Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:3255

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
13-013725-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verzetgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Hongaarse autoriteiten voor de overlevering van een persoon geboren in 1999 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De procedure startte op 4 maart 2026 en werd aangehouden voor aanvullende vragen over de uitoefening van verdedigingsrechten conform artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW).

De rechtbank beoordeelde dat het arrest van 11 april 2024, waarop het EAB is gebaseerd, definitief is en dat de opgeëiste persoon niet persoonlijk aanwezig was bij de uitspraak. Desondanks is een verzetgarantie afgegeven, waarbij de opgeëiste persoon na overlevering het vonnis onverwijld zal ontvangen en geïnformeerd wordt over zijn recht op verzet of hoger beroep, inclusief de mogelijkheid tot herziening met nieuw bewijsmateriaal.

De rechtbank concludeerde dat deze garantie voldoet aan de vereisten van artikel 12 OLW Pro, waardoor de overlevering niet geweigerd kan worden. Tevens werd vastgesteld dat het strafbare feit onder het lijstfeit informaticacriminaliteit valt, waarvoor geen dubbele strafbaarheidstoetsing nodig is. De rechtbank stond de overlevering toe en wees op het ontbreken van andere weigeringsgronden.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon naar Hongarije toe op basis van het Europees aanhoudingsbevel met inachtneming van de verzetgarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-013725-26 (EAB II)
Datum uitspraak: 1 april 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 15 januari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 november 2025 door
The Penal Enforcement Group of the Regional Court of Szombathely, Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1999,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in het [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 4 maart 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 4 maart 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aanvullende vragen aan de Hongaarse autoriteiten te stellen omtrent de uitoefening van de verdedigingsrechten als bedoeld in artikel 12 OLW Pro. De rechtbank heeft daarbij voorgesteld om aan de Hongaarse autoriteiten te vragen om het zogenaamd D-formulier in te vullen met betrekking tot het arrest van
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024, alsook de overige vragen te stellen die in het licht van artikel 12 OLW Pro van belang zijn.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
Zitting van 18 maart 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank - met instemming van partijen - de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, en door een tolk in de Hongaarse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt onder b):

Judgment No. 35.B.155/2023/30 of the District Court of Szombathely, dated 11 January 2024, that became final on 11 April 2024, with decision No. 6.Bf.6/2024/12 of the Szombathely Regional Court as the court of second instance.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro niet aan overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staat. Ten aanzien van het vonnis van
the District Court of Szombathelyvan 11 januari 2024 en het arrest van
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024 geldt dat de procedure in hoger beroep moet worden getoetst aan artikel 12 OLW Pro. Uit het EAB en het ingevulde onderdeel D) bij de aanvullende informatie van 12 maart 2026 blijkt dat een verzetgarantie is afgegeven. Een dergelijke verzetgarantie is door deze rechtbank voldoende bevonden. [4] Dat betekent dat de situatie als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW aan de orde is.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [5] De rechtbank zal daarom alleen het arrest van
the Regional Court of Szombathelyvan 11 april 2024 toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, onder d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis; en
( ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Het ingevulde onderdeel D) bij de aanvullende informatie van 12 maart 2026 vermeldt met betrekking tot het arrest van 11 april 2024:
the decision was not personally served on the person concerned, but
-
the decision is handed over in person to the person concerned immediately after the surrender; and
-
the data subject(de rechtbank begrijpt: de opgeëiste persoon)is expressly informed, at the time of notification of the decision, of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case to be re-examined, including fresh evidence, and which may lead to the original decision being reversed; and
-
the data subject(de rechtbank begrijpt: de opgeëiste persoon)is informed of the time limit within which he or she may request a retrial or appeal, which will be 1 month.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, onder d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor.

4.Strafbaarheid

4.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op de zitting van 4 maart 2026 op het standpunt gesteld dat het lijstfeit niet in redelijkheid is aangekruist. Daarbij heeft de raadsman medegedeeld dat dit geen weigeringsgrond kan opleveren, aangezien het gaat om feiten die ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op de zitting van 4 maart 2026 op het standpunt gesteld dat het lijstfeit in redelijkheid is aangekruist.
Oordeel van de rechtbank
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
informaticacriminaliteit.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, in beginsel achterwege moet blijven. Het is immers aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om, aan de hand van het recht van die lidstaat, te beoordelen of het strafbare feit waarvoor overlevering wordt verzocht onder de hiervoor genoemde lijst valt. Uitgangspunt is dat de rechtbank aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gebonden. [6] De raadsman heeft terecht de vraag opgeworpen of alle in het EAB genoemde feiten onder het lijstfeit geschaard kunnen worden. Beantwoording van die vraag wordt echter pas relevant indien er aanleiding bestaat om te veronderstellen dat die feiten naar Nederlands recht niet strafbaar zijn. De raadsman heeft dit niet gesteld en de rechtbank ziet ook zelf geen aanleiding om dit te veronderstellen. De rechtbank zal daarom in het midden laten of alle feiten onder het lijstfeit kunnen vallen.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, en er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
The Penal Enforcement Group of the Regional Court of Szombathely(Hongarije) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Scheeper en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 april 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10806.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
6.Vgl. HvJ EU 6 oktober 2021, C-136/20, ECLI:EU:C:2021:804 (LU (Recouvrement d’amendes de circulation routière)), punt 42.