Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Hoog PKB), een regeling voor taxivervoer voor mensen die vanwege medische beperkingen niet met de trein kunnen reizen. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op basis van medische adviezen waarin is geconcludeerd dat eiser, ondanks zijn beperkingen, met begeleiding en hulpmiddelen zoals een rolstoel wel met de trein kan reizen.
Eiser voerde aan dat zijn epileptische klachten en andere medische beperkingen onvoldoende in samenhang waren beoordeeld en dat er sprake was van een motiveringsgebrek. De rechtbank oordeelt echter dat de medische informatie, waaronder recente MRI-gegevens, geen aanleiding geeft om het oordeel van verweerder te betwijfelen. De rechtbank erkent de lastige situatie van eiser, maar ziet geen uitzonderlijke omstandigheden die een afwijking van het protocol rechtvaardigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, wat betekent dat eiser geen recht krijgt op het Hoog PKB, het griffierecht niet wordt terugbetaald en geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 14 april 2026.