Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3436

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
13/249291-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 Wetboek van StrafrechtArt. 141 Wetboek van StrafrechtArt. 312 Wetboek van StrafrechtArt. 3 OpiumwetArt. 11 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Litouwse verdachte ondanks algemeen reëel gevaar detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 5 maart 2026 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) van Litouwen tegen een verdachte geboren in 2005, die in Nederland gedetineerd is. Het EAB betreft meerdere strafbare feiten, waaronder gewapende diefstal en geweldpleging, waarvoor Litouwen overlevering verzoekt.

Hoewel de rechtbank eerder had vastgesteld dat in Litouwse gevangenissen een algemeen reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling, heeft de Litouwse gevangenisdienst aanvullende, specifieke garanties verstrekt over de detentieomstandigheden van de verdachte. Deze garanties omvatten onder meer plaatsing in een cel zonder risico op geweld, continue monitoring, preventieve maatregelen tegen conflicten en gescheiden detentie van risicogroepen.

De rechtbank concludeert dat deze individuele garanties het algemeen gevaar voor de verdachte wegnemen en dat geen weigeringsgronden voor overlevering aanwezig zijn. Het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en de overlevering wordt toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Litouwen toe vanwege voldoende individuele garanties tegen onmenselijke detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/249291-25
Datum uitspraak: 5 maart 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 29 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 23 juni 2025 door
the Prosecutor General's Office of the Republic of Lithuania, Litouwen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] (Litouwen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [de penitentiaire inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 februari 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L. de Leon, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Litouwse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt:
- een aanhoudingsbevel van 10 juni 2025 van
the Panevėžys District Court(referentie: no. 01-1-10724-24);
- een aanhoudingsbevel van 29 mei 2025 van
the Klaipėda District Court(referentie: no. 01-539-903/2025).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Litouws recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

4.1
feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten 1, 2 en 6 aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Litouwen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van deze feiten, waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
4.2
feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten 3, 4 en 5 niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

