Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Substitut du procureur du Roi - Section territorialeonder andere de volgende aanvullende informatie verstrekt:
[adres 2]is verstuurd, het adres waar de opgeëiste persoon op dat moment “gedetineerd” was onder elektronisch toezicht. Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon – als hij al niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot zijn veroordeling heeft geleid - kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot brieven die op zijn elektronische detentieadres bezorgd werden. Dit terwijl zorgvuldigheid van hem verwacht mocht worden aangezien hij er redelijkerwijs rekening mee moest houden dat een zitting zou plaatsvinden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro.
5.Strafbaarheid
6.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden
3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan het parket van de Procureur des Konings van Brussel, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.