7.3Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregelen gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich in een psychotische toestand schuldig gemaakt aan doodslag op een bekende van hem. Verdachte en het slachtoffer kenden elkaar al ruim twee jaren. Die nacht heeft verdachte het slachtoffer gebeld omdat hij in paniek was en haar hulp nodig had. Toen zij hierop naar zijn woning kwam, heeft hij haar meerdere malen met een mes gestoken. Het slachtoffer had meer dan veertig steek- en snijverwondingen en is als gevolg van snijletsel aan de rechterkant van haar hals overleden. Doodslag geldt in ons strafrechtstelsel als een van de ernstigste misdrijven, omdat het recht op leven het meest fundamentele mensenrecht is. Door het handelen van verdachte is dit recht aan het slachtoffer ontnomen. Verdachte heeft met zijn handelen veel verdriet en leed veroorzaakt bij de nabestaanden van het slachtoffer en hun leven ingrijpend beïnvloed, zoals ook is gebleken uit de slachtofferverklaringen die de advocaat van de nabestaanden ter terechtzitting heeft voorgelezen. Haar overlijden is niet alleen een persoonlijk verlies voor de nabestaanden, maar versterkt ook het gevoel van angst en onveiligheid in de samenleving als geheel.
Zoals hiervoor in rubriek 6.3.2 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het bewezen geachte wegens ziekelijke stoornis niet aan verdachte kan worden toegerekend. Omdat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, kan aan hem geen straf worden opgelegd. Wel kan aan verdachte een maatregel worden opgelegd.
Het strafblad van verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 6 januari 2026. Hieruit blijkt dat hij niet eerder in Nederland is veroordeeld.
Pro Justitia-rapportages
Uit de onder rubriek 6.3.2 vermelde rapporten van de gedragsdeskundigen van 4 september 2025 blijkt dat, indien verdachte geen adequate behandeling krijgt, het risico op gewelddadig gedrag op lange termijn als hoog wordt ingeschat. De kans op recidive hangt volgens de psycholoog samen met de ernst van zijn psychotische ontregeling. De psychiater merkt daarbij op dat het slechts gedeeltelijke ziekte-inzicht van verdachte, zijn middelengebruik, het risico op medicatie-ontrouw en zijn kwetsbaarheid voor depressieve en/of psychotische ontregeling risicofactoren vormen. Het is daarom van belang dat verdachte goed ingesteld blijft op medicatie. Daarnaast is behandeling voor zijn psychotische stoornis noodzakelijk om recidive in de toekomst te voorkomen. De gedragsdeskundigen adviseren een intensieve en langdurige klinische behandeling in een kliniek met beveiligingsniveau 3, evenals een langdurig vervolg- en nazorgtraject. Daarnaast zal er middels psycho-educatie gewerkt moeten worden aan het verkrijgen van ziekte-inzicht en -besef. Verder wordt van belang geacht dat tijdens de behandeling aandacht wordt besteed aan verdere verwerking van traumatische gebeurtenissen, abstinentie van middelengebruik en het (her)opbouwen van een sociaal netwerk. Gelet op de aard en de ernst van de psychotische problematiek van verdachte dient de behandeling daarom plaats te vinden binnen een forensisch kader. Zowel de psycholoog als de psychiater vinden oplegging van tbs met voorwaarden de meest passende maatregel. Een behandeling in dit kader biedt voldoende mogelijkheden om de benodigde duur en mate van toezicht te realiseren om zowel verdachte adequaat te behandelen als de maatschappelijke veiligheid te waarborgen.
Reclasseringsrapportage
De reclassering heeft naar aanleiding van de Pro Justitia-rapportages gerapporteerd over de uitvoerbaarheid van de geadviseerde maatregel. Uit het rapport van GGZ Reclassering Nederland van 4 november 2025, opgemaakt door J. Vreman, blijkt het volgende. De reclassering adviseert positief over tbs met voorwaarden en heeft daartoe voorwaarden opgesteld. Verdachte heeft zich ook bereid verklaard mee te werken aan de geadviseerde voorwaarden. Bij oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden zou verdachte geplaatst kunnen worden bij de Forensisch Psychiatrische Kliniek (hierna: FPK) Inforsa, alwaar hij op 13 oktober 2025 is geaccepteerd en op de wachtlijst is geplaatst. Daarnaast adviseert de reclassering om de tbs-maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren en om de GVM-maatregel van artikel 38z Sr aan verdachte op te leggen. Middels de GVM-maatregel kunnen na de beëindiging van de tbs-maatregel gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast worden.
