2.4.Omdat de rechtbank na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiseres.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Verweerder is in het bestreden besluit bij de afwijzing van de aanvraag voor een urgentieverklaring gebleven omdat bij een urgentieverklaring op medische gronden, in dit geval psychische klachten, sprake moet zijn van aantoonbaar chronische klachten en de aanvrager op het moment van de aanvraag minimaal zes maanden onder behandeling moet zijn voor het betreffende medische probleem bij een specialistische, tweedelijns GGZ-instelling of vrijgevestigd psychiater. Eiseres voldoet volgens verweerder niet aan dit criterium. De GGD-arts komt namelijk in het adviesrapport van 11 december 2025 tot de conclusie dat de psychische beperkingen van eiseres niet van dien aard en ernst zijn, dat hiermee urgente verhuizing op medische gronden te onderbouwen is.
4. Eiseres verwijst naar de overgelegde informatie van GGZ Centraal van
26 november 2025 waaruit volgens haar blijkt dat sprake is van een ernstige psychiatrische voorgeschiedenis, dat de kans op recidive hoog blijft en dat haar huidige woning psychische onrust veroorzaakt. In het verleden heeft dit bijgedragen aan overprikkeling en verlies van controle, en haar herstel ondermijnt. Verweerder heeft deze informatie volgens eiseres onvoldoende serieus en onvoldoende kenbaar meegewogen. Verweerder heeft zich in hoofdzaak gebaseerd op het GGD-advies. Daarmee is echter onvoldoende gemotiveerd waarom de concrete bevindingen van GGZ Centraal niet tot een medische urgentie leiden. Verder is de situatie volgens eiseres ten onrechte te veel benaderd als een kwestie van fysiek traplopen. Haar probleem is niet alleen fysiek, maar vooral psychisch: de woning en woonomgeving veroorzaken spanning, onrust en een reëel risico op ontregeling. Door dit te beperkt te beoordelen, is het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Ook is eiseres opnieuw aangemeld voor behandeling en gebruikt zij weer medicatie. Dit
bevestigt dat haar psychische problematiek nog steeds actueel is en dat de eerdere voorstelling alsof sprake was van een voldoende stabiele en afgeronde situatie te beperkt is
geweest. Deze ontwikkeling is geen losstaand nieuw feit, maar een nadere bevestiging van de reeds bestaande psychische kwetsbaarheid en het risico op terugval. Daarnaast zijn de belangen van haar minderjarige zoon volgens eiseres onvoldoende individueel meegewogen. Haar psychische stabiliteit hangt namelijk direct samen met zijn welzijn en veiligheid.
5. Volgens vaste rechtspraak mag een bestuursorgaan bij het nemen van een besluit uitgaan van het advies van een (medisch) deskundige, als is nagegaan of dit advies zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is, begrijpelijk is gemotiveerd en de conclusies kan dragen, de zogenaamde vergewisplicht.Zijn er concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies naar voren gebracht, dan mag niet zonder meer van het advies van de deskundige worden uitgegaan.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldaan aan deze vergewisplicht en mocht verweerder het oordeel van de GGD aan de afwijzing van de urgentieverklaring ten grondslag leggen. De GGD heeft voldoende onderzoek gedaan en het advies is navolgbaar. De GGD heeft in het advies meegewogen dat eiseres al enige tijd geen behandeling meer heeft voor psychische klachten en ook geen medicamenteuze ondersteuning. Verder is de relatie tussen de psychische klachten en de woonsituatie onvoldoende duidelijk. De GGD-arts heeft, vanwege de medische problematiek van eiseres in het verleden, overwogen dat eiseres zelfstandig kan wonen. De GGD-arts heeft daarbij opgemerkt dat eiseres al langere tijd zelfstandig woont en voor haar minderjarige kind zorgt. Dat eiseres in staat is om zelfstandig te wonen, betekent evenwel niet dat haar daarom een urgentieverklaring moet worden verstrekt. Er moet sprake zijn van ernstige en chronische medische problematiek waardoor eiseres niet meer in staat is zelfstandig te functioneren én eiseres moet in staat zijn om zelfstandig te wonen. De GGD-arts heeft verder expliciet de brief van GGZ Centraal van 26 november 2025 meegenomen in het advies. Dat eiseres zich desondanks niet kan vinden in de conclusie van de GGD is geen reden om het advies onzorgvuldig te achten. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om aan het advies te twijfelen. Met de GGD-arts is de rechtbank daarom van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat sprake is van dermate ernstige problematiek
die alleen kan worden opgelost of verbetert met een verhuizing naar een eengezinswoning.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder geen aanleiding hoefde te zien om de hardheidsclausule toe te passen. Een beroep op de hardheidsclausule kan slechts bij uitzondering slagen, waarbij het aan eiseres is aannemelijk te maken dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die tot toepassing van de hardheidsclausule nopen. Eiseres heeft geen stukken ingediend waaruit is vast komen te staan dat haar psychische problematiek van dien aard is, dat eiseres vanwege ernstige, levensbedreigende psychische problemen met spoed een eigen zelfstandige woonruimte moet krijgen. Ook is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende rekenschap heeft gegeven aan de belangen van haar minderjarige kind. Hij heeft onderdak en verder is niet gebleken van enige problematiek in de ontwikkeling van het kind. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden die maken dat de gevolgen van het bestreden besluit onredelijk bezwarend zijn voor eiseres of haar minderjarige zoon.
8. De medische informatie die eiseres heeft overgelegd over haar nieuwe behandeling bij de GGZ en het gebruik van medicatie dateert van na het bestreden besluit. Deze informatie heeft verweerder daarom niet hoeven meewegen in het bestreden besluit. Bovendien kan eiseres, indien sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, een nieuwe aanvraag doen waarin deze medische informatie kan worden beoordeeld.
9. Tot slot merkt de rechtbank op dat eiseres met haar aanvraag voor een urgentieverklaring niet kan bereiken wat zij wenst. Verweerder heeft hiertoe toegelicht dat bij het verstrekken van een urgentieverklaring wordt gekeken naar de gezinssamenstelling van eiseres waardoor een woning met vier kamers zonder bovenburen niet realistisch is. De woonwensen van eiseres kunnen niet met een urgentieverklaring worden ingewilligd.