ECLI:NL:RBAMS:2026:3344
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling restant waarborgsom na tussentijdse opzegging huurovereenkomst
De huurder en verhuurder zijn een huurovereenkomst aangegaan voor een woning met een looptijd van 13 oktober 2024 tot 12 oktober 2025. De huurder heeft tussentijds opgezegd tegen 13 augustus 2025, met inachtneming van een maand opzegtermijn. De verhuurder hield een deel van de waarborgsom in voor energiekosten, schoonmaak- en reparatiekosten. De energiekosten werden erkend, maar de schoonmaak- en reparatiekosten werden door de huurder betwist.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder terecht tussentijds heeft opgezegd en dat de verhuurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de schoonmaak- en reparatiekosten. Foto’s en de staat van de woning bij aanvang werden niet voldoende onderbouwd. Daarom moet de verhuurder €720 terugbetalen aan de huurder. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding.
De huurder vorderde ook buitengerechtelijke incassokosten, maar deze werden afgewezen omdat de aanmaningen niet voldeden aan de wettelijke vereisten. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €731,45 en wettelijke rente over deze kosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder moet €720 terugbetalen aan huurder en proceskosten vergoeden wegens onvoldoende onderbouwing ingehouden kosten.