ECLI:NL:RBAMS:2026:3485
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname bij veroordeling voor digitaal misdrijf ongegrond verklaard
Veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bevel tot afname en verwerking van haar DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, omdat het misdrijf digitaal is gepleegd en zij meent dat DNA-onderzoek niet van betekenis is voor opsporing en vervolging.
De rechtbank stelt vast dat het misdrijf, het openbaar maken van een afbeelding van seksuele aard, valt onder de opsomming van artikel 67 Sv Pro en dat het bevel tot DNA-afname daarom rechtmatig is. Hoewel het misdrijf digitaal is gepleegd, kan DNA-onderzoek bij dergelijke feiten wel degelijk van belang zijn, bijvoorbeeld bij het gebruik van gegevensdragers.
De rechtbank weegt mee dat veroordeelde een forse taakstraf heeft gekregen en dat er geen aanwijzingen zijn voor een gering recidivegevaar. De inbreuk op de privacy door DNA-afname wordt geacht gerechtvaardigd te zijn. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.