Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
DE JEUGD-EN GEZINSBESCHERMERS,
1.Het verloop van de procedure
- de spoedbeschikking van de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2026, waarbij een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening is verleend van 2 april 2026 tot 30 april 2026;
- de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 9 april 2026, waarbij de zaak in de stand waarin deze zich bevond ter verdere behandeling en beslissing is verwezen naar de rechtbank Amsterdam.
- het schriftelijke verzoek van GI met bijlagen, ontvangen op 2 april 2026;
- het verweerschrift namens de moeder met bijlagen, ontvangen op 9 april 2026.
- de moeder, via een online verbinding,
- de advocaat van de moeder, via een telefonische verbinding.
- mevrouw [medewerker GI] namens de GI;
- de vader met zijn advocaat (pas enige tijd na het openen van de zitting; er is geen tolk verschenen voor de vader).
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
wake up callvoor de moeder is geweest en dat zij vanaf nu,
in het belang van [minderjarige], in contact blijft met de betrokken instanties en de noodzakelijke hulpverlening ten volste benut zodat er zicht blijft op de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] en de moeder de kans moeten krijgen om te laten zien dat [minderjarige] op een veilige manier thuis kan wonen, met hulpverlening in het kader van de OTS. Hierbij kan worden gedacht aan intensieve opvoedondersteuning of een gezinsopname. De moeder moet zich goed realiseren dat een uithuisplaatsing mogelijk alsnog noodzakelijk is, als zij de afspraken met de GI en de hulpverlening onvoldoende nakomt. Indien hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling onvoldoende blijkt te zijn, staat het de GI vrij om een nieuw spoedverzoek in te dienen, dan wel het aangehouden verzoek te handhaven.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.