Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3795

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
13/031071-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon ondanks detentiegarantie in België

De rechtbank Amsterdam behandelde op 15 april 2026 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, België, gericht op de overlevering van een Nederlandse verdachte geboren in 1994 te Tilburg. De verdachte werd verdacht van illegale handel in verdovende middelen, een lijstfeit onder de Overleveringswet (OLW).

De verdachte beriep zich op de terugkeergarantie van artikel 6 OLW Pro, omdat hij sterke banden met Nederland heeft en zijn straf hier wil ondergaan. België gaf een garantie dat de verdachte na veroordeling terug naar Nederland kan worden overgebracht om de straf uit te zitten. Daarnaast werd een individuele detentiegarantie verstrekt voor de detentieomstandigheden in de gevangenis van Dendermonde, waar de verdachte waarschijnlijk zal worden vastgehouden.

De raadsman voerde aan dat de detentiegarantie onvoldoende is vanwege overbevolking en slechte omstandigheden in Belgische gevangenissen, onderbouwd met nieuwsberichten en een open brief. De officier van justitie stelde dat de individuele garantie het algemene gevaar wegneemt en dat de nieuwsberichten niet als objectief en actueel bewijs kunnen gelden.

De rechtbank oordeelde dat de individuele garantie voldoende zekerheid biedt dat de verdachte niet zal worden onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandeling. De aangehaalde nieuwsberichten en eerdere uitspraken over andere gevangenissen zijn niet vergelijkbaar met de situatie in Dendermonde. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding en schorsing af en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan België toe, omdat de individuele detentiegarantie het algemene gevaar voor onmenselijke behandeling wegneemt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/031071-26
Datum uitspraak: 15 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 3 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 30 januari 2026 door de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in Tilburg,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. van Rooijen, advocaat in Tilburg.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB, in samenhang gelezen met het A-formulier, vermeldt een bevel tot aanhouding bij verstek van 30 januari 2026, dat is afgegeven door een onderzoeksrechter.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn gezinsleven en zijn belangen in Nederland gevestigd. [4]
Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Het Parket van de procureur des Konings Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft op 4 maart 2026 de volgende garantie gegeven:
"In antwoord op uw brief inzake de overlevering van [de opgeëiste persoon] (geboren op [geboortedag] ), sta ik u de garantie toe voor de terugkeer van de betrokkene naar uw land. Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel houdt deze garantie in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar uw land wordt overgebracht teneinde deze straf of maatregel aldaar te ondergaan."
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden

6.1
Inleiding
Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in België, en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet. [5]
Bij brief van 23 maart 2026 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit, is de volgende garantie gegeven:
1. In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?
[de opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Dendermonde indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling?
België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel.
In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [de opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering:
- De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3 m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten.
- De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair.
o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm
o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau.
- De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen.
- Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten.

3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden

Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”

