ECLI:NL:RVS:2014:2541
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ontheffing inburgeringsplicht wegens medische belemmering
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Almere om ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering. Het college wees dit verzoek bij besluit van 27 december 2011 af. Na een bezwaarprocedure verklaarde het college het bezwaar ongegrond en wees de rechtbank het beroep van appellante af.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep. Centraal stond de vraag of het college het advies van een onafhankelijke arts, die concludeerde dat appellante medisch gezien in staat is het inburgeringsexamen binnen vijf jaar te behalen, terecht aan het besluit ten grondslag heeft gelegd. Appellante stelde dat het college het advies had moeten toetsen en dat een verklaring van haar huisarts een ander beeld gaf.
De Afdeling oordeelde dat het college zich terecht op het advies heeft gebaseerd, omdat dit zorgvuldig tot stand was gekomen en inzichtelijk en concludent was. De verklaring van de huisarts werd niet als contra-expertise aangemerkt en kon de uitkomst van het advies niet weerleggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om ontheffing van de inburgeringsplicht bevestigd.