8.3.Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en een mishandeling. Verdachte heeft op klaarlichte dag in het centrum van Amsterdam, uit het niets, in coffeeshop [naam coffeeshop] twee personen die daar aan het werk waren aangevallen met een afgebroken fietsstandaard. Gasten van de coffeeshop zijn in allerijl gevlucht en meerdere getuigen op straat hebben gezien hoe willekeurige slachtoffers werden aangevallen en achtervolgd. Verdachte heeft [slachtoffer] , een medewerker van de coffeeshop, met de fietsstandaard veelvuldig met kracht op zijn hoofd en in zijn nek gestoken en geslagen. Dat [slachtoffer] hierbij niet is komen te overlijden is een wonder te noemen. Daarna is verdachte achter [benadeelde partij] aangerend in de veronderstelling dat hij met [slachtoffer] van doen had. Verdachte heeft [benadeelde partij] hierbij mishandeld door hem in zijn rug te duwen, waardoor [benadeelde partij] ten val is gekomen en letsel heeft opgelopen. Hierbij heeft [benadeelde partij] voor zijn leven gevreesd. Naast de impact op de direct betrokkenen, maken gebeurtenissen als deze een grote inbreuk op het veiligheidsgevoel in de samenleving.
De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte. Hieruit komt naar voren dat verdachte over een lange periode meermalen is veroordeeld voor geweldsdelicten. Bovendien is verdachte in 2021 veroordeeld tot tbs met voorwaarden.
Advies van de psycholoog en psychiater
Uit het onder 7 genoemde Pro Justitia rapport en het verhandelde ter terechtzitting maakt de rechtbank het volgende op.
De deskundigen stellen dat het recidiverisico voor gewelddadig gedrag hoog is wanneer verdachte zonder verdere behandeling en nazorg terug zou keren in de maatschappij. Ook het risico op acuut dreigend geweld wordt als hoog ingeschat, zeker wanneer verdachte middelen zou gebruiken, omdat de psychose daardoor wordt verergerd. Zonder verdere behandeling is verdachte vrijwel zeker niet in staat zijn om weerstand te bieden aan zijn verslaving.
Om het risico op recidive te beperken achten de deskundigen het nodig dat verdachte in eerste instantie klinisch behandeling krijgt voor de psychotische- en de verslavingsproblematiek binnen een forensische kliniek. Een forensische
behandelsetting wordt hierin noodzakelijk geacht door de rapporteurs om het risico op
recidive goed in het oog te houden en de interventies ook te richten op het verminderen van
recidive. Het advies is deze behandeling op te leggen binnen een tbs met voorwaarden. De
huidige zorgmachtiging die verdachte heeft voldoet niet volgens de deskundigen.
Advies van de reclassering
Uit het adviesrapport van reclassering Inforsa van 17 maart 2026, opgesteld door reclasseringswerker J.S.J.A. Pattikawa, en de door haar gegeven toelichting ter terechtzitting blijkt het volgende.
De reclassering sluit zich aan bij de conclusies van de psycholoog en psychiater. Het risico op recidive en letselschade blijft onverminderd hoog wanneer verdachte niet wordt behandeld. Het FACT team heeft aangegeven geen enkele indicatie te zien voor plaatsing in het kader van een zorgmachtiging. De zorgmachtiging kan niet dienen als alternatief voor een passende strafrechtelijke afdoening.
Bij een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten heeft de reclassering geadviseerd om een tbs-maatregel op te leggen met aanvullende voorwaarden. De voorwaarden die – naast de standaardvoorwaarden –worden geadviseerd zijn meewerken aan een reclasseringstoezicht, meewerken aan een time-out, een verbod tot het reizen naar het buitenland, opname in een zorginstelling, een ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, geen gebruik van verdovende middelen en alcohol en dagbesteding.
Geadviseerd wordt om de voorwaarden en het toezicht ook dadelijk uitvoerbaar te verklaren in combinatie met een schorsing van de voorlopige hechtenis, zodat de behandeling en begeleiding ook doorgang kan vinden in het geval dat een veroordelend vonnis niet onherroepelijk is.
Verdachte heeft zich bereid getoond om zich te houden aan deze voorwaarden en de reclassering kan het toezicht op deze voorwaarden uitoefenen. Verdachte is door de Divisie Individuele Zaken (DIZ) voorgedragen voor plaatsing bij de forensisch psychiatrische afdeling (FPA) Heiloo en is daar geaccepteerd. Verdachte kan worden opgenomen zodra het vonnis onherroepelijk is.
Motivering van de tbs-maatregel
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten om een tbs-maatregel op te leggen (artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht en verder):
- verdachte is onderzocht door een psychiater en psycholoog;
- de rechtbank heeft (mede op basis van het deskundigenrapport) vastgesteld dat tijdens het begaan van het bewezen verklaarde bij verdachte sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens;
- ( poging tot) doodslag is een misdrijf, zoals genoemd in artikel 37a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
- verder is gebleken dat verdachte onder invloed van de bij hem vastgestelde stoornissen een gevaar vormt voor anderen.
Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, acht de rechtbank het opleggen van een zorgmachtiging ontoereikend, te meer nu verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten al in een zorgmachtiging liep en deze niet heeft kunnen voorkomen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dat verdachte mogelijk niet alle zorg heeft gekregen die hij op dat moment nodig had, laat onverlet dat het kader van de zorgmachtiging op dat moment onvoldoende bescherming heeft geboden en verdachte, ondanks de zorgmachtiging, tot ernstige strafbare feiten is gekomen. Ook het noodzakelijk geachte langdurige toezicht na de klinische behandeling is via een zorgmachtiging niet (op voorhand dwingend) te realiseren. Aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de noodzaak tot langdurig toezicht draagt met name ook bij dat niet duidelijk is in hoeverre verdachte de zucht naar middelen onder controle heeft. Hoewel verdachte ter terechtzitting heeft verklaard te willen stoppen met het gebruik hiervan, heeft hij bij de reclassering aangegeven de wens te hebben onder andere cannabis te blijven gebruiken. Dat baart de rechtbank grote zorgen, temeer nu uit de aangehaalde rapporten blijkt dat middelengebruik een negatief versterkende werking kan hebben op zijn psychotische kwetsbaarheid en derhalve het recidiverisico verhoogt. De rechtbank acht het daarom van belang dat ook na de klinische behandeling verdachte onder een langdurig toezicht begeleid wordt. Bovendien richt een opname en behandeling binnen de reguliere ggz zich niet primair op het voorkomen van recidive en tijd nemen voor stapsgewijze resocialisatie. Daarnaast is verdachte al eerder veroordeeld tot tbs met voorwaarden. Gelet hierop dient naar het oordeel van de rechtbank de bescherming van de maatschappij te prevaleren boven het persoonlijke belang van verdachte. Behandeling dient daarom plaats te vinden binnen een forensisch kader. Binnen een tbs-maatregel kan verdachte in een gesloten kliniek voldoende behandeld worden en kan het risico op recidive worden verminderd. De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met het stellen van de voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. Verdachte heeft zich bovendien bereid verklaard tot naleving van deze voorwaarden.
Omdat de tbs-maatregel zal worden opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten een poging tot doodslag, kan de maatregel langer duren dan vier jaar.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Gelet op de noodzaak van de behandeling en het gevaar voor recidive en het uit te oefenen toezicht, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de hierna op grond van artikel 38, eerste lid Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.