In deze civiele zaak heeft verzoeker, woonachtig op Bonaire, een vordering ingesteld tegen Meta Platforms Ireland Limited via de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV-Verordening). De rechtbank beoordeelt of de verordening van toepassing is, waarbij zij vaststelt dat Bonaire een Overzees Land- of Gebiedsdelen (OCT) is en geen deel uitmaakt van het grondgebied of de interne markt van de Europese Unie.
De gemachtigde van Meta heeft bezwaar gemaakt tegen de ontvangst van de stukken vanwege taalproblemen, maar de rechtbank ziet hier geen aanleiding toe om verzoeker op dit punt te laten reageren. De kernvraag is of de zaak grensoverschrijdend is in de zin van de EPGV-Verordening, wat vereist dat ten minste één partij in een andere lidstaat van de EU woont dan het aangezochte gerecht.
Omdat verzoeker op Bonaire woont, dat buiten het EU-grondgebied valt, is de zaak niet grensoverschrijdend volgens de verordening. De rechtbank stelt verzoeker daarom in de gelegenheid om te reageren op deze constatering en te kiezen tussen intrekking van de vordering of omzetting van de procedure naar een dagvaardingsprocedure onder het recht van het Europese deel van Nederland, met toelichting op bevoegdheid en toepasselijk recht.
De beslissing wordt aangehouden totdat verzoeker heeft gereageerd. De beschikking is uitgesproken door kantonrechter E.J. Otten op 23 februari 2026.