6.2
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie het vastgestelde algemene reële gevaar niet wegneemt voor de opgeëiste persoon. De raadsman heeft hierbij verwezen naar uitspraken van deze rechtbank, onder andere over de detentieomstandigheden in Mechelen [6] , een open brief van de Directrice-Generaal Penitentiaire Inrichtingen van 16 december 2025 [7] en verschillende nieuwsberichten [8] . Uit de nieuwsberichten blijkt dat sprake is van overbevolking en grondslapers in de detentie-instelling in Dendermonde. Uit de detentiegarantie volgt niet dat de opgeëiste persoon niet zal worden onderworpen aan dergelijke slechte detentieomstandigheden. Gelet hierop zijn er gegronde redenen om te twijfelen of de verstrekte garantie in de praktijk kan worden nagekomen. Primair moet de overlevering daarom worden geweigerd. Subsidiair moet de behandeling van het EAB worden aangehouden om nadere vragen te stellen aan de Belgische autoriteiten over de detentieomstandigheden in Dendermonde en in hoeverre de gegeven garantie in dat licht kan worden nagekomen. De raadsman heeft verzocht, indien de rechtbank besluit tot aanhouding van de zaak, om schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon.
6.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie inderdaad niets verandert aan de omstandigheden die hebben geleid tot het vaststellen van een algemeen gevaar voor Belgische detentie-instellingen, maar dat deze detentiegarantie wel het algemene gevaar ten aanzien van de opgeëiste persoon wegneemt. Dit is in overeenstemming met het ‘twee stappen-stelsel’ zoals volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake Aranyosi en Căldăraru. [9] Tevens heeft de officier van justitie in dat verband erop gewezen dat op grond van het vertrouwensbeginsel dient te worden uitgegaan van de toezegging van de Belgische autoriteiten. De door de raadsman overgelegde nieuwsberichten vormen een bevestiging van het algemene gevaar in België. Deze nieuwsberichten kunnen echter niet als objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens worden aangemerkt, die aantonen dat de individuele detentiegarantie in het geval van de opgeëiste persoon niet kan worden nageleefd. Verder verzet de officier van justitie zich tegen de gevraagde schorsing. Dit verzoek is eerder gemotiveerd afgewezen en er zijn geen nieuwe argumenten aangevoerd.
6.4
Oordeel van de rechtbank
De voormelde detentiegarantie is niet afkomstig van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit. In dat geval dient de rechtbank de geboden zekerheid van de garantie te toetsen aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt. [10]
De rechtbank is, gelet op de toezeggingen van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen, nu hij zal worden geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder met relevante internationale standaarden (onder andere de CPT-standaarden).
De verwijzing van de raadsman naar meerdere nieuwsberichten en de open brief van 16 december 2025 leidt niet tot een ander oordeel. Deze stukken vormen naar het oordeel van de rechtbank een bevestiging van het algemene gevaar zoals dat voor detentie-instellingen in België is aangenomen. Verder overweegt de rechtbank dat deze zaak verschilt van de zaken die door de raadsman zijn aangehaald. In de door de raadsman aangehaalde zaak, waarin op
10 februari 2026 tussenuitspraak is gedaan, beschikte de rechtbank over gegevens waaruit bleek dat in de betreffende detentie-instelling (Mechelen) sprake was van een zeer grote mate van overbevolking door een bezittingsgraad van 185,7%. De zorgen daarover werden bovendien onderschreven door uitlatingen van de gevangenisdirecteur van de betreffende detentie-instelling. De rechtbank beschikt niet (ook niet ambtshalve) over dergelijke gegevens ten aanzien van de detentie-instelling in Dendermonde, waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Evenmin beschikt de rechtbank over objectieve gegevens waaruit blijkt dat de bezettingsgraad in de detentie-instelling in Dendermonde vergelijkbaar is met de bezettingsgraad in Mechelen. Bovendien komt het meest recente nieuwsbericht dat de raadsman heeft overgelegd uit januari 2026, terwijl de actuele situatie in detentie-instellingen over het algemeen binnen een korte tijdsperiode kan veranderen. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de overgelegde nieuwsberichten dan ook niet gelden als naar behoren bijgewerkte gegevens.
In verband met het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de raadsman niet met objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens heeft onderbouwd dat in het specifieke geval van de opgeëiste persoon de gegeven detentiegarantie niet meer zal kunnen worden nageleefd.
Artikel 11 OLW Pro staat niet aan de overlevering in de weg. In verband met het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de behandeling van het EAB aan te houden voor het stellen van aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het verweer van de raadsman wordt verworpen en de rechtbank komt daarom niet toe aan de behandeling van het schorsingsverzoek.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G.S. Haas en E. Mulder, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (
6.Rb Amsterdam 10 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1387; Rb Amsterdam 12 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2533.
7.Dender Journaal, “Overbevolking in gevangenissen onder de loep”, 9 januari 2026; KW, “Stafhouders bezoeken opnieuw gevangenissen”, 10 december 2025; GVA, “Door overbevolking slapen gedetineerden in Dendermonde nu zelfs in veiligheidscellen”, 25 november 2025.
8.Federale Overheidsdienst Justitie België, “Open brief Mathilde Steenbergen”, 16 december 2025.
9.ECLI:EU:C:2016:198, Aranyosi en Căldăraru.
10.Hof van Justitie van de Europese Unie 25 juli 2018, zaak