5.Artikel 11 OLW Pro: Litouwse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank heeft in een uitspraak van 12 december 2024 vastgesteld dat in alle detentie-instellingen in Litouwen een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). [4] Het algemeen gevaar ziet met name op de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel) met geweld tegen en een vernederende behandeling van gedetineerden in de lagere kasten tot gevolg.
Door de
Lithuanian Prison Serviceis op 12 januari 2026, voor zover relevant, de volgende aanvullende informatie gegeven:
“1. As regards the specific places of detention of [de opgeëiste persoon] , we hereby note that, if detention as the measure of coercion is extended against [de opgeëiste persoon] , he will be transferred to the prison in accordance with the area of activity of the court which imposed the said measure of coercion. Given that detention was imposed against [de opgeëiste persoon] by the Panevėžys District Court Panevėžys Chamber and the Klaipeda District Court Klaipeda Chamber, if either of the said courts extends his arrest, [de opgeëiste persoon] will be held in the Šiauliai Prison. Detainees are held in small cells for 2-4 persons. Detainees are not held in large residential premises. Please note that detainees are guaranteed a minimum residential area of 3.6 m2 (excluding sanitary facilities). Single-occupancy cells are limited in number and are typically used to hold prisoners who need enhanced supervision or who, due to their personality, the nature of the crime and their behaviour, cannot be placed together with others in multi-occupancy residential premises.
(…)
3. In all prisons of Lithuania, detainees are subject to assessment on the basis of their potential risk of violence or their potential for violence, and, depending on the risks identified, detainees are differentiated and placed in cells in such a way that ensures their safety. If [de opgeëiste persoon] were surrendered to Lithuania on the basis of the EAW, before being placed in a cell, he would be assessed for any possible risks of violence and would be placed in a cell free of the risk of any violent conflicts between him and other detainees in that cell. Prison staff continuously monitor the microclimate among detainees and apply preventive measures to avoid violent conflicts if they identify or receive information about any potential risk of violent conflicts among detainees, including separating detainees who may have a violent conflict, redistributing detainees in cells or isolating them.
3.1.
Prison staff who observe any signs of violence, including verbal and psychological violence, among detainees or convicted persons, must investigate the situation and take action to prevent violent acts. The safety of [de opgeëiste persoon] in prison outside the cell, i.e. in the common-use areas, in the yard, will be ensured:
3.1.1.
by officers working in assigned posts and monitoring the microclimate among detainees, and thereby identifying, in a timely manner, any possible preconditions for violent conflicts and taking measures to prevent conflicts before they arise;
3.1.2.
by monitoring the situation through video cameras installed in the majority of common-use areas of the prison;
3.1.3.
by direct communication between the contact officer and [de opgeëiste persoon] and by providing him with the necessary assistance;
3.2.
The microclimate among detainees is monitored through interactions between officers and detainees, collection of relevant information on events and relationships, and through analysis, evaluation and exchange of meaningful information with other members of the staff.
3.3.
Relevant conversations and consultations are held with detainees on the issues important to them. Preventive conversations may be conducted and detainees may be involved in social activities and occupations that are important for them. Detainees are taken for walks together with the detainees from the same cell. [naam][de rechtbank begrijpt: [de opgeëiste persoon] ]
will be placed in a cell with other detainees only after it has been established that there is no risk of conflict among theses detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell. It should be noted that activities in prisons are organised in accordance with a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates the possibility for the detainees or inmates with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/or activities. (…)”
In aanvulling hierop heeft de
Lithuanian Prison Serviceop 3 februari 2026, voor zover relevant, de volgende informatie verstrekt:
“(…) 1. Please be notified that the information provided in paragraph 3.3 of letter No TP-03-00111-25 of 12 January 2026 is applied with regard to [de opgeëiste persoon] .
(…)
4. a) Detainees are provided with the residential space of not less than 3.6 m²
(excluding sanitary facilities).
(…)
(…)
Detainees are taken for a walk together with the detainees from the same cell. [de opgeëiste persoon]
will be placed in a cell with other detainees only after it has been established that there is no risk of conflict among theses detainees and they are capable of coexisting peacefully in one cell. It should be noted that activities in prisons are organised in accordance with a pre-arranged daily routine activity plan, which eliminates any possibility for the detainees or convicted persons with a potential risk of conflict to meet in common-use areas and/or activities.
In order to control violence among inmates and as far as possible, leaders of non-formal prison hierarchies, their accomplices and other prisoners who have a negative influence on others are held separately from other vulnerable inmates. Leaders of non-formal prison hierarchies
are isolated on separate floors and in separate locked cells. (…)”
Standpunten van partijen
De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan, omdat de garanties in de aanvullende informatie voldoende zijn om het algemeen reëel gevaar op schending van artikel 4 Handvest Pro voor de opgeëiste persoon weg te nemen.
Oordeel van de rechtbank
Uit de aanvullende informatie van 12 januari 2026 blijkt dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in de
Šiauliai Prison. De rechtbank zal daarom alleen de detentieomstandigheden in deze instelling toetsen. [5]
De rechtbank is, gelet op de aanvullende informatie van 12 januari 2026 en 3 februari 2026, van oordeel dat met de gegeven individuele garantie van de Litouwse autoriteiten het algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. In de aanvullende informatie zijn concrete maatregelen genoemd die binnen de detentie-instelling worden genomen om de opgeëiste persoon te beschermen tegen de informele hiërarchie onder gedetineerden (het kastenstelsel). Deze maatregelen zien niet alleen op het risico op geweld of een vernederende behandeling van de opgeëiste persoon in zijn cel en tijdens activiteiten, maar ook op dergelijke risico’s voor de opgeëiste persoon tijdens zijn verblijf in de gemeenschappelijke ruimtes. Nu deze garantie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon wegneemt, staat artikel 11 OLW Pro niet aan overlevering in de weg.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 45, 141, 312 Wetboek van Strafrecht, 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Prosecutor General's Office of the Republic of Lithuania, Litouwen, voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 maart 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.