Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3372

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11873047 \ CV EXPL 25-12353
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering VvE tot betaling achterstallige en toekomstige bijdragen toegewezen

De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert betaling van achterstallige maandelijkse en extra bijdragen van de eigenaar van een appartement, inclusief kosten en rente. De eigenaar erkent de betalingsverplichting maar beroept zich op tijdelijke financiële problemen en een lopende schuldhulpverlening.

De rechtbank stelt vast dat de betalingsregeling is komen te vervallen vanwege niet-nakoming en dat herstel daarvan wettelijk niet mogelijk is. De financiële situatie van de eigenaar ontslaat haar niet van haar verplichtingen. De vordering tot betaling van achterstallige bijdragen, incassokosten en rente wordt toegewezen.

Ook de vordering tot betaling van toekomstige bijdragen wordt toegewezen vanwege het herhaaldelijke betalingsverzuim. De tegenvorderingen van de eigenaar tot herstel van de betalingsregeling en matiging van kosten worden afgewezen. De eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de eigenaar is veroordeeld tot maandelijkse betaling van een vastgesteld bedrag, aan te passen aan besluiten van de VvE, met rente bij niet-tijdige betaling.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de eigenaar tot betaling van achterstallige en toekomstige VvE-bijdragen met rente en incassokosten, en wijst het verweer af.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11873047 \ CV EXPL 25-12353
Vonnis van 7 april 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
de vereniging
VERENIGING VAN EIGENAARS [VvE],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: [gemachtigde 1] ,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 augustus 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het instructievonnis van 24 oktober 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling,
- de akte overlegging producties, tevens vermeerdering van eis van de VvE, ingekomen op 26 januari 2026, met producties,
- de akte vermeerdering van eis van de VvE, ingekomen op 24 maart 2026, met een productie,
- de reactie op de akte vermeerdering van eis van [gedaagde] , ingekomen op 24 maart 2026, met een productie.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 26 maart 2026. De VvE is verschenen bij [naam 1] , bestuurder van de VvE, vergezeld door [gemachtigde 2] namens de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

in conventie en reconventie
2.1.
[gedaagde] is eigenaar van het appartementsrecht, rechtgevend op het uitsluitend gebruik van een appartement met aanhorigheden, welk appartement deel uitmaakt van de onroerende zaak ten behoeve waarvan de VvE is opgericht.
2.2.
[gedaagde] is van rechtswege lid van de VvE en is uit dien hoofde gehouden tot betaling van de in de vergadering van de VvE vastgestelde bijdragen en/of het evenredige deel van de totale schulden ingevolge de wettelijke bepalingen.
2.3.
[gedaagde] heeft over de periode januari 2024 t/m maart 2026 betalingsachterstanden laten ontstaan in de betaling van de maandelijkse ledenbijdragen en incidentele extra ledenbijdragen ten behoeve van onderhoud aan het pand waarin het appartement van [gedaagde] is gelegen. Onderdeel van de betalingsachterstand vormen ook door de VvE gemaakte kosten (gevolgschade na een incident en opslagkosten) die volgens de splitsingsakte ten laste van [gedaagde] komen.
2.4.
Op 8 oktober 2024 heeft [gedaagde] met de gemachtigde van de VvE een betalingsregeling getroffen van € 100,00 per maand. Bij brief van 1 mei 2025, die tevens is verstuurd per e-mail, heeft de gemachtigde van de VvE aan [gedaagde] bericht dat de betalingsregeling is komen te vervallen, omdat [gedaagde] zich niet heeft gehouden aan de gemaakte afspraken.
2.5.
Op 13 februari 2026 is [gedaagde] door de gemeente toegelaten tot schuldhulpverlening bij Debitum Amsterdam .

