Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3328

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
11952989
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 1 EPGV-VerordeningArt. 4 lid 3 EPGV-VerordeningVerordening (EG) nr. 861/2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking over toepasselijkheid EPGV-Verordening bij woonplaats buiten EU

In deze civiele zaak heeft verzoeker, woonachtig op Bonaire, een vordering ingesteld tegen Meta Platforms Ireland Limited via de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV-Verordening). De rechtbank beoordeelt of de verordening van toepassing is, waarbij zij vaststelt dat Bonaire een Overzees Land- of Gebiedsdelen (OCT) is en geen deel uitmaakt van het grondgebied of de interne markt van de Europese Unie.

De gemachtigde van Meta heeft bezwaar gemaakt tegen de ontvangst van de stukken vanwege taalproblemen, maar de rechtbank ziet hier geen aanleiding toe om verzoeker op dit punt te laten reageren. De kernvraag is of de zaak grensoverschrijdend is in de zin van de EPGV-Verordening, wat vereist dat ten minste één partij in een andere lidstaat van de EU woont dan het aangezochte gerecht.

Omdat verzoeker op Bonaire woont, dat buiten het EU-grondgebied valt, is de zaak niet grensoverschrijdend volgens de verordening. De rechtbank stelt verzoeker daarom in de gelegenheid om te reageren op deze constatering en te kiezen tussen intrekking van de vordering of omzetting van de procedure naar een dagvaardingsprocedure onder het recht van het Europese deel van Nederland, met toelichting op bevoegdheid en toepasselijk recht.

De beslissing wordt aangehouden totdat verzoeker heeft gereageerd. De beschikking is uitgesproken door kantonrechter E.J. Otten op 23 februari 2026.

Uitkomst: De EPGV-Verordening is niet van toepassing omdat verzoeker op Bonaire woont, buiten het EU-grondgebied, waardoor de procedure wordt aangehouden en verzoeker wordt gevraagd te reageren.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11952989 \ CV FORM 25-15277
Beschikking van 23 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] (Bonaire),
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
META PLATFORMS IRELAND LIMITED,
gevestigd te Dublin (Ierland),
verwerende partij,
hierna te noemen: Meta,
gemachtigde: [gemachtigde] (A&L Goodbody LLP).

1.De procedure

1.1.
In het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen (Verordening (EG) nr. 861/2007, hierna: EPGV-Verordening) heeft [verzoeker] door middel van het Vorderingsformulier A als bedoeld in artikel 4 lid 1 EPGV Pro-Verordening, met bijlagen, een vordering ingesteld.
1.2.
Bij brief van 22 januari 2026 is aan Meta medegedeeld dat een procedure voor geringe vorderingen tegen haar is ingesteld en is een afschrift van het Vorderingsformulier A met bijlagen meegezonden. Meta is in de gelegenheid gesteld te reageren door formulier C in te vullen en met eventuele bewijsstukken te retourneren.
1.3.
De gemachtigde van Meta heeft bij brief van 9 februari 2026 op de door de rechtbank aan Meta gezonden brief van 22 januari 2026 gereageerd en deze brief, met bijlagen, aan de rechtbank geretourneerd.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
De gemachtigde van Meta heeft de aan Meta gezonden brief met bijlagen van 22 januari 2026 geretourneerd en aangevoerd dat de documenten niet zijn gesteld in een taal die Meta begrijpt en niet zijn vertaald in de officiële taal of een van de officiële talen van Ierland, zoals vereist in de EPGV-Verordening. De gemachtigde van Meta stelt dat hij om deze reden de ontvangst van de stukken heeft geweigerd. De kantonrechter ziet momenteel (nog) geen aanleiding om [verzoeker] in de gelegenheid te stellen op de weigering te reageren in verband met het navolgende.
2.2.
De EPGV-Verordening is alleen van toepassing op zaken die “grensoverschrijdend” zijn in de zin van de Verordening. In artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening is bepaald dat onder grensoverschrijdende zaak wordt verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat van het aangezochte gerecht.
2.3.
De EPGV-Verordening is bedoeld om de goede werking van de interne markt van de Europese Unie te bevorderen. [verzoeker] heeft haar woonplaats in [woonplaats] , Bonaire. Bonaire is één van de dertien Overzeese land- of gebiedsdelen van verschillende lidstaten van de Europese Unie (hierna: Overseas Countries and Territories
ofOCT’s). Zij maken deel uit van die lidstaten of zijn er aan gelieerd. Maar deze OCT’s maken geen deel uit van het grondgebied van de Europese Unie of van de interne markt van de Europese Unie. Wel hebben zij een associatieverdrag met de EU. Omdat Bonaire geen deel uitmaakt van het grondgebied of de interne markt van de Europese Unie, geldt de secondaire EU-wetgeving daar niet. Ook via het associatieverdrag OCT-EU geldt die wetgeving niet in Bonaire. Als een partij niet woont of gevestigd is op het grondgebied van de Europese Unie kan geen beroep worden gedaan op de EPGV-Verordening.
2.4.
Omdat [verzoeker] niet woont op het grondgebied van de Europese Unie, wordt vooralsnog geoordeeld dat geen sprake is van een grensoverschrijdende zaak als bedoeld in artikel 3 lid 1 EPGV Pro-Verordening. Het verzoek valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening.
2.5.
Artikel 4 lid 3 van Pro de EPGV-Verordening schrijft dan voor dat het gerecht de eiser ervan op de hoogte stelt dat de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en dat deze procedure dan, tenzij eiser de vordering intrekt, door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.
2.6.
Gelet op het voorgaande wordt [verzoeker] in de gelegenheid gesteld te reageren:
2.6.1.
op de omstandigheid dat zij woonplaats heeft op Bonaire, terwijl een vordering op grond van de EPGV-Verordening alleen mogelijk is als beide partijen hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben op het grondgebied van de Europese Unie,
2.6.2.
of zij hierin aanleiding ziet de vordering in te trekken dan wel dat zij wenst dat de procedure wordt omgezet in een dagvaardingsprocedure naar het recht van het Europese deel van Nederland. In het laatste geval dient [verzoeker] ook toe te lichten op welke gronden zij de (kanton)rechter van het Europese deel van Nederland bevoegd acht en welk recht op de vordering van toepassing is en waarom.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
stelt [verzoeker] in de gelegenheid binnen 30 dagen na ontvangst van deze beschikking te reageren op hetgeen onder 2.6 is overwogen,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026.
64443