Kort na het uitbrengen van de reclasseringsrapportage is een plek bij FPK Inforsa beschikbaar gekomen waarna verdachte onder schorsing van de voorlopige hechtenis met door de reclassering geadviseerde voorwaarden is opgenomen.
In de aanvullende rapportages van 4 maart 2026, naar aanleiding van vragen van de officier van justitie over de haalbaarheid van een tbs met voorwaarden, hebben de psycholoog en psychiater aangegeven dat door de huidige behandelaren van verdachte wordt gesproken van een relatief gunstige prognose gelet op het ziektebesef, de motivatie en inzet van verdachte. De verwachting van de deskundigen is dat met name het bewerken van de stevig verankerde overtuigingen van verdachte nog tijd zal vragen. Een gedegen vormgegeven vervolg- en na-zorgtraject, waarbij gedacht moet worden aan een combinatie van beschermd wonen, toezicht (ook op medicatie-inname en middelengebruik) en ambulante behandeling en begeleiding vanuit een (forensisch) FACT-team, zal naar verwachting meerdere jaren in beslag nemen. Binnen de huidige klinische setting wordt het risico op ernstige gewelddadige recidive als laag ingeschat. Bij het ontbreken van voldoende adequate behandeling en begeleiding wordt het risico, indien een aanhoudende verstoorde realiteitstoetsing over een langere periode opnieuw zou uitmonden in een floride psychotisch toestandsbeeld, als hoog ingeschat.
Ter terechtzitting
Ter terechtzitting is psychiater M.B.F. van Berkel als deskundige gehoord. Zij heeft de informatie uit het rapport en het aanvullend rapport bevestigd en nader toegelicht. Zij heeft toegelicht dat verdachte sinds zijn schorsing op 12 november 2025 verblijft bij FPK Inforsa, waar hij behandeld wordt. Bij verdachte is sprake van een op zichzelf staande psychotische stoornis en de klinische behandeling zal naar verwachting twee jaren duren. Middels behandeling kunnen de symptomen van de psychotische stoornis verminderen en leert verdachte om te gaan met zijn waanovertuigingen. Van Berkel heeft verder aangegeven dat verdachte, hoewel sprake is van enig ziekte-besef en ondanks zijn reeds opgestarte behandeling, overtuigd blijft van bepaalde wanen. Het is daarom van belang dat verdachte zijn medicatie blijft innemen. De resterende symptomen, die niet worden verminderd door de medicatie, kunnen door middel van cognitieve gedragstherapie worden behandeld. Ten slotte heeft de psychiater aangegeven dat dwangverpleging niet noodzakelijk is. Verdachte is immers medicatietrouw, gemotiveerd voor zijn behandeling en zij acht verdachte ook in staat om de voorwaarden na te leven.
Ter terechtzitting is ook psycholoog J. ter Harmsel als deskundige gehoord. Zij heeft de informatie uit het rapport en het aanvullend rapport bevestigd en nader toegelicht. Ter Harmsel acht het van belang dat een FACT-team met forensische scherpte wordt aangesteld om het risicomanagement ook na afloop van de klinische behandeling goed te bewaken. Op die manier kan tijdig worden ingegrepen.
Ten slotte is ter terechtzitting reclasseringswerker C. Harwig, waarnemend voor J. Vreman, als deskundige gehoord. Hij heeft de informatie uit het rapport bevestigd en nader toegelicht. Hij heeft aangegeven dat verdachte tijdens zijn behandeling in het kader van de schorsing van het bevel van voorlopige hechtenis is gestabiliseerd en meer inzicht heeft gekregen in zijn waanovertuigingen. Verdachte is gemotiveerd om het reeds opgestarte traject voort te zetten.
Maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden
De rechtbank legt aan verdachte de tbs-maatregel met voorwaarden op. Zij overweegt daartoe het volgende.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waar naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer op is gesteld, te weten doodslag. Verdachte is onderzocht door een psychiater en een psycholoog, die hebben vastgesteld dat tijdens het begaan van het bewezenverklaarde bij verdachte sprake was een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Voorts vereist de algemene veiligheid van personen de oplegging van deze maatregel nu verdachte wordt veroordeeld voor een zwaar geweldsdelict en het risico op herhaling zonder behandeling als hoog wordt ingeschat.
De geadviseerde behandeling en het beveiligingsniveau van de kliniek waar verdachte inmiddels wordt behandeld, passen wat de gedragsdeskundigen betreft binnen het kader van tbs met voorwaarden. Deze maatregel biedt volgens de gedragsdeskundigen voldoende mogelijkheden om verdachte adequaat te behandelen, de risico’s voldoende in te perken en de maatschappij te beschermen. Daarnaast is ter terechtzitting aangegeven dat dwangverpleging niet noodzakelijk wordt geacht. Met voldoende forensische scherpte kan vroegtijdig worden gehandeld indien verdachte zichzelf dreigt te onttrekken aan de voorwaarden. De rechtbank ziet op de zitting en ook in de stukken van het dossier dat verdachte gemotiveerd is om een behandeling te volgen en zich aan de voorwaarden te houden. De bereidwilligheid van verdachte blijkt ook uit zijn gedrag van de afgelopen periode. Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft hij zich aan alle schorsingsvoorwaarden gehouden en is de behandeling goed verlopen.
De rechtbank is – in lijn met de adviezen van de gedragsdeskundigen – van oordeel dat tbs met voorwaarden in deze zaak een passende maatregel is en dat tbs met dwangverpleging, zoals gevorderd door de officier van justitie, niet geboden is. De rechtbank zal daarom aan de tbs-maatregel de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden. Verdachte heeft zich ook bereid verklaard deze na te leven. Door het opleggen van tbs met voorwaarden kan verdachte vanuit zijn huidige motivatie starten met de (langdurige) behandeling in de kliniek waar hij inmiddels al geruime tijd verblijft, terwijl tegelijkertijd de externe druk van tbs met dwangverpleging in beeld blijft. Indien verdachte zich immers niet aan de voorwaarden houdt, kan alsnog een bevel tot dwangverpleging volgen.
De stelling van de officier van justitie dat tbs met voorwaarden enkel passend is bij een levensdelict binnen familierelaties kan de rechtbank niet volgen. Deze stelling vindt geen steun in de wet of de jurisprudentie.
Ongemaximeerde tbs in geval van omzetting
De rechtbank overweegt dat de tbs-maatregel zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten doodslag. De maatregel kan daarom bij omzetting naar tbs met dwangverpleging langer duren dan vier jaar
GVM-maatregel
De rechtbank stelt vast dat voldaan is aan de voorwaarden voor het opleggen van een
GVM-maatregel. Verdachte wordt namelijk ter beschikking gesteld als bedoeld in de artikelen 37a en 38 Sr. Ook is het ter bescherming van de algemene veiligheid van anderen nodig dat na de tbs-maatregel gedragsbeïnvloedende en/of vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden. De rechtbank zal daarom deze maatregel opleggen.
Voorlopige hechtenis
Het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte is onder voorwaarden geschorst met ingang van de datum waarop hij feitelijk is opgenomen in FPK Inforsa. De voorlopige hechtenis is nog steeds geschorst. De rechtbank ziet in de op te leggen tbs-maatregel aanleiding de schorsen te laten voortduren en de schorsingsvoorwaarden te wijzigen zodat die gelijkluidend worden aan de voorwaarden die worden gesteld bij de tbs-maatregel. De beslissing tot wijziging van de voorwaarden is afzonderlijk geminuteerd. Deze schorsing van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank noodzakelijk, omdat omzetting van de tbs-maatregel met voorwaarden in een tbs-maatregel met dwangverpleging (bij overtreding van de voorwaarden van de tbs-maatregel) niet mogelijk is zolang dit vonnis niet onherroepelijk is. De rechtbank zal daarom bepalen dat de schorsing van de voorlopige hechtenis in duur beperkt is tot het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden. Als verdachte dan de in het kader van de tbs-maatregel te stellen voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kunnen ook in die situaties de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is geworden. Dadelijke uitvoerbaarheid tbs met voorwaarden
Gelet op de noodzaak van de behandeling en het gevaar voor recidive en het uit te oefenen toezicht, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van artikel 38, eerste lid, Sr te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Conclusie
De rechtbank legt verdachte tbs met voorwaarden op. De tbs-maatregel is ook dadelijk uitvoerbaar. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte de GVM-maatregel op.