Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.tot 26 april 2025: [huurder 1] , hierna: [huurder 1] ,
hierna: [huurder 2] ,
1.De procedure
2.De beoordeling
- 10 keer € 341,52 = € 3.415,20
- 12 keer € 415,03 = € 4.980,36
- 1 keer € 472,84
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak stond de geldigheid van een huurprijswijzigingsbeding centraal in een huurovereenkomst uit 2010. De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat het beding oneerlijk is en vernietigde dit. Hierdoor moet worden uitgegaan van de oorspronkelijke huurprijs van €995 per maand, aangezien geen indexeringsbeding is overeengekomen.
Verhuurder had een overzicht overgelegd waaruit bleek dat huurders in de periode september 2023 tot en met juli 2025 in totaal €8.868,40 aan onrechtmatige huurverhogingen in rekening waren gebracht. De rechtbank stelde vast dat de gevorderde huurachterstand van €26.476,07 verminderd moet worden met dit bedrag, zodat €17.607,67 toewijsbaar is.
De rechtbank wees de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming af, omdat het totaalbedrag van onrechtmatige huurverhogingen (€30.356,56) de openstaande huurachterstand ruim overtreft. Daarnaast werden de gevorderde buitengerechtelijke kosten reeds afgewezen. De proceskosten werden toegewezen conform het liquidatietarief, ondanks onzekerheid over de toepassing van artikel 237 Rv Pro.
De bewindvoerder werd veroordeeld tot betaling van de aangepaste huurachterstand met wettelijke rente en de proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard, terwijl het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het oneerlijke huurprijswijzigingsbeding, beperkt de huurprijs tot de oorspronkelijke €995, wijst ontbinding af en veroordeelt bewindvoerder tot betaling van €17.607,67 plus rente en proceskosten.