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De VvE vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, na de laatste wijziging van de eis, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
€ 3.838,88 aan hoofdsom, bestaande uit de betalingsachterstand t/m maart 2026, vermeerderd met wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding,
€ 6,05 aan kosten voor de kadastrale recherche,
€ 193,96 aan vervallen wettelijke rente, berekend tot 24 maart 2026,
€ 362,23 aan incassokosten, vermeerderd met € 76,07 aan btw daarover,
€ 110,12 per maand na 31 maart 2026 gedurende de periode dat [gedaagde] als eigenaar van de woning is aan te merken, met bepaling dat dit bedrag zal worden aangepast naar de jaarlijkse verhogingen of verlagingen conform rechtsgeldig door de vergadering van eigenaars genomen besluiten,
de proceskosten.
3.2.
De VvE stelt dat [gedaagde] verplicht is om gedurende de periode dat zij als eigenaar van rechtswege lid is van de VvE de door de vergadering vastgestelde voorschotbijdragen tijdig te voldoen. Aan deze verplichting houdt [gedaagde] zich niet. Het gerechtvaardigde vermoeden bestaat dat [gedaagde] ook in de toekomst in gebreke zal blijven met tijdige en volledige betaling van de verschuldigde bijdragen, reden waarom de VvE ook veroordeling tot betaling van toekomstige bijdragen vordert, welke doorlopende verplichting voortvloeit uit de rechtsverhouding tussen partijen. Met alle tussentijdse betalingen die [gedaagde] tussentijds heeft verricht is rekening gehouden bij voornoemde hoofdsom.
3.3.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. Zij heeft aangevoerd dat zij een betalingsregeling heeft getroffen met het incassobureau, die zij tijdig en volledig nakomt. Eerdere betalingsregelingen zijn ook volledig nagekomen. [gedaagde] erkent de betalingsverplichting, alsook de hoogte van de vordering, maar kan vanwege tijdelijke financiële krapte niet aan haar verplichtingen voldoen. [gedaagde] is zelfstandig ondernemer, maar heeft momenteel geen opdrachten en daarmee geen stabiel inkomen. Zij is kostwinner en onderhoudt haar gezin van drie personen. Het huidige bedrag van € 150,00 dat [gedaagde] maandelijks aan bijdragen en aflossing betaalt is voor haar al een zware last. Als dat meer wordt is dat voor [gedaagde] financieel onmogelijk en disproportioneel. Dat tijdens een ledenvergadering is beslist dat betalingsregelingen niet meer zijn toegestaan vindt [gedaagde] onredelijk en contraproductief. [gedaagde] lijkt het mikpunt te zijn van een gespannen sfeer binnen de VvE. Communicatie vanuit de VvE is niet professioneel en heel onaangenaam. Alle bijkomende kosten vindt [gedaagde] buitenproportioneel, gelet op de betalingsregeling die wordt nagekomen.
in reconventie
3.4.
[gedaagde] verzoekt de kantonrechter:
de lopende betalingsregeling te bevestigen (te herstellen),
het besluit dat geen betalingsregelingen meer mogen worden getroffen te matigen of buiten beschouwing te laten,
de gevorderde rente en incassokosten te matigen of af te wijzen,
e VvE te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
[gedaagde] legt aan haar tegenvordering ten grondslag wat zij in conventie als verweer heeft aangevoerd (zie 3.3).
3.6.
De VvE voert verweer, dat strekt tot afwijzing van de vordering in reconventie.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en reconventie
4.1.
Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, worden deze gezamenlijk beoordeeld.
4.2.
[gedaagde] erkent de (hoogte van de) vordering. Zij is uit hoofde van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding het gevorderde bedrag aan hoofdsom verschuldigd.
4.3.
De betalingsregeling waaraan [gedaagde] refereert, is komen te vervallen, omdat deze niet tijdig en volledig is nagekomen, zo heeft de kantonrechter ter zitting vastgesteld. Voor herstel van de betalingsregeling bestaat wettelijk gezien geen ruimte en bovendien geen aanleiding, nog afgezien van de beperkingen die de schuldhulpverlening met zich brengt in dit verband. De financiële onmacht van [gedaagde] , hoe vervelend ook voor alle betrokkenen, ontheft haar niet van haar betalingsverplichtingen. Het overige verweer van [gedaagde] kan niet leiden tot afwijzing of matiging van het gevorderde bedrag.
4.4.
De gevorderde hoofdsom, waarin alle betalingen waarnaar [gedaagde] verwijst zijn verwerkt, wordt toegewezen.
4.5.
Nu vast is komen te staan dat [gedaagde] al geruime tijd herhaaldelijk de vastgestelde VvE bijdragen niet tijdig en volledig heeft betaald, heeft de VvE belang bij toewijzing van haar vordering tot betaling van toekomstige termijnen. Deze vordering wordt dan ook toegewezen.
4.6.
Nu het betalingsverzuim van [gedaagde] vaststaat, is de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar. Wel wordt de rente over de hoofdsom toegewezen vanaf 24 maart 2026 in plaats van de datum van betekening van de dagvaarding, omdat het bedrag aan vervallen rente blijkens de laatste akte van de VvE tot aan die datum is berekend.
4.7.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Weliswaar betwist [gedaagde] de ontvangst van de brief van 24 juli 2024 waarin deze kosten zijn aangezegd, maar de VvE heeft die betwisting tijdens de zitting weerlegd onder verwijzing naar een schriftelijke reactie van [gedaagde] , waarin zij de betreffende brief expliciet benoemt en ook ingaat op de inhoud (e-mail d.d. 26 augustus 2024, productie 9). Uit die reactie blijkt dat [gedaagde] de brief heeft ontvangen. De brief voldoet aan de eisen voortvloeiend uit artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek, zoals uitgelegd door de Hoge Raad. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met het tarief voortvloeiend uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zodat het wordt toegewezen. De gevorderde btw is eveneens toewijsbaar.
4.8.
Uit het voorgaande volgt dat in conventie in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom (bijdragen t/m maart 2026)
- kosten kadastrale recherche
- vervallen rente tot 24 maart 2026
- buitengerechtelijke incassokosten
- btw over de incassokosten




3.838,88
6,05
193,96
362,23
76,07
+
Totaal
4.477,19
4.9.
[gedaagde] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.251,14
4.10.
Nu geen ruimte of aanleiding bestaat tot herstel van de betalingsregeling, zoals door [gedaagde] in reconventie gevorderd (zie ook 4.3), wordt die vordering afgewezen. De vordering in reconventie tot het matigen of buiten toepassing laten van het besluit van de VvE dat geen betalingsregelingen meer mogen worden getroffen wordt ook afgewezen. [gedaagde] heeft dit gedeelte van de vordering niet onderbouwd met het betreffende besluit. Bovendien, voor zover een dergelijk besluit door de VvE is genomen, bestaat hiervoor een bijzondere verzoekschriftprocedure met korte vervaltermijnen. De onderhavige procedure leent zich hier niet voor. De overige vorderingen van [gedaagde] tot matiging of afwijzing van de bijkomende kosten zijn hiervoor al aan de orde gekomen en moeten worden afgewezen, omdat het betalingsverzuim van [gedaagde] vaststaat.
4.11.
[gedaagde] is in reconventie in het ongelijk gesteld en wordt daarom met de proceskosten belast. Nu de vorderingen in reconventie nauw samenhangen met de vorderingen in conventie, worden de proceskosten in reconventie begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan de VvE te betalen een bedrag van € 4.477,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 3.838,88, met ingang van 24 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] , zolang zij eigenaar is van het appartement dat deel uitmaakt van de VvE, om ingaande na 31 maart 2026 aan de VvE te betalen een bedrag van € 110,12 per maand, welk bedrag conform door de vergadering van eigenaars genomen besluiten zal worden aangepast naar de jaarlijkse verlagingen of verhogingen, indien [gedaagde] in gebreke blijft met tijdige betaling daarvan te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag vanaf de eerste dag van de maand van elke periode tot aan de voldoening,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.251,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen af,
5.7.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk en in het bijzijn van mr. S. Homringhausen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.
991