Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Procesafspraken
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificeert het feit als volgt:
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot de volgende strafoplegging:
- verdachte ziet af van het indienen van onderzoekswensen en trekt al ingediende onderzoekswensen uiterlijk ter zitting en bij voorkeur al eerder schriftelijk in;
- door de verdediging worden geen bewijsverweren gevoerd;
- door de verdediging wordt geen strafmaatverweer gevoerd;
- de verdachte zal ter zitting aanwezig zijn;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken;
- De verdediging is akkoord met de door het Openbaar Ministerie voorgenomen wijziging tenlastelegging; namelijk dat bij feit 1 de pleegperiode als volgt wordt gewijzigd:
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
medeplegen van oplichting.
6 (zes) maanden.
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.