ECLI:NL:RBAMS:2026:3695
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing Europese gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende zorgvuldigheid medische advisering
Eiser diende op 21 maart 2025 een aanvraag in voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een bestuurder, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 5 juni 2025 werd afgewezen op basis van adviezen van de GGD. Eiser maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De GGD bracht meerdere adviezen uit die de afwijzing ondersteunden, maar eiser betwistte de zorgvuldigheid en inhoud van deze adviezen.
De rechtbank oordeelt dat de medische adviezen van de GGD niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De adviezen zijn gebaseerd op een momentopname en bevatten geen kwantitatieve vaststelling van de loopafstand, terwijl eiser ernstige en chronische klachten heeft die onvoldoende zijn meegewogen. Een door eiser ingeschakelde verzekeringsarts concludeert dat de GGD-adviezen onvolledig en misleidend zijn, onder meer door verkeerde interpretatie van de arbeidssituatie en onderschatting van de klachten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een nieuw medisch advies moet worden ingewonnen dat alle relevante medische informatie meeneemt. Tevens wijst de rechtbank een voorlopige voorziening toe, waardoor eiser tot zes weken na het nieuwe besluit gebruik kan maken van een GPK. Daarnaast wordt het griffierecht en de proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende zorgvuldigheid in de medische advisering en wijst een voorlopige voorziening toe.