlandse betalingen geen naam nummer controle plaatsvindt. In de tweede plaats is de gebruikte naam (Seydlitz Notarissen) op zichzelf niet voldoende voor de bank om te concluderen dat het om een
Nederlandsenotaris gaat. Maar ook als dat wel tot uitgangspunt wordt genomen, betekent dat niet dat van de bank nadere actie verwacht wordt. Afgepeld zou het standpunt van Equipmed betekenen dat de bank bij elke betaalopdracht aan een Nederlandse notaris (op basis van de naam van de begunstigde in de betaalopdracht) een extra verificatie handeling moet verrichten, bijvoorbeeld naam/nummer check of navraag bij de opdrachtgever. Dat zou, ook gegeven het aantal notarissen in Nederland en de hoeveelheid betalingstransacties die daarmee verband houden, een forse vertraging van het betalingsverkeer betekenen. De bestaande regelgeving biedt ook geen aanknopingspunten om voor degelijke categorieën begunstigden extra verificatie inspanning te verlangen van een bank.
4.13.
In dit kader geldt nog dat het klantenprofiel van Equipmed (normaliter geen betalingen naar Portugese bankrekeningen) en het feit dat de bank bij ander internationale betaalopdrachten van Equipmed wel regelmatig vragen stelt, het vorenstaande niet anders maakt. Het gaat in deze procedure uitsluitend om de twee betaalopdrachten die maandag 4 november 2024 zijn verstrekt. Wat de bank in andere gevallen wel of niet deed geeft geen aanleiding daar anders over te oordelen.
(iii)
melding vermoeden fraude aan de bank op woensdag 6 november 2024
4.14.
Als derde omstandigheid heeft Equipmed gewezen op het feit dat de bank te weinig gedaan heeft na de melding bij de fraude afdeling van de bank op woensdag 6 november 2024 rond 11:00 uur (hierna: fraudemelding).
4.15.
Anders dan de eerste twee omstandigheden gaat het hier om de situatie twee dagen nadat de betaalopdrachten waren verstrekt. De bank heeft aangegeven dat, nu het betalingen binnen de SEPA eurozone betreft, deze meteen worden verwerkt en dus ten tijde van de fraudemelding het geld de bank al had verlaten. Equipmed heeft dit niet, althans niet voldoende onderbouwd, betwist. In de dagvaarding heeft zij aangegeven dat op basis van openbare informatie betalingen een tot drie dagen in beslag nemen. Bij deze stand van zaken houdt de rechtbank het erop dat het geld ten tijde van de fraudemelding niet meer in haar controle was.
4.16.
Na ontvangst van de fraudemelding heeft de bank binnen 45 minuten, namelijk om 11:45 uur, een annuleringsverzoek ingediend bij BCP.
4.17.
Het vorenstaande betekent dat deze omstandigheid (handelen van de bank na de fraudemelding) niet leidt tot een schending van de zorgplicht van de bank. In de eerste plaats omdat de bank het niet meer in haar macht had het geld tegen te houden of zelf terug te halen. In de tweede plaats omdat de bank gedaan heeft wat je in die situatie van een bank mag verwachten: contact zoeken met BCP. Dat de bank dit binnen 45 minuten na de fraudemelding heeft gedaan acht de rechtbank in beginsel voldoende voortvarend.
4.18.
In dit kader heeft Equipmed nog aangevoerd dat de bank meer had moeten doen, maar zij heeft onvoldoende onderbouwd dat als de bank anders gehandeld zou hebben dit tot een ander resultaat had geleid, namelijk terugbetaling van (een deel van) de gelden. Opmerking verdient wel dat de bank op onderdelen zorgvuldiger had mogen handelen. Dat de swift antwoorden van BCP van 21 november 2024 pas veel later in het fraude dossier terecht zijn gekomen en Equipmed, naar later bleek ten onrechte, is bericht dat de rekening van de begunstigde bij BCP was geblokkeerd, is niet zorgvuldig. Maar ook hier geldt dat als de bank op deze onderdelen anders had gehandeld dit geen ander resultaat had opgeleverd. Dit betekent dat het voor de vordering van Equipmed in deze procedure niet tot een ander resultaat leidt.
afronding
4.19.
De vordering tot betaling wordt afgewezen. Voor zover de vordering tot inzage nog geldt – bij antwoord heeft de bank een deel van de gevraagde informatie verstrekt – is onvoldoende onderbouwd dat aan de vereiste voorwaarden is voldaan. Ook deze vordering wordt afgewezen.
4.20.
Equipmed is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bank worden begroot op:
- griffierecht
10.188
- salaris advocaat
5.77
(2 punten × € 2.885)
- nakosten
189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
16.147
4.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van Equipmed af,
5.2.
veroordeelt Equipmed in de proceskosten van € 16.147, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Equipmed niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Equipmed tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.