Westheimer Exploitatiemaatschappij B.V. vordert in kort geding dat huurder zijn spullen verwijdert uit de gemeenschappelijke verkeersruimtes van het gehuurde pand en deze ruimtes vrij houdt. Tevens wordt een machtiging gevorderd om de spullen zelf te mogen verwijderen en een voorwaardelijke ontruiming van de woning.
De huurder heeft sinds 2017 herhaaldelijk spullen in de gemeenschappelijke ruimten geplaatst, ondanks eerdere verzoeken en een vonnis uit 2024 waarin hij werd bevolen deze te verwijderen. De spullen worden met grote regelmaat in de gang geplaatst, wat tot klachten van buren heeft geleid.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot verwijdering en het verbod op het plaatsen van spullen in de verkeersruimtes wordt toegewezen. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, maar de machtiging aan verhuurder om de spullen op kosten van huurder te verwijderen wordt wel toegewezen. De voorwaardelijke ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van toewijzing in een bodemprocedure. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.