Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Amtsgericht Augsburg, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Amtsgericht Augsburgvan 23 december 2025 met kenmerk 64 Gs 7831/25.
4.Genoegzaamheid
: “verkocht en overhandigde verdachte aan de in een andere zaak vervolgde [persoon] (…) ten minste 300 gram cocaïnemengsel voor de prijs van 17.000 euro. De cocaïne had een gehalte aan werkzame stof van ten minste 30 procent cocaïne-hydrochloride”. Daarnaast is ten aanzien van de verdenking vermeld dat het feit voorafgaand aan 18 september 2024 zou zijn gepleegd. Boven de beschrijving van alle feiten staat bovendien als gehele pleegperiode vermeld “
september 2024 tot en met november 2024”, met als plaats(en delict Augsburg (Duitsland) en Enschede (Nederland). De rechtbank begrijpt hieruit dat het eerste feit gepleegd zou zijn in de periode tussen begin september 2024 en 18 september 2024. De rechtbank overweegt verder dat sprake is van een overlevering in het kader van een nog lopend strafrechtelijk onderzoek, waardoor een nadere specificatie thans niet nodig is. De precieze gang van zaken met betrekking tot het eerste feit waarvan de opgeëiste persoon in Duitsland mede wordt verdacht, zal later in Duitsland moeten blijken. In verband met het voorgaande is de naleving van het specialiteitsbeginsel naar het oordeel van de rechtbank gewaarborgd.
5.Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan het
Amtsgericht Augsburg, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.