Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.LONGNORTH LIMITED,
2.
BACARDI INTERNATIONAL LIMITED,
3.
JACK DANIEL'S PROPERTIES INC.,
4.
BROWN-FORMAN CORPORATION,
5.
[gedaagde 5],
1.De procedure
2.De feiten
Een andere ontwikkeling is dat Pitts Bay op 28 december 2007 is ontbonden. De vraag wat het gevolg is van de ontbinding voor het bestaan van Pitts Bay als rechtspersoon, moet worden beoordeeld naar het recht van de staat Bermuda. Deze vraag is voor de onderhavige procedure echter niet van belang.
De vordering tot terugbetaling van hetgeen op grond van het vernietigde vonnis ten gunste van Pitts Bay is betaald zal het hof als sequeel van de vernietiging toewijzen. Op grond van hetgeen hierna in rechtsoverweging 6.5.12 zal worden overwogen over de verdeling van de door [eiser 1] . veroorzaakte schade over Pitts Bay en Brown-Forman zal blijken dat van de door de rechtbank ten laste van [eiser 1] . toegewezen en door [eiser 1] . op grond van het vonnis betaalde bedragen aan schadevergoeding het grootste deel van de toegewezen schadevergoeding betrekking had op door Pitts Bay geleden schade. Pitts Bay dient hetgeen ten gunste van haar is betaald, met de daarover betaalde rente terug te betalen. (…)”
het tussenarrest, de rb], dat een tussenarrest is in deze zaak en tevens een eindarrest is in de zaak tussen (…) [eiser 1] . en Pitts Bay.
assignment in equitynaar het recht van Bermuda, waarvoor
Jack Daniel’s en Brown-Forman, de rb], althans deze betaling later hebben bekrachtigd. Indien dit niet het geval zou zijn geweest, heeft [eiser 1] . zich er naar het oordeel van het hof terecht op beroepen (aldus begrijpt het hof de stellingen van [eiser 1] .) dat zij op redelijke gronden heeft aangenomen dat de ontvanger van de betaling als schuldeiser tot de prestatie gerechtigd was of dat uit andere hoofde aan hem moest worden betaald als bedoeld in artikel 6:34, lid 1 jo. artikel 6:145 BW Pro, althans dat zij gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat (de advocaat van) Jack Daniel's c.s. bevoegd was de betaling van de Pitts Bay-vordering te ontvangen als bedoeld in artikel 3:61, lid 2 BW. [eiser 1] . heeft immers gerechtvaardigd mogen vertrouwen dat (de advocaat van) Jack Daniel's c.s. bevoegd was de betaling te ontvangen door toedoen van Longnorth en Bacardi, althans op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van Longnorth en Bacardi komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Longnorth en Bacardi hebben immers niet zorggedragen voor kennisgeving van de overdracht van de vordering en ook goedgevonden dat de procedure werd voortgezet en geïncasseerd op de naam van de cedent. [eiser 1] . wist ten tijde van de betaling niet dat de vordering was overgedragen.
3.Het geschil
4.De beoordeling
latere rechteraan beslissingen in een eerdere, in kracht van gewijsde gegane uitspraak. Op grond van lid 2 van hetzelfde wetsartikel geldt deze regel ook in een latere zaak tegen de rechtsopvolger van de eerdere procespartij. Uit het wetsartikel volgt echter niet dat de
rechtsopvolgergebonden is aan de veroordeling uit de eerdere uitspraak. Dit volgt ook niet uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 1983 [2] dat [eiser 1] . in de dagvaarding aanhaalt. De executoriale kracht van de beslissing van de rechter geldt op grond van artikel 430 Rv Pro in beginsel alleen tegen de partij die is veroordeeld. Artikel 236 Rv Pro brengt daarom slechts mee dat de rechtbank in deze procedure tegen de rechtsopvolger van Pitts Bay is gebonden aan het oordeel van het hof in het tussenarrest dat Pitts Bay haar vorderingen in december 2007 heeft overgedragen aan Longnorth en Bacardi. Meer of anders niet. Het gezag van gewijsde van het tussenarrest maakt dus niet dat Longnorth en Bacardi de Pitts Bay-vordering moeten (terug)betalen aan [eiser